Knaken cryptobeurs

Knaken-klant zit klem terwijl belastingvraag na faillissement blijft

Europa21 jul , 14:16
Duizenden euro’s staan nog zichtbaar op het geblokkeerde Knaken-account van een klant uit Zwolle. Knaken is failliet, de MiCA-vergunning ontbrak en box 3 verdwijnt niet automatisch doordat toegang tot crypto wegvalt.
Toch hoeft hij fiscaal niet zonder meer de volledige schermwaarde op te geven. De peildatum, de werkelijke verkoopwaarde en de juridische positie in het faillissement bepalen wat nog als vermogen telt.

Duizenden euro’s achter een gesloten account

Paul Scheermeijer uit Zwolle heeft naar eigen zeggen nog duizenden euro’s bij Knaken staan. Hij kon de munten niet opnemen toen het handelsplatform en de app begin juni onbereikbaar werden.
Kort daarvoor had hij nog crypto gekocht. Het geld zag hij als speelgeld, maar door de blokkade veranderde dat saldo plotseling in een onzekere claim.
De munten zijn niet bereikbaar via een eigen wallet. Scheermeijer is afhankelijk van de administratie, wallets en vermogenspositie van Knaken.
Dat is het verschil tussen crypto bezitten op een platform en zelf de privésleutels beheren. De koers kan hetzelfde zijn, maar de toegang ligt bij een andere partij.

Rechtbank stelt tekort officieel vast

De rechtbank Rotterdam verklaarde Knaken Cryptohandel B.V. en Stichting Knaken Payments op 16 juli failliet.
Het Openbaar Ministerie had daar op 30 juni om gevraagd. Het OM stelde dat ongeveer €7 miljoen aan klanttegoeden ontbrak en dat klanten niet volledig waren geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde dat Knaken te weinig vermogen heeft om alle klanten volledig te betalen. Ook konden klanten door de blokkade hun eigen rechtspositie nauwelijks bepalen.
Volgens de rechter was daarom een onafhankelijke afwikkeling nodig. Mr. C.F.W.A. Hamm werd als curator aangesteld.
De app toonde een saldo. De rechtbank moet nu laten uitzoeken welke bezittingen daar werkelijk tegenover staan.
Het insolventienummer van Knaken Cryptohandel B.V. is F.10/26/251. De eerste verslaglegging van de curator moet meer duidelijkheid geven over de administratie, wallets en resterende bezittingen.

Knaken wilde zelf afwikkelen

Knaken verzette zich tegen het faillissement. Het bedrijf wilde zelf een onafhankelijke verificatie organiseren en de beschikbare tegoeden via een uitkeringsprotocol verdelen.
De rechtbank vond dat onvoldoende. Klanten waren niet volledig geïnformeerd en konden hun tegoeden niet opnemen.
Ook stond volgens de uitspraak vast dat er een aanzienlijk dekkingstekort was. Een dekkingstekort betekent dat de beschikbare bezittingen niet genoeg zijn om alle aanspraken volledig te betalen.
De afwikkeling ligt daardoor niet meer bij Knaken. Zoals CryptoBenelux eerder uitlegde in het dossier over het faillissement van Knaken, moet de curator nu vaststellen wat van klanten is en wat in de faillissementsboedel valt.

Stichting moest klantvermogen scheiden

Stichting Knaken Payments was bedoeld om klantgelden van het vermogen van de onderneming te scheiden. Zo’n aparte stichting kan voorkomen dat zakelijke schuldeisers bij een faillissement aanspraak maken op klanttegoeden.
Dat werkt alleen wanneer de administratie klopt en de beloofde bezittingen daadwerkelijk aanwezig en herkenbaar zijn.
De AFM beschrijft dat klantactiva bij een goede scheidingsconstructie buiten het vermogen van de cryptodienstverlener kunnen blijven. De aparte entiteit moet dan controle hebben over de wallets en sleutels waarin klanttegoeden worden bewaard.
In de Knaken-zaak is juist die gelieerde stichting eveneens failliet verklaard. Het bestaan van de stichting heeft dus niet geleid tot een snelle teruggave aan klanten.
De curator moet uitzoeken welke euro’s en crypto’s nog bestaan, waar deze staan en welke klant daarop recht heeft.

MiCA-vergunning kwam er niet

Knaken had geen vergunning gekregen om zijn diensten onder MiCA voort te zetten.
Het Openbaar Ministerie meldde dat signalen van de AFM wezen op een zeer zorgwekkende situatie. Knaken was gestopt met reguliere dienstverlening en betaalde klanten niet meer uit.
MiCA verplicht aanbieders van cryptoactivadiensten onder meer tot een vergunning, duidelijke bedrijfsvoering en bescherming van klantactiva.
Een vergunning voorkomt niet ieder faillissement. De regels moeten toezichthouders wel eerder zicht geven op bewaring, financiële middelen en interne processen.
In dit geval kwam de overgang naar het nieuwe regime te laat om klanten zekerheid te bieden.

Box 3 verdwijnt niet door een geblokkeerde app

De frustratie van Scheermeijer raakt ook de belastingaangifte. Particuliere cryptobezittingen vallen in Nederland normaal in box 3.
De Belastingdienst kijkt bij de gebruikelijke box 3-berekening naar de waarde in het economisch verkeer op 1 januari.
Voor belastingjaar 2026 is de peildatum dus 1 januari 2026 om 00.00 uur. Op dat moment was Knaken nog actief en konden klanten hun accounts gebruiken.
Dat het platform pas maanden later werd geblokkeerd, verandert de waarde op die eerdere peildatum niet automatisch bij de fictieve box 3-berekening.
Voor de aangifte over 2026 kan het Knaken-saldo daardoor nog steeds een rol spelen, ook al kon een klant er in juli niet meer bij.

Volledige appwaarde is niet altijd juist

De andere kant van het verhaal is minstens zo belangrijk. Geen toegang betekent niet dat de Belastingdienst altijd de volledige koerswaarde kan blijven gebruiken.
Een kennisgroep van de Belastingdienst publiceerde in mei een standpunt over crypto waartoe de eigenaar geen toegang meer heeft. Die munten blijven juridisch een bezitting, maar moeten worden gewaardeerd tegen het bedrag dat een marktpartij er werkelijk voor zou betalen.
Wanneer niemand bereid is de ontoegankelijke positie over te nemen, kan de economische waarde volgens dat standpunt zelfs nihil zijn.
Dat standpunt gaat over iemand die zijn privésleutel en seed phrase kwijt is. De situatie bij Knaken is juridisch anders.
Een Knaken-klant had de privésleutels waarschijnlijk nooit zelf. Na het faillissement kan zijn positie veranderen in een eigendomsclaim op specifieke crypto, een vordering op de stichting of een gewone vordering in de boedel.
Daarom kan niet zonder verder onderzoek worden gezegd dat iedere klant het oude appsaldo volledig moet opgeven. Nul invullen zonder onderbouwing is evenmin veilig.

De curator bepaalt wat klanten werkelijk hebben

De belastingvraag hangt uiteindelijk samen met de uitkomst van het faillissement.
Kan de curator precies vaststellen dat een bepaalde hoeveelheid Bitcoin of Ethereum voor een klant apart werd bewaard? Dan kan die klant mogelijk een sterkere eigendomsaanspraak hebben.
Blijkt dat de crypto’s gezamenlijk werden beheerd en dat er te weinig aanwezig is? Dan kan de klant vooral een vordering op de failliete entiteit overhouden.
Zo’n vordering heeft niet automatisch dezelfde waarde als het oorspronkelijke saldo. Wanneer slechts een deel wordt terugbetaald, zal een koper van die claim daar rekening mee houden.
Voor de waarde op 1 januari 2027 worden de informatie van de curator en de verwachte uitkering daarom veel belangrijker.

Werkelijk rendement kan verlies meenemen

Naast de fictieve box 3-berekening bestaat een tegenbewijsroute voor mensen van wie het werkelijke rendement lager is.
Bij werkelijk rendement kunnen waardedalingen gedurende het jaar meetellen. Een forse daling van de economische waarde van een cryptopositie of faillissementsvordering kan daarom fiscaal relevant worden.
Dat maakt de bewijspositie belangrijk. Een klant moet kunnen aantonen welk saldo hij had, wanneer de toegang verdween en welke waarde de resterende aanspraak aan het einde van het jaar had.
De Belastingdienst kijkt daarbij naar objectieve feiten. Alleen zeggen dat het geld “waarschijnlijk weg” is, is onvoldoende.
De eerste verslagen van de curator kunnen daarbij zwaar wegen. Zij kunnen duidelijk maken hoeveel vermogen is gevonden en welk percentage mogelijk naar klanten terugvloeit.

Geen depositogarantie voor crypto

Crypto bij een handelsplatform valt niet onder de gewone Nederlandse depositogarantie voor banktegoeden.
DNB legt uit dat een cryptomunt geen geld op een bankrekening is. De garantie tot €100.000 die bij veel bankdeposito’s geldt, beschermt daarom niet automatisch een saldo bij een crypto-aanbieder.
Dat geldt ook wanneer de app sterk op mobiel bankieren lijkt.
De bescherming moet komen uit correcte vermogensscheiding, goed beheer van de privésleutels en voldoende bezittingen tegenover de klantadministratie.
Juist die onderdelen worden nu bij Knaken onderzocht.

Bewijs wordt voor klanten belangrijk

Klanten kunnen hun positie versterken door hun eigen administratie veilig te stellen.
Denk aan oude accountoverzichten, stortingsbewijzen, banktransacties, aankoopbevestigingen, e-mails en screenshots van het laatste zichtbare saldo.
Ook walletadressen en transactiehashes kunnen helpen wanneer opnames of stortingen op een openbare blockchain terug te vinden zijn.
Dat bewijs bepaalt niet zelfstandig wat iemand terugkrijgt. Het kan de curator wel helpen om een klant en diens aanspraak aan de administratie te koppelen.
Klanten moeten voor de formele route de communicatie van de curator volgen. Het faillissement betekent dat Knaken niet langer zelf beslist welke aanspraken worden erkend of uitbetaald.

Zelf bewaren lost niet ieder probleem op

De Knaken-zaak zal opnieuw worden gebruikt voor de waarschuwing: “not your keys, not your coins.”
Die regel raakt een echte zwakke plek. Wie de privésleutels niet beheert, is voor toegang afhankelijk van een bewaarder.
Zelf bewaren kent alleen andere risico’s. Een verloren seed phrase, verkeerd adres of gestolen sleutel kan eveneens definitief verlies veroorzaken.
Het verschil zit in wie het operationele risico draagt.
Bij zelfbeheer ligt dat volledig bij de gebruiker. Bij een platform ligt het bij de onderneming, haar bewaarmodel en de scheiding van klantactiva.
Knaken laat zien dat een zichtbaar saldo geen bewijs vormt dat de volledige waarde direct beschikbaar is.

Belastingvraag blijft na de blokkade bestaan

Scheermeijer zit daardoor tussen drie systemen.
De app toont een historisch bezit. De curator moet vaststellen wat daarvan werkelijk bestaat. De Belastingdienst kijkt naar de waarde op een vaste datum en naar de economische waarde van de overgebleven aanspraak.
Dat maakt de simpele stelling dat hij “belasting betaalt over geld waar hij niet bij kan” begrijpelijk, maar onvolledig.
Voor 1 januari 2026 kan het saldo nog tegen de toenmalige waarde meetellen. Voor latere waarderingen kan het faillissement de economische waarde sterk drukken.
Het antwoord ligt dus niet in de oude koers van de tokens, maar in de vraag wat een Knaken-klant juridisch en economisch nog bezit.
De blockchain bleef draaien. De toegang, administratie en dekking bij de tussenpartij deden dat niet.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading