Een exporteur krijgt geld via een
stablecoin. De Britse importeur rekent dezelfde handelsstroom uiteindelijk af met digitaal centralebankgeld.
Dat scenario wordt getest rond de
Bank of England, Polygon Labs en NOBO Finance. Daarmee verschuift de digitale pond van een los CBDC-concept naar een fundamentelere vraag: kunnen privaat en publiek digitaal geld binnen één betaling samenwerken?
De Bank of England bevestigt dat NOBO Finance samen met Dun & Bradstreet en Polygon deelneemt aan Phase 2 van het
Digital Pound Lab. Het lab gebruikt gesimuleerde systemen, zonder echte klanten of echt geld.
Stablecoin betaalt eerst, digitale pond sluit af
De interessantste proef draait om handelsfinanciering voor kleinere bedrijven.
Een exporteur hoeft normaal soms weken te wachten totdat een buitenlandse klant een factuur betaalt. Bij invoice factoring krijgt het bedrijf eerder geld, waarna een financier later de betaling van de klant ontvangt.
In het geteste model loopt dat voorschot via een
stablecoin. De Britse importeur kan de uiteindelijke betaling daarna afwikkelen met een gesimuleerde digitale pond.
Polygon bevestigde woensdag zelf dat het met NOBO en Dun & Bradstreet werkt aan tests rond de digitale pond en grensoverschrijdende stablecoinbetalingen. Het bedrijf brengt daarvoor zijn Open Money Stack mee.
Dat is meer dan een technische koppeling.
Een stablecoin is privaat geld. De gebruiker vertrouwt op de uitgever, reserves en regels achter de token. Een digitale pond zou juist een digitale vorm van centralebankgeld zijn.
Die twee geldsoorten worden hier niet tegenover elkaar gezet. Ze krijgen ieder een andere taak binnen dezelfde betaling.
Bank of England kiest niet voor één winnaar
Daarmee raakt de proef een machtsstrijd die ook buiten het Verenigd Koninkrijk speelt.
Centrale banken onderzoeken eigen digitale valuta, terwijl
stablecoins al miljarden dollars door cryptonetwerken sturen. Banken ontwikkelen daarnaast getokeniseerde banktegoeden.
De gebruikelijke discussie draait om de winnaar. Stablecoin, bankgeld of CBDC.
De Britse test kiest een andere route.
Het betaalmiddel aan het begin van een transactie hoeft niet hetzelfde geldtype te zijn als het middel waarmee die transactie eindigt.
Dat lijkt technisch, maar raakt direct aan wie geld mag uitgeven en wie de eindafrekening controleert.
Hetzelfde onderscheid speelt bij de Europese
digitale euro. Ook daar staat publiek digitaal geld naast private betaalmiddelen, niet automatisch in plaats daarvan.
Kredietcontrole moet herbruikbaar worden
De tweede proef draait niet om geld, maar om vertrouwen.
NOBO, Dun & Bradstreet en Polygon werken aan een financieel profiel dat een kleiner bedrijf bij meerdere financieringsaanvragen kan hergebruiken. Daarbij kunnen onder meer wallettransacties, open-financegegevens en bedrijfsinformatie worden samengebracht.
Via
smart contracts kunnen geverifieerde uitkomsten en toestemming rond gegevensgebruik digitaal worden vastgelegd.
Het doel is simpel: een ondernemer moet niet voor iedere financier opnieuw vanaf nul bewijzen wie hij is, hoe gezond het bedrijf is en welke transacties zijn uitgevoerd.
Voor internationale handel kan dat zwaar wegen. Niet alleen de betaling kost tijd. Identiteitscontroles, documenten en kredietbeoordelingen vertragen financiering eveneens.
Snellere settlement helpt weinig wanneer de financier daarvoor dagen bezig blijft met controles.
Polygon krijgt geen stempel van de centrale bank
De aanwezigheid van Polygon betekent niet dat de Bank of England voor Polygon als netwerk heeft gekozen.
De centrale bank zegt expliciet dat deelname aan het lab geen goedkeuring van bedrijven, producten of diensten inhoudt. Ook de keuzes binnen demonstraties zeggen niets over later beleid.
Dat onderscheid is belangrijk.
Het Digital Pound Lab draait op een demonstratieboekhouding die volgens de Bank of England zelf niet op blockchain is gebouwd. Daarnaast kunnen deelnemers programmeerbare systemen testen en koppelen aan die centrale omgeving. Een keuze voor distributed ledger technology bij een echte digitale pond is nog niet gemaakt.
Polygon levert dus een stuk van de test. Niet de blauwdruk voor het Britse geldstelsel.
Digitale pond is nog altijd geen besluit
Ook de digitale pond zelf is niet besloten.
De Bank of England gebruikt het lab juist om te onderzoeken welke toepassingen werken en welke technische keuzes nodig zouden zijn. De experimenten moeten meewegen bij de bredere beoordeling van een mogelijke digitale pond.
Voor crypto is daarom vooral de gekozen geldmix interessant.
Stablecoins verdwijnen in deze proef niet zodra centralebankgeld digitaal wordt. Ze kunnen juist een commerciële rol houden, terwijl de centrale bank een andere laag van de betaling bedient.
Dat sluit aan bij een bredere verschuiving waarbij
centralebankgeld en private tokens naast elkaar terechtkomen.
De Bank of England test daarmee niet alleen hoe een digitale pond kan werken.
Ze test iets politiek gevoeligers: hoeveel ruimte privaat digitaal geld krijgt wanneer de centrale bank zelf dezelfde digitale betaalwereld binnengaat.