Een
ChatGPT-prompt kan in een strafdossier belanden en bescherming verliezen. De rechtbank Rotterdam laat zien dat
AI-gebruik rond gevoelige informatie juridisch harder kan uitpakken dan veel gebruikers denken.
Dat raakt ook crypto. Wie walletdata, exchange-screenshots of transacties in een AI-tool plakt, maakt mogelijk een spoor dat later tegen hem of haar kan werken.
De uitspraak van de rechtbank Rotterdam dateert van 12 juni 2026 en werd op 30 juli gepubliceerd als
ECLI:NL:RBROT:2026:9319. De zaak draaide om in beslag genomen digitale gegevensdragers in een strafzaak.
Daarop werd gezocht naar mogelijk verschoningsgerechtigde informatie. Dat is informatie die normaal buiten bereik van opsporing kan blijven, zoals vertrouwelijke communicatie met een advocaat.
De prompt werd onderdeel van het dossier
De rechter-commissaris vond een ChatGPT-prompt waarmee een tekst was opgesteld. Die tekst leek bedoeld voor een geheimhouder. In de gegenereerde tekst werd ook de naam van zo’n geheimhouder genoemd.
Daarna kwam de harde juridische vraag: blijft informatie vertrouwelijk als iemand die eerst in een externe AI-tool invoert?
De rechter-commissaris oordeelde dat dit onder omstandigheden kan gelden als openbaarmaking. Daardoor kan de vertrouwelijkheid worden doorbroken.
Dat betekent niet dat elke AI-chat automatisch bewijs wordt. Het betekent wel dat ChatGPT-gesprekken niet vanzelf achter dezelfde muur staan als rechtstreeks contact met een advocaat.
Een prompt aan AI is geen gesprek met je advocaat. Dat verschil kan in een strafzaak zwaar wegen.
In deze zaak werden de ChatGPT-gesprekken die eerst als mogelijk verschoningsgerechtigd waren aangemerkt, uiteindelijk niet als verschoningsgerechtigd behandeld. De geschoonde dataset mocht daarna naar het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie, met voorwaarden voor toegang en logging.
Crypto maakt het risico concreet
De zaak ging niet over crypto. Toch is de link snel gelegd.
Bij cryptofraude, beleggingsclaims en discussies met
exchanges draait bijna alles om digitale sporen. Denk aan walletadressen, stortingen, opnames, KYC-documenten, chatberichten en screenshots.
Wie slachtoffer is van fraude, wil vaak snel hulp. Dan is het verleidelijk om ChatGPT te vragen om een aangifte, klachtbrief of eerste bericht aan een advocaat te schrijven.
Juist daar gaat het mis. Zulke prompts bevatten vaak bedragen, namen,
wallets, seed-gerelateerde hints, handelsgeschiedenis of vermoedens over daders.
Een AI-tool kan helpen met taal. Maar hij is geen geheimhouder.
OpenAI-instellingen lossen het juridische punt niet op
OpenAI schrijft in zijn
uitleg over modelverbetering dat content van individuele gebruikers kan worden gebruikt om modellen te trainen, tenzij zij daarvoor opt-outen. OpenAI vermeldt ook dat zakelijke diensten, zoals ChatGPT Business, Enterprise en de API, standaard niet voor training worden gebruikt.
Dat is praktisch belangrijk. Maar het lost het strafrechtelijke probleem niet automatisch op.
De Rotterdamse uitspraak draait namelijk niet alleen om training. Zij draait om het delen van mogelijk vertrouwelijke informatie buiten de beschermde relatie met een geheimhouder.
Met andere woorden: zelfs betere datainstellingen maken van een externe AI-tool nog geen advocaat.
Walletdata is geen oefenmateriaal
Voor cryptobeleggers is de veilige lijn simpel. Plak geen gevoelige informatie in een externe AI-tool wanneer er een juridisch geschil speelt.
Geen seed phrases. Geen volledige accountgegevens. Geen screenshots met namen, adressen en bedragen. Geen conceptstrategie voor een advocaat.
Ook
blockchain-data kan gevoelig worden wanneer die aan identiteit wordt gekoppeld. Een los adres lijkt soms openbaar. Een prompt die dat adres koppelt aan een persoon, exchangeaccount of fraudedossier is iets anders.
Dat geldt ook bij
Bitcoin, Ethereum of stablecointransacties. De keten is vaak publiek, maar de koppeling met jou kan juridisch en financieel gevoelig zijn.
Advocaten en platforms krijgen er werk bij
De uitspraak is ook een waarschuwing voor advocaten, compliance-teams en cryptoplatforms.
In fraude- en witwasonderzoeken worden digitale gegevens steeds breder bekeken. Niet alleen e-mails en WhatsApp tellen. Ook AI-chats, cloudbestanden, browserdata en forensische exports kunnen in beeld komen.
Dat maakt beleid rond AI-gebruik geen luxe. Kantoren en bedrijven moeten bepalen welke informatie nooit in openbare AI-tools mag worden ingevoerd.
Voor particulieren is de vuistregel nog strakker: eerst de advocaat, daarna pas hulpmiddelen.
Wie AI gebruikt om een tekst te verbeteren, moet gevoelige feiten weglaten of anonimiseren. Laat bedragen, walletadressen, namen en strategie uit de prompt. Voeg die pas toe in direct contact met de advocaat.
De les is ongemakkelijk
De Rotterdamse beslissing past in een bredere verschuiving. Klassieke juridische bescherming moet worden toegepast op nieuwe digitale sporen.
Vroeger ging het om brieven, e-mails en telefoons. Nu ook om prompts.
Voor cryptozaken is dat extra scherp. Wallets, transacties en platformdata zijn makkelijk te kopiëren. Daardoor zijn ze ook makkelijk per ongeluk buiten de beschermde kring te brengen.
ChatGPT kan helpen met structuur en gewone uitleg. Maar bij vertrouwelijke juridische communicatie geldt een harde grens: wat je aan een externe tool geeft, kan later minder beschermd blijken dan je dacht.