Amsterdam AI-datacenter

Amsterdam komt als duurst uit de bus terwijl AI-datacenters steeds verder weg trekken

kunstmatige intelligentie20 aug , 11:11
Amsterdam zit op ongeveer €2,7 miljoen per megawatt voor powered land. Daarmee is de Nederlandse hoofdstad de duurste grote Europese datacentermarkt in nieuwe JLL-data.
Juist nu verandert AI de rekensom. Nieuwe hyperscaleprojecten komen gemiddeld honderden kilometers verder van traditionele hubs te liggen. Niet de postcode, maar beschikbare stroom begint de locatie te bepalen.

Nieuwe AI-datacenters liggen gemiddeld 175 kilometer verderop

De verschuiving is fors.
Hyperscaleprojecten die tussen 2026 en 2028 gepland staan, liggen gemiddeld 175 kilometer van een grote hub. Bij projecten die tussen 2022 en 2025 werden opgeleverd, was dat volgens JLL slechts 46 kilometer.
Ook de bouwlocaties veranderen.
Greenfieldprojecten zijn goed voor 39% van de Europese pijplijn voor 2026 tot en met 2028. In de voorgaande periode lag dat aandeel op 8%.
Greenfield betekent hier dat een groot nieuw complex op grotendeels onbebouwde grond wordt ontwikkeld. Dat geeft hyperscalers meer ruimte voor stroomaansluitingen, koeling en latere uitbreiding.
AI-training duwt die beweging vooruit.
Het trainen van grote modellen vraagt enorme hoeveelheden elektriciteit, maar hoeft niet altijd vlak bij gebruikers te gebeuren. Een paar extra milliseconden vertraging wegen daar minder zwaar dan toegang tot honderden megawatts.

Amsterdam voert de prijslijst aan

Daar raakt het verhaal Nederland.
JLL-data die deze week werden gepubliceerd zetten powered land in Amsterdam op ongeveer €2,7 miljoen per megawatt IT-capaciteit. Londen volgt rond €2,6 miljoen en Frankfurt rond €2,5 miljoen.
In secundaire Europese steden ligt het gemiddelde rond €978.000 per megawatt. Voor tertiaire markten komt dat uit rond €512.000.
Bij Bordeaux kunnen locaties zelfs richting €200.000 per megawatt zakken.
Dat verschil is groot, maar powered land is geen gewoon stuk bedrijfsgrond.
De waarde zit vooral in de stroom die daadwerkelijk beschikbaar kan komen. Een goedkoop terrein zonder haalbare netaansluiting heeft voor een groot AI-complex weinig waarde.
Een duurder terrein met tientallen of honderden megawatts beschikbaar vermogen kan juist veel aantrekkelijker zijn.

De stroomaansluiting wint van de postcode

JLL beschrijft een markt die in twee delen uiteenvalt.
Diensten waarbij iedere milliseconde telt, blijven dicht bij grote steden, klanten en internetknooppunten. Denk aan toepassingen die direct op gebruikersverkeer moeten reageren.
Grote AI-trainingsclusters werken anders.
JLL stelt dat trainingsprojecten vanaf ongeveer 100 megawatt veel minder gevoelig zijn voor afstand. Zij bewegen eerder richting locaties waar stroom, grond en bouwruimte beschikbaar zijn.
Meer dan de helft van de verwachte Europese AI-groei komt volgens JLL daardoor terecht in de Nordics en andere Tier 2-markten.
Dat betekent niet dat Amsterdam, Frankfurt, Londen, Parijs en Dublin verdwijnen.
De vijf FLAP-D-markten hebben samen ongeveer 3,8 gigawatt aan actieve capaciteit. Nog eens 1,4 GW is in aanbouw en ongeveer 2 GW staat gepland.
De kernmarkten blijven groeien. Alleen hoeven de grootste nieuwe AI-complexen daar niet automatisch meer tussen te passen.

Amsterdam heeft nog een tweede probleem

De hoge grondprijs staat niet op zichzelf.
Amsterdam heeft weinig ruimte en het elektriciteitsnet zit op veel plekken vol. Daar komt gemeentelijk beleid bovenop.
De gemeente heeft het vestigingsbeleid voor datacenters in 2025 aangescherpt naar “nee, tenzij”. De regels gelden voor nieuwe vestigingen én uitbreidingen.
Dat is nauwkeuriger dan stellen dat Amsterdam ieder nieuw datacenter volledig heeft verboden.
De boodschap richting ontwikkelaars is wel hard: extra capaciteit moet aan strengere voorwaarden voldoen en kan niet meer vanzelfsprekend worden ingepland.
Voor een hyperscaler met plannen voor een AI-campus van honderden megawatts telt iedere vertraging. Een goedkopere locatie met sneller beschikbare stroom kan dan al snel winnen.

De klassieke Europese hubs blijven nodig

Toch is afstand niet voor iedere rekentaak een voordeel.
Amsterdam heeft een dicht netwerk van cloudbedrijven, zakelijke klanten en verbindingen met andere Europese knooppunten. Dat blijft waardevol voor werk waarbij snelheid richting de eindgebruiker telt.
JLL ziet daarom geen leegloop van de grote datacentersteden.
Het geld verspreidt zich.
Nieuwe AI-capaciteit kan naar Scandinavië, Zuid-Europa of kleinere Europese markten gaan, terwijl bestaande hubs hun positie houden voor cloud, bedrijfsdata en toepassingen met lage latency.
De strijd gaat dus niet om Amsterdam óf nieuwe regio's.
Het gaat om welk type computerwerk op welke plek economisch nog logisch is.

Big Tech zet honderden miljarden achter die verschuiving

De bedragen maken duidelijk waarom die locatiekeuze zwaarder gaat wegen.
De vier grootste hyperscale-cloudbedrijven zullen volgens JLL in 2026 samen naar verwachting ongeveer $725 miljard uitgeven aan investeringen. Voor 2025 noemt JLL ongeveer $410 miljard.
Een groot deel daarvan hangt samen met AI-compute en datacenters.
JLL verwacht daarnaast dat AI tegen 2030 ongeveer de helft van alle wereldwijde datacentercapaciteit kan gebruiken.
Daar zit een fysieke grens aan.
GPU's kunnen besteld worden. Modellen kunnen worden ontwikkeld. Maar zonder stroomaansluiting kunnen die chips nergens draaien.
Dat maakt beschikbare megawatts bijna net zo bepalend als de hardware zelf.

Waarom dit ook voor crypto telt

Voor crypto is de verbinding directer dan hij op het eerste gezicht lijkt.
De AI-compute-economie concurreert om chips, stroom, grond en financiering. Gedecentraliseerde computenetwerken krijgen daardoor te maken met dezelfde prijsdruk als grote cloudpartijen.
Goedkope GPU's alleen lossen dat niet op.
Wie rekenkracht wil verkopen, moet die machines langdurig kunnen voeden en voldoende bezetting vinden. Grote hyperscalers hebben daarbij schaal, financiering en langlopende stroomcontracten aan hun kant.
Ook Bitcoin-mining raakt deze verschuiving. Miners hebben jarenlang gezocht naar goedkope elektriciteit en grote stroomaansluitingen. AI-bedrijven jagen nu op veel van dezelfde grondstoffen.
Dat kan de waarde van bestaande locaties veranderen.
Een terrein dat ooit vooral interessant was voor mining, kan meer waard worden wanneer een AI-partij bereid is meer voor dezelfde megawatts te betalen.
Voor de bredere categorie crypto-AI ligt daar de harde test. Een token kan rekenkracht verdelen of verhandelbaar maken, maar kan geen ontbrekende netaansluiting vervangen.

De volgende AI-race begint bij het stopcontact

Amsterdam blijft een van Europa's grote datacenterhubs. De cijfers wijzen niet op het einde van die positie.
Ze laten wel zien dat omvangrijke AI-training een andere kaart volgt.
Een locatie op 175 kilometer afstand kan aantrekkelijker zijn dan grond naast een bestaand internetknooppunt wanneer daar sneller honderd megawatt beschikbaar komt.
Dat verandert de machtsverhouding.
De volgende fase van AI wordt niet alleen beslist door wie de beste chip of het sterkste model bezit. Ze wordt ook beslist door wie die machines daadwerkelijk van stroom kan voorzien.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading