De
ECB haalt 36 betaaldienstverleners binnen voor een digitale-europilot. Tegelijk groeit de markt voor dollarstablecoins naar ruim $300 miljard.
Dat lijkt op een strijd tussen twee digitale munten. Dat is het niet.
De digitale euro wordt geen crypto-asset en geen Europese versie van USDT. Het wordt centralebankgeld voor digitaal dagelijks gebruik, met banken en betaalbedrijven als toegangspoort.
Pilot bereikt de volledige Benelux
De
ECB maakte op 14 juli bekend dat 36 betaaldienstverleners zijn geselecteerd. Meer dan vijftig partijen hadden zich aangemeld.
De pilot begint volgens de huidige planning in de tweede helft van 2027. De test duurt twaalf maanden en gebruikt een bètaversie zonder status als wettig betaalmiddel.
De ECB en negentien nationale centrale banken doen mee. Nederland, België en Luxemburg zijn alle drie onderdeel van de test.
Medewerkers en geselecteerde winkeliers gaan online en offline betalingen uitvoeren. Het gaat om betalingen tussen personen, in winkels en bij webshops.
Daarmee verschuift het project van ontwerpdocumenten naar werkelijk betaalgedrag. De ECB wil testen of de techniek werkt en hoe gebruikers ermee omgaan.
Parlement opent de onderhandelingen
Het Europees Parlement gaf op 9 juli toestemming voor onderhandelingen met de Raad. De positie over de digitale euro kreeg 416 stemmen voor, 169 tegen en 22 onthoudingen.
Het Parlement wil dat de digitale euro zowel online als offline werkt. Basisdiensten moeten kosteloos zijn en privacybescherming moet in het ontwerp zitten.
Ook komt er volgens die onderhandelingspositie een maximum voor het bedrag dat iemand kan aanhouden. Zo moet worden voorkomen dat spaargeld bij stress massaal van commerciële banken naar de ECB verhuist.
De onderhandelingen kunnen nog wijzigingen opleveren. Het Parlement, de Raad en de Europese Commissie moeten eerst overeenstemming bereiken over de definitieve tekst.
De ECB beslist pas daarna of zij de digitale euro werkelijk uitgeeft. De centrale bank mikt onder voorwaarden op mogelijke eerste uitgifte in 2029.
Rulebook legt betaalregels vast
De ECB publiceerde op 2 juli versie 0.91 van het concept-rulebook. Dat document beschrijft hoe banken en betaaldienstverleners de digitale euro moeten verwerken.
Het gaat onder meer om betalingen, beveiliging, geschillen, gegevensuitwisseling en technische aansluiting. De regels moeten in ieder euroland dezelfde basiservaring opleveren.
De
ECB noemt het rulebook nog een concept. Het document is dus geen definitief handboek en kan tijdens de politieke onderhandelingen veranderen.
Toch laat versie 0.91 zien hoe ver de voorbereiding is. De discussie gaat niet meer alleen over de vraag waarom Europa digitaal centralebankgeld nodig zou hebben.
De ECB werkt nu uit hoe een betaling technisch verloopt, welke partij verantwoordelijk is en welke gegevens nodig zijn.
Geen cryptomunt van de ECB
De digitale euro wordt geen token waarvan de koers tegenover de euro beweegt. Eén digitale euro moet altijd één euro zijn.
De waarde komt niet uit reserves bij een private uitgever. De garantie komt rechtstreeks van het Eurosysteem, net als bij contant geld.
Bij een bankrekening heeft de gebruiker een vordering op een commerciële bank. Bij een private stablecoin hangt de terugbetaling af van de uitgever en de aangehouden reserves.
Bij een digitale euro gaat het om centralebankgeld. Dat verschil wordt vooral zichtbaar wanneer een bank of tokenuitgever problemen krijgt.
Stablecoins proberen vertrouwen technisch en juridisch te organiseren. De digitale euro begint bij het vertrouwen in de centrale bank.
Ook de technische vorm verschilt. Een digitale euro hoeft niet op een openbare blockchain te draaien.
De ECB bouwt een gecontroleerd betaalsysteem dat via banken en andere betaalinstellingen wordt aangeboden. Gebruikers krijgen dus niet vanzelf dezelfde vrijheid als bij een eigen cryptowallet.
Dollarstablecoins dwingen Europa tot actie
Stablecoins zijn wel degelijk onderdeel van de politieke druk. Hun totale marktwaarde lag volgens de BIS eind mei rond $320 miljard.
Die markt wordt bijna volledig door dollartokens gedragen. Eurostablecoins vormen ondanks Europese regels nog maar een klein deel.
DNB komt voor 2026 uit op ongeveer $300 miljard. Vijf jaar eerder was dat minder dan $30 miljard.
Het verschil met de BIS-meting komt onder meer door het gekozen meetmoment. Beide bronnen tonen dezelfde machtsverschuiving: digitale dollars groeien veel sneller dan digitale eurotokens.
Dat raakt meer dan cryptohandel. Stablecoinuitgevers houden grote hoeveelheden banktegoeden en kortlopende staatsobligaties aan.
Wanneer digitale handel steeds vaker in dollars wordt afgerekend, groeit ook buiten het bankwezen de rol van de Amerikaanse munt.
MiCA verandert die verdeling niet vanzelf
Europa heeft stablecoins via
MiCA onder regels gebracht. Uitgevers moeten onder meer reserves aanhouden, informatie geven en een passende vergunning hebben.
Dat kan de bescherming van gebruikers verbeteren. Het maakt een eurostablecoin alleen niet automatisch aantrekkelijker dan USDT of USDC.
Dollarstablecoins profiteren van diepe handelsmarkten, bestaande handelsparen en wereldwijde acceptatie. Een nieuwe eurotoken moet tegen dat netwerkeffect opboksen.
Ook Europese regels hebben daar tot nu toe weinig aan veranderd. De BIS stelt dat nationale toezichtskaders niet vanzelf grote markten voor niet-dollarstablecoins hebben veroorzaakt.
De digitale euro kiest daarom een andere route. Hij hoeft niet eerst dominant te worden op exchanges.
Hij moet bruikbaar worden in winkels, webshops en betalingen tussen Europese burgers.
Europa wil minder afhankelijk zijn
De ECB wijst erop dat geen enkele Europese digitale betaaloplossing het hele eurogebied dekt. Dertien eurolanden zijn voor kaartbetalingen volledig afhankelijk van internationale kaartnetwerken.
Ongeveer twee derde van de kaarttransacties in het eurogebied valt onder regels van niet-Europese bedrijven. Dat geeft buitenlandse partijen veel invloed op kosten, data en beschikbaarheid.
De digitale euro moet daar een Europees publiek alternatief naast zetten. Niet om banken, cash of private betaalapps direct te vervangen.
Het doel is een betaalmiddel dat in ieder euroland volgens dezelfde regels werkt. Banken en betaalbedrijven blijven daarbij het contactpunt voor gebruikers.
Dat is ook waarom Europa niet simpelweg een eigen stablecoin laat uitgeven. Een private eurotoken lost de afhankelijkheid van private aanbieders niet volledig op.
Offline betalen wordt onderscheidend
Voor Nederland en België ligt een van de duidelijkste functies bij offline betalen. Het tegoed kan volgens het ontwerp lokaal op een telefoon of betaalkaart staan.
Een betaling kan dan doorgaan wanneer internet, mobiele netwerken of banksystemen uitvallen. De digitale euro krijgt daarmee ook een rol als back-up.
DNB stelt dat offline privacy vergelijkbaar moet zijn met contant geld. De centrale bank en de bank zouden niet kunnen zien aan wie iemand betaalt.
Dat verschilt van de meeste stablecointransacties. Die worden via een
blockchain verwerkt en blijven daar meestal openbaar te volgen.
Een blockchainadres toont niet automatisch een naam. Zodra een adres aan een persoon wordt gekoppeld, kan wel een groot deel van de transactiegeschiedenis zichtbaar worden.
De digitale euro belooft een andere balans. De toegang wordt gecontroleerd, maar offline betalingen moeten weinig sporen achterlaten.
Stablecoins hebben nog geen wereldbetaling veroverd
Stablecoinbedrijven wijzen vaak op internationale betalingen als grote toepassing. De markt is daar nog kleiner dan de handelsvolumes doen vermoeden.
De Financial Stability Board schat de totale grensoverschrijdende betaalstroom in 2024 rond $200 biljoen. Stablecoins vertegenwoordigden volgens sommige schattingen in 2025 minder dan 0,2% daarvan.
Dat betekent niet dat stablecoins geen nut hebben. Ze kunnen geld sneller tussen handelsplatformen, wallets en landen verplaatsen.
Hun grootste activiteit blijft alleen sterk verbonden met cryptohandel. Veel gemeten transacties zijn interne walletbewegingen of handel tussen partijen binnen hetzelfde digitale systeem.
De FSB ziet daarom eerder ruimte voor hybride modellen. Stablecoins kunnen samenwerken met bankgeld, valutahandel en bestaande afwikkelingssystemen.
DNB verwacht meerdere digitale eurovormen
DNB plaatst stablecoins en de digitale euro niet tegenover elkaar als absolute rivalen. In de betaalstrategie voor 2026 tot en met 2028 noemt de centrale bank meerdere vormen van digitaal geld.
Daaronder vallen stablecoins, getokeniseerde bankdeposito’s en centralebankgeld. Iedere vorm heeft een andere uitgever en een ander risicoprofiel.
Een getokeniseerd deposito blijft een schuld van een commerciële bank. Een stablecoin is een verplichting van een private uitgever.
De digitale euro wordt een verplichting van de centrale bank. DNB ziet ruimte voor meerdere vormen, zolang duidelijk blijft wie de waarde garandeert.
Dat is voor bedrijven belangrijker dan de gebruikte techniek. Een token kan snel en programmeerbaar zijn, maar de juridische tegenpartij bepaalt wat er bij stress gebeurt.
Crypto krijgt een sterkere euroconcurrent
Voor exchanges en walletbedrijven kan de digitale euro nieuwe betaalmogelijkheden bieden. Eurotegoeden zouden sneller tussen gebruikers en aanbieders kunnen bewegen.
Toch is niet bekend hoeveel toegang cryptobedrijven uiteindelijk krijgen. De definitieve regels moeten nog bepalen welke partijen digitale-eurodiensten mogen aanbieden en onder welke voorwaarden.
Voor eurostablecoins wordt de commerciële vraag scherper. Zij moeten uitleggen waarom een gebruiker een private token nodig heeft naast digitaal centralebankgeld.
Hun voordeel kan liggen bij openbare netwerken, internationale handel, programmeerbare transacties en toepassingen binnen
DeFi.
De digitale euro heeft andere troeven: wettelijke status, brede acceptatie, offline gebruik en de garantie van de centrale bank.
De strijd draait om wie het risico draagt
De keuze tussen een digitale euro en een stablecoin gaat niet alleen over snelheid of gebruiksgemak.
Bij iedere vorm van digitaal geld blijft dezelfde vraag over: wie moet betalen wanneer de techniek faalt, reserves tekortschieten of een uitgever omvalt?
De ECB probeert dat risico binnen het publieke geldstelsel te houden. Stablecoins leggen het bij private uitgevers, reservebeheerders en banken.
De pilot van 2027 moet bewijzen dat publiek digitaal geld ook praktisch kan werken. Het wetgevingsproces moet bepalen hoeveel privacy, gebruiksvrijheid en toegang burgers werkelijk krijgen.
Europa bouwt dus geen cryptomunt om USDT te verslaan. Het bouwt een digitale vorm van cash om te voorkomen dat publiek geld verdwijnt uit het dagelijkse betaalverkeer.
Stablecoins hebben snelheid en wereldwijde liquiditeit. De digitale euro heeft de centrale bank achter zich.
Welke vorm uiteindelijk de standaard wordt, hangt niet alleen af van code. Het hangt af van welk risico gebruikers bereid zijn te dragen.