Het Eurosysteem staat op het punt voor het eerst tokenized transacties live af te wikkelen in centralebankgeld.
DNB bevestigt dat project Pontes begint met vier DLT-operators en meerdere marktpartijen, waarbij vooral banken als eersten aansluiten.
Daarmee verschuift Europa van experimenteren naar daadwerkelijk gebruik. Pontes moet nog deze maand de brug leggen tussen financiële markten op DLT en het bestaande Europese systeem voor centralebankgeld.
Vier DLT-operators gaan als eerste live
Bas ter Weel maakte de volgende stap woensdag bekend tijdens TradeTech FX in Amsterdam.
De directeur Monetaire Zaken bij
De Nederlandsche Bank zei dat het Eurosysteem na tests in 2024 nu van voorbereiding naar uitvoering gaat.
“For the first time, tokenised transactions will be settled in central bank money within a live Eurosystem environment.”
Volgens de
officiële DNB-toespraak begint Pontes met vier DLT-operators en verschillende marktpartijen. DNB verwacht dat vooral banken tot de eerste gebruikers behoren.
De namen van die vier operators zijn in de aankondiging nog niet bekendgemaakt.
Pontes koppelt DLT aan centralebankgeld
Pontes is bedoeld als verbinding tussen DLT-platforms en de TARGET-diensten van het Eurosysteem.
Die TARGET-systemen worden door banken gebruikt om betalingen en effecten in centralebankgeld af te wikkelen.
Bij Pontes kan een tokenized activum op een DLT-netwerk bewegen, terwijl het geldgedeelte van de transactie uiteindelijk in centralebankgeld wordt afgerekend.
De ECB beschrijft Pontes als de kortetermijnoplossing voor deze koppeling en plant de eerste livegang in september 2026. (
ECB)
Voor financiële partijen is dat belangrijk omdat betaling en levering aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Zo kan een transactie alleen doorgaan wanneer beide kanten daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Dit is niet dezelfde digitale euro voor consumenten
De stap wordt soms omschreven als een vorm van wholesale CBDC.
Dat moet niet worden verward met
de digitale euro voor consumenten.
Banken gebruiken vandaag al centralebankgeld voor onderlinge betalingen. Bij Pontes verandert vooral de technologie waarmee tokenized financiële transacties aan dat geld worden gekoppeld.
DNB zegt dat expliciet: het basisdoel blijft hetzelfde, maar de technologische laag verandert.
Het gaat dus niet om een nieuwe munt die consumenten straks in een wallet krijgen.
Stablecoins krijgen wel een plek naast centralebankgeld
DNB zet private digitale geldvormen niet aan de kant.
Ter Weel noemt drie manieren waarop tokenized financiële activa kunnen worden afgerekend:
stablecoins, tokenized bankdeposito's en digitaal centralebankgeld.
Stablecoins hebben volgens DNB duidelijke voordelen.
Ze kunnen 24 uur per dag beschikbaar zijn en betalingen op digitale netwerken ondersteunen. Vooral bij grensoverschrijdende transacties kan dat aantrekkelijk zijn.
Voor gewone Europese winkelbetalingen ziet DNB minder noodzaak. Europese consumenten beschikken al over snelle en betrouwbare betaalmogelijkheden.
Nederlandse Qivalis krijgt expliciete vermelding
Opvallend is dat DNB in dezelfde speech ook Qivalis noemt.
Het Europese stablecoinproject heeft in
Nederland een vergunning als elektronischgeldinstelling aangevraagd.
Ter Weel gebruikt het project als voorbeeld dat digitaal geld niet uitsluitend vanuit de Verenigde Staten komt.
Tegelijkertijd blijven euro-stablecoins die onder
MiCA vallen volgens DNB veel kleiner dan de grote stablecoins in dollars.
Dat verschil speelt mee in de Europese zoektocht naar eigen digitale settlementmiddelen.
DNB waarschuwt voor versnipperde liquiditeit
De technologie alleen lost niet alles op.
Een groot probleem ontstaat wanneer verschillende blockchains, stablecoins en bancaire systemen niet goed met elkaar kunnen communiceren.
Dan kan liquiditeit worden verdeeld over losse netwerken.
Een bank kan bijvoorbeeld genoeg euro's op het ene systeem hebben, terwijl dezelfde liquiditeit op een ander DLT-netwerk niet direct bruikbaar is.
DNB waarschuwt dat de beloofde efficiëntiewinst dan gedeeltelijk kan verdwijnen.
Juist daarom krijgt interoperabiliteit zoveel aandacht.
DLT is een gedeeld digitaal register waarop verschillende partijen dezelfde transactiedata kunnen bijhouden. Een blockchain is één vorm daarvan.
Stablecoin betekent volgens DNB niet automatisch stabiel
Ook de kwaliteit van het geld achter een token blijft tellen.
DNB wijst erop dat het woord stablecoin geen garantie geeft dat een munt zijn koppeling met de euro of dollar vasthoudt.
Dat hangt onder meer af van de reserves achter de token, de liquiditeit daarvan en hoe transparant de uitgever daarover is.
MiCA legt in Europa regels op aan uitgevers, maar DNB blijft voorzichtig over de risico's wanneer stablecoins veel groter worden.
Voor grote financiële instellingen kan centralebankgeld daarom aantrekkelijk blijven als uiteindelijke afwikkellaag.
Appia moet de volgende fase uittekenen
Pontes is niet het eindpunt.
Naast het project werkt het Eurosysteem aan Appia.
Waar Pontes op korte termijn bestaande DLT-markten met TARGET verbindt, kijkt Appia naar een breder Europees systeem waarin tokenized activa en verschillende geldvormen naast elkaar kunnen werken.
De ECB wil daarvoor in 2028 een blauwdruk presenteren.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar regels, standaarden en de manier waarop verschillende markten met elkaar verbinding kunnen maken.
Europa gaat van proef naar echt geld
Het Eurosysteem voerde in 2024 al meer dan vijftig tests en experimenten uit met 64 marktpartijen.
Pontes verandert nu één fundamenteel onderdeel daarvan.
Het gaat niet langer alleen om een proefomgeving.
Echte marktpartijen krijgen toegang tot live afwikkeling in centralebankgeld voor transacties die op DLT plaatsvinden.
Voor de cryptosector is dat misschien wel belangrijker dan de keuze voor één specifieke blockchain.
Europa bouwt een model waarin stablecoins, tokenized bankgeld en centralebankgeld naast elkaar kunnen bestaan.
De volgende informatie wordt daarom veelzeggender dan de aankondiging zelf: welke vier DLT-operators gaan live, welke banken gebruiken Pontes als eerste en hoeveel echt handelsvolume volgt daarna?