MiCA regelt cryptodienstverleners, maar de
ECB kijkt naar de laag eronder: het geld waarmee markten echt afwikkelen. Daar wil de centrale bank geen lege stoel laten voor
stablecoins.
De boodschap uit Frankfurt is scherp. Tokenisatie mag groeien, maar centralebankgeld moet het anker blijven.
Settlement betekent dat een transactie definitief wordt afgerond. Centralebankgeld is geld van de centrale bank en geldt binnen het financiële systeem als de veiligste afwikkelvorm.
ECB zet twee routes naast elkaar
ECB-bestuurder Piero Cipollone schetste op 2 juli in een
presentatie over geld, betalingen en financiële markten een dubbele route.
De eerste route is de
digitale euro voor gewone betalingen. Dat is retail: betalen in winkels, online of tussen personen.
De tweede route is getokeniseerd centralebankgeld voor wholesale-markten. Wholesale betekent hier: banken, centrale bewaarders, handelsplatformen en grote financiële partijen.
Dat onderscheid telt. De digitale euro gaat over dagelijks betalen. Pontes en Appia gaan over de marktmachine achter effecten, onderpand en grote transacties.
Stablecoins krijgen een publiek tegengewicht
De ECB zet private geldvormen niet buiten de deur. In de presentatie staan
stablecoins en tokenized deposits naast publiek centralebankgeld.
Een stablecoin is een token dat meestal aan een munt als de dollar of euro hangt. Een tokenized deposit is een bankdeposito in tokenvorm.
Maar de ECB plaatst daar een harde voorwaarde naast. De veilige settlementlaag moet publiek verankerd blijven.
Volgens de ECB kan getokeniseerd centralebankgeld helpen bij veilige afwikkeling, standaarden, finaliteit en minder systeemrisico. Finaliteit betekent dat een betaling juridisch definitief is.
Waarom stablecoins niet genoeg zijn
De ECB wijst ook op grenzen bij stablecoins. Denk aan volledige reserve-eisen, schaarste van veilige activa en druk op banken.
Volledige reserve-eisen betekenen dat uitgevers veilige bezittingen moeten aanhouden tegenover uitgegeven tokens. Dat klinkt geruststellend, maar kan bij grote schaal veel veilige activa vastzetten.
Bankdisintermediatie is de andere zorg. Simpel gezegd: geld kan uit bankdeposito’s wegstromen naar tokens buiten de bankbalans.
Dat hoeft niet meteen fout te gaan. Maar voor een centrale bank is het genoeg reden om publiek settlementgeld niet te laten verdwijnen uit nieuwe markten.
Pontes wordt de eerste brug
Het meest concrete project heet Pontes. De
ECB-pagina over Pontes noemt het de DLT-oplossing van het Eurosysteem voor wholesale-transacties in centralebankgeld.
DLT staat voor distributed ledger technology. Dat is de techniek achter gedeelde registers zoals blockchains.
Pontes moet markt-DLT-platforms koppelen aan TARGET Services. TARGET is de betaal- en afwikkelomgeving van het Eurosysteem.
De presentatie noemt een lancering in september 2026. De Pontes-pagina spreekt breder over het derde kwartaal van 2026.
Twee manieren om af te wikkelen
Pontes krijgt een dubbel settlementmodel. Marktpartijen kunnen afwikkelen op het DLT-platform van het Eurosysteem met cash tokens.
Ze kunnen ook via T2 afwikkelen. T2 is het real-time bruto-settlementsysteem van het Eurosysteem.
De juridische finaliteit voor de cashleg ontstaat zodra de bijbehorende transactie in T2 is voltooid. Dat is de kern van de ECB-aanpak.
DLT mag de markt sneller en programmeerbaarder maken. Maar de euro-afwikkeling blijft verbonden met het centrale geldstelsel.
Appia kijkt verder dan de brug
Pontes is de korte route. Appia is de grotere bouwtekening.
Volgens de
ECB-pagina over Appia onderzoekt het Eurosysteem hoe centralebankgeld en onderpanddiensten via verschillende DLT-netwerken kunnen worden aangeboden.
Onderpand is bezit dat wordt gebruikt als zekerheid bij financiële transacties. In wholesale-markten is dat geen detail, maar dagelijks gereedschap.
Appia moet in 2028 een blueprint opleveren. Daarin komen bevindingen, aanbevelingen en principes voor een veilig Europees tokenstelsel.
Digitale euro blijft apart spoor
De
digitale euro loopt naast deze wholesale-agenda.
De ECB noemt de digitale euro een digitale vorm van contant geld voor iedereen in de eurozone. Betalen moet online en offline kunnen.
De centrale bank wil klaar zijn voor een mogelijke eerste uitgifte in 2029. Dat hangt af van EU-wetgeving die volgens de ECB eerst moet worden aangenomen.
Daarmee is er nog geen definitief besluit. De ECB bereidt voor, maar de politieke deur moet nog open.
Wat dit betekent voor crypto
Voor crypto is dit geen kleine voetnoot. De ECB zegt eigenlijk: tokenisatie is te belangrijk om alleen aan private tokens over te laten.
Dat raakt stablecoins, tokenized deposits en DLT-platforms. Zij kunnen groeien, maar moeten passen rond publiek geld als afwikkelanker.
Voor gebruikers klinkt dat ver weg. Voor beurzen, custodians, banken en fondsen is het juist dichtbij.
Wie straks effecten, onderpand of euroliquiditeit in tokenvorm wil gebruiken, krijgt te maken met de rails van de ECB.
De Benelux krijgt ECB-tokenisatie aan de voordeur
Voor Nederland, België en Luxemburg is dit direct relevant. De regio heeft banken, bewaarpartijen, fondsen, handelsplatformen en betaalbedrijven die op euro-afwikkeling draaien.
MiCA bepaalt wie cryptodiensten mag aanbieden. Pontes en Appia bepalen welke geldlaag onder tokenmarkten kan komen te liggen.
Dat is de echte machtsvraag. Niet alleen welk token wint, maar welk geld de transactie definitief maakt.
De ECB geeft het antwoord al mee. Stablecoins mogen meedoen, maar de laatste ankerlijn blijft bij centralebankgeld.