Datacenters boven 500 kilowatt krijgen straks een openbaar Europees label voor hun stroom- en waterprestaties. De eerste labels moeten in 2027 verschijnen, precies terwijl de
EU haar datacentercapaciteit fors wil uitbreiden voor
AI en cloudcomputing.
De spanning is duidelijk. Europese datacenters gebruikten in 2024 ongeveer 68 TWh elektriciteit. De
Europese Commissie verwacht dat dit richting 2030 kan oplopen tot 114 TWh, goed voor ongeveer 3,2% van de totale EU-elektriciteitsvraag. AI wordt daarbij als belangrijke aanjager genoemd.
Datacenters krijgen twee duidelijke rapportcijfers
De Europese Commissie nam op 21 september een nieuwe gedelegeerde verordening aan voor een gezamenlijk beoordelingssysteem.
Het systeem gebruikt gegevens die exploitanten al aan de Europese databank voor datacenters rapporteren. Daaruit wordt automatisch een elektronisch label gemaakt.
Twee indicatoren krijgen een duidelijke A-tot-G-schaal.
De eerste is Power Usage Effectiveness, of PUE. Dat cijfer vergelijkt het totale stroomverbruik van een datacenter met de elektriciteit die daadwerkelijk naar IT-apparatuur gaat.
Hoe dichter PUE bij 1 ligt, hoe kleiner het stroomverbruik buiten servers en andere IT-apparatuur.
Een PUE van maximaal 1,15 krijgt klasse A. Boven 1,9 volgt klasse G.
Ook water krijgt een A-tot-G-score
De tweede maatstaf is Water Usage Effectiveness, afgekort WUE.
Daarmee wordt zichtbaar hoeveel water nodig is in verhouding tot het computerwerk dat het datacenter levert. Koeling speelt daarbij vaak een belangrijke rol.
Ook WUE krijgt zeven categorieën.
Een waarde tot 0,1 valt in klasse A. Een WUE boven 1,0 krijgt klasse G.
Dat onderscheid telt, omdat koelsystemen sterk van elkaar verschillen.
Een datacenter in een koel klimaat met een ander koelsysteem kan heel anders presteren dan een vergelijkbare locatie in een warm of waterschaarser gebied.
De Commissie wil daarom dat het label ook uitleg geeft over lokale omstandigheden en de wisselwerking tussen energie- en watergebruik.
Label laat meer zien dan stroom en water
De twee letterscores zijn niet het hele verhaal.
Het label vermeldt ook welke energiebronnen worden gebruikt, of een locatie diensten aan het elektriciteitsnet kan leveren en of het datacenter technisch klaar is om restwarmte af te geven aan externe gebruikers.
Daarnaast worden onder meer locatie, omvang, type datacenter en ingebruiknamedatum zichtbaar.
Daarmee wil Brussel locaties beter vergelijkbaar maken zonder alle vertrouwelijke bedrijfsgegevens openbaar te maken.
Grens ligt bij 500 kilowatt
De bestaande Europese rapportageplicht richt zich op datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van minimaal 500 kW.
De nieuwe regeling bouwt daarop voort.
Kleinere datacenters mogen vrijwillig deelnemen en eveneens een label aanvragen wanneer zij de benodigde gegevens rapporteren. Ook datacenters die nog in aanbouw zijn kunnen onder voorwaarden vrijwillig meedoen.
Er geldt daarnaast een uitzondering voor locaties die uitsluitend diensten leveren voor defensie en civiele bescherming van een lidstaat.
Eerste labels uiterlijk augustus 2027
De Commissie heeft de gedelegeerde verordening aangenomen, maar daarmee is het proces nog niet volledig afgerond.
Europees Parlement en Raad krijgen eerst de gebruikelijke controleperiode van twee maanden. Zij kunnen bezwaar maken tegen de gedelegeerde handeling, maar de tekst niet zelf wijzigen.
Wanneer die stap zonder bezwaar wordt afgerond, moeten de eerste elektronische labels volgens de verordening uiterlijk 15 augustus 2027 automatisch worden gegenereerd.
Daarna volgt ieder jaar een nieuw label op basis van de nieuwste gerapporteerde gegevens.
Europa wil tegelijk veel meer datacenters
De strengere transparantie komt niet op een moment waarop Europa minder rekenkracht wil.
Precies het tegenovergestelde.
De EU wil haar datacentercapaciteit in ongeveer vijf tot zeven jaar minstens verdrievoudigen. Dat plan hangt samen met de bredere Europese inzet op cloudcomputing en AI.
Meer capaciteit betekent meer GPU's, servers en koeling.
Maar uiteindelijk betekent het vooral meer vraag naar elektriciteit.
Juist daarom probeert Brussel uitbreiding van AI-capaciteit en energiebeleid steeds dichter bij elkaar te brengen.
AI duwt stroomvraag omhoog
De Commissie verwacht dat Europese datacenters richting 2030 meer dan 3% van alle elektriciteit in de EU kunnen gebruiken.
In de vandaag aangenomen regeling wordt uitgegaan van 68 TWh in 2024 en ongeveer 114 TWh in 2030.
Accelerated computing speelt daarbij een grote rol.
AI-training en het uitvoeren van grote modellen gebruiken gespecialiseerde chips die veel elektriciteit vragen. De Commissie noemt de snelle adoptie van AI daarom expliciet als een van de belangrijkste oorzaken van de verwachte groei.
Het probleem wordt lokaal nog scherper.
Datacenters staan niet gelijkmatig over Europa verdeeld. Grote clusters kunnen daardoor op specifieke plekken zwaar drukken op het beschikbare stroomnet.
Water wordt tweede knelpunt
Elektriciteit is maar één deel van de rekening.
Datacenters produceren veel warmte. Afhankelijk van de gekozen techniek kan water worden gebruikt om die warmte af te voeren.
Daarom kijkt Brussel niet alleen naar hoeveel stroom een locatie gebruikt, maar ook naar hoeveel zoetwater nodig is.
Dat betekent niet dat ieder groot datacenter automatisch enorme hoeveelheden drinkwater verbruikt.
Techniek, buitentemperatuur en lokale omstandigheden maken veel verschil.
Juist dat verschil moet door de WUE-score makkelijker zichtbaar worden.
Restwarmte kan miljoenen woningen verwarmen
De Commissie ziet ook mogelijkheden om een deel van het energiegebruik nuttiger te maken.
Vrijwel alle elektriciteit die servers gebruiken eindigt uiteindelijk als warmte.
Wanneer gemiddeld 50% van de restwarmte van Europese datacenters bruikbaar zou worden gemaakt, zou dat theoretisch overeenkomen met de totale warmtevraag van bijna vier miljoen Europese huishoudens.
Dat is nadrukkelijk een theoretische vergelijking.
Een datacenter moet dicht genoeg bij een geschikte warmteafnemer staan. Ook temperatuur, leidingen en kosten bepalen of hergebruik daadwerkelijk haalbaar is.
Daarom vermeldt het nieuwe label apart of een datacenter technisch klaar is om restwarmte aan externe gebruikers te leveren.
Efficiëntere koeling kan groot verschil maken
De Commissie geeft ook een indicatie van hoeveel verschil betere techniek kan maken.
Een verbetering van PUE van 1,6 naar 1,2 kan het totale elektriciteitsverbruik van een datacenter volgens de onderliggende analyse met ongeveer 25% verminderen.
Een daling van WUE van 1,0 naar 0,5 kan het watergebruik met ongeveer 50% terugbrengen.
Dat zijn geen garanties voor iedere locatie.
Ze illustreren wel waarom Brussel de prestaties van individuele datacenters vergelijkbaar wil maken voordat de sector verder groeit.
Transparantie kan later veranderen in harde normen
Het label is bovendien niet het eindpunt.
De Commissie startte op dezelfde dag een openbare consultatie over minimale prestatie-eisen voor Europese datacenters.
Die loopt twaalf weken en sluit op 14 december 2026. Brussel wil de resultaten gebruiken voor een mogelijk wetsvoorstel in het tweede kwartaal van 2027.
Welke ondergrenzen daarin terechtkomen, ligt nog niet vast.
De huidige stap draait dus vooral om meten, classificeren en vergelijken.
De volgende kan bepalen welke prestaties uiteindelijk niet meer voldoende zijn.
Nederland en België vallen rechtstreeks onder het systeem
Voor Nederland en België is dit geen verre Brusselse discussie.
De regels gelden rechtstreeks voor datacenters binnen de EU die aan de voorwaarden voldoen.
Daarmee worden stroomgebruik, waterprestaties en mogelijkheden voor restwarmte steeds zichtbaarder voor overheden, klanten en andere partijen.
Dat kan vooral tellen in regio's waar nieuwe AI-capaciteit concurreert met woningen en bedrijven om beschikbare netruimte.
Een datacenter wordt dan niet alleen beoordeeld op hoeveel rekenkracht erin past.
Ook de hoeveelheid elektriciteit en water die nodig is om die rekenkracht draaiende te houden, wordt onderdeel van het Europese rapportcijfer.
De AI-race krijgt daarmee een fysieke grens
De discussie rond AI gaat vaak over modellen, chips en wie toegang heeft tot de snelste GPU's.
Europa maakt nu een andere beperking steeds zichtbaarder.
Een miljoen krachtige chips zijn weinig waard wanneer er onvoldoende stroom beschikbaar is om ze te laten draaien of wanneer koeling lokaal te veel water vraagt.
De EU probeert daarom tegelijkertijd meer computerkracht te bouwen en de kosten daarvan meetbaar te maken.
Vanaf 2027 krijgt de Europese AI-race daardoor niet alleen benchmarks voor modellen, maar ook rapportcijfers voor de gebouwen waarin die modellen draaien.