Negentien
EU-landen bundelen hun geld en technologie voor een eigen Europese
AI-stack. Nederland reserveert direct €120 miljoen, terwijl ook België aansluit bij het eerste Europese IPCEI dat volledig rond kunstmatige intelligentie wordt gebouwd.
De inzet gaat verder dan nieuwe AI-modellen. Europa wil eigen rekenkracht, datacentercapaciteit en AI-diensten beter met elkaar verbinden, zodat bedrijven minder afhankelijk worden van een kleine groep buitenlandse technologieaanbieders.
Negentien landen zetten eerste AI-IPCEI op
De Europese Commissie maakte op 16 september bekend dat negentien lidstaten gezamenlijk de
eerste AI-IPCEI hebben ontworpen.
Het gaat om Oostenrijk, België, Kroatië, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Luxemburg, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje en Zweden.
Duitsland coördineert het initiatief.
De plannen bestrijken volgens Brussel de volledige AI-stack. Daaronder vallen AI-technologie, toepassingen, beheer van rekenkracht en producten en diensten voor bedrijven.
Een belangrijk doel is het bouwen van gedecentraliseerde en breed toegankelijke AI-diensten.
Dat woord ‘gedecentraliseerd’ verdient hier wel nuance. De Europese Commissie kondigt geen blockchainnetwerk of cryptoproject aan. Het gaat om het verdelen en verbinden van Europese reken- en AI-capaciteit over meerdere partijen en locaties.
Dit is nog geen definitieve staatssteungoedkeuring
De Europese aankondiging betekent niet dat miljarden aan subsidies vanaf vandaag kunnen worden uitgegeven.
Een IPCEI werkt anders.
Lidstaten bouwen gezamenlijk een groot grensoverschrijdend project rond technologie die voor Europa strategisch zwaar weegt. Vervolgens kunnen zij nationale bedrijven en onderzoeksprojecten financieel ondersteunen buiten de gebruikelijke grenzen van staatssteun, mits de Europese Commissie daarmee instemt.
De
Europese Commissie legt uit dat zulke projecten onder meer grote technologische of financiële risico's moeten dragen en voordelen moeten opleveren die verder gaan dan één bedrijf of lidstaat.
Van de negentien deelnemende landen hebben er elf aangekondigd deze maand te beginnen met de vooraanmelding van projecten waarvoor directe staatssteun is voorzien.
Brussel moet die plannen daarna nog toetsen.
Nederland zet €120 miljoen klaar
Nederland heeft zijn financiële inzet wel al concreet gemaakt.
Het kabinet kondigde rond Prinsjesdag aan
€120 miljoen beschikbaar te stellen voor Nederlandse deelname aan het AI-project.
Daarmee probeert Den Haag Nederlandse bedrijven en kennispartijen een plek te geven in de Europese AI-keten.
Welke ondernemingen uiteindelijk geld ontvangen, ligt met die reservering nog niet vast.
Dat onderscheid is belangrijk. De €120 miljoen is een nationaal budget voor deelname aan de IPCEI, geen cheque die al aan één bedrijf of AI-project is toegewezen.
Europa wil toegang tot rekenkracht verbreden
De inzet van het project wordt duidelijker wanneer je kijkt naar waar de AI-race steeds vaker vastloopt: compute.
Grote modellen vragen enorme hoeveelheden gespecialiseerde chips en datacentercapaciteit. Bedrijven zonder rechtstreekse toegang tot grote GPU-clusters staan daardoor op achterstand tegenover hyperscalers en de grootste AI-labs.
De AI-IPCEI moet Europese capaciteit beter aan elkaar koppelen.
De bedoeling is dat bedrijven uiteindelijk makkelijker gebruik kunnen maken van verspreide Europese rekenbronnen voor het trainen en draaien van modellen.
Voor kleinere bedrijven kan dat verschil maken. Zij hoeven dan niet zelf een gigantisch GPU-cluster te bezitten om zwaardere AI-systemen te bouwen.
België zit officieel in het project
Ook België staat op de definitieve lijst van negentien deelnemers.
Dat volgt op een
Belgische oproep van de FOD Economie waarmee potentiële deelnemers eerder werden gezocht.
Die Belgische stukken maken de economische inzet behoorlijk duidelijk.
Europa is voor veel geavanceerde AI-capaciteit afhankelijk van aanbieders uit landen buiten de EU. De nieuwe samenwerking moet Europese datacenters en rekenbronnen beter met elkaar verbinden en bedrijven toegang geven tot een grotere gezamenlijke capaciteit.
Ook de ontwikkeling van open en precompetitieve basismodellen kan daar onderdeel van worden.
Een Belgisch totaalbudget vergelijkbaar met de Nederlandse €120 miljoen is op basis van de huidige officiële publicaties nog niet bekendgemaakt.
EuroHPC moet niet worden vervangen
De EU begint hierbij niet vanaf nul.
België beschrijft expliciet dat de AI-IPCEI moet aansluiten op bestaande Europese capaciteit, waaronder EuroHPC en cloudproviders.
Daarboven moet een extra federatielaag komen.
Het idee is dus niet om opnieuw losse datacenters naast bestaande Europese systemen te zetten. De ambitie is juist om verspreide capaciteit bruikbaarder te maken als één groter geheel.
Dat past in een bredere machtsstrijd rond AI.
Wie toegang controleert tot chips, elektriciteit, datacenters en modellen, bepaalt steeds meer wie nieuwe AI-diensten überhaupt kan bouwen.
Nederland heeft sterke positie rond chips
Nederland zit daarbij op een interessante plek.
Het land beschikt met ASML al over een bedrijf met grote invloed op de wereldwijde halfgeleiderketen. Rond Eindhoven zitten daarnaast chipbedrijven, onderzoeksorganisaties en gespecialiseerde toeleveranciers.
De €120 miljoen voor de AI-IPCEI staat los van ASML zelf, maar laat wel zien dat Den Haag de volgende laag van de technologieketen nadrukkelijker probeert te versterken.
Niet alleen machines waarmee chips worden gemaakt tellen.
Ook toegang tot de chips en de rekenkracht die ermee wordt gebouwd, wordt economisch steeds zwaarder.
Waarom decentralized AI hiernaar kijkt
Voor crypto zit de interessantste koppeling bij gedistribueerde rekenkracht.
Projecten rond decentralized AI proberen al langer ongebruikte GPU-capaciteit, modellen en data via open netwerken bij elkaar te brengen. Sommige gebruiken daarvoor een
blockchain of tokens om aanbieders en gebruikers met elkaar te verbinden.
De Europese AI-IPCEI kiest niet automatisch voor zo'n model.
Er is geen aanwijzing dat Brussel decentralized-AI-tokens wil financieren of publieke blockchains als basis voor het project kiest.
De problemen overlappen wel.
Wie krijgt toegang tot schaarse compute? Hoe combineer je capaciteit van verschillende aanbieders? Hoe voorkom je dat één Amerikaanse hyperscaler de toegang bepaalt? En hoe laat je kleinere partijen meedoen?
Dat zijn vragen waar zowel Europese beleidsmakers als decentralized-AI-projecten mee worstelen.
De echte geldstroom moet nog zichtbaar worden
De Europese aankondiging is daarom eerder een startschot voor selectie en staatssteuntoetsing dan het einde van het proces.
Elf landen beginnen met de vooraanmelding van directe projecten. Daarna moet de Commissie bepalen welke plannen werkelijk binnen de IPCEI-regels passen.
Pas dan wordt duidelijk welke bedrijven geld krijgen, hoeveel nationale overheden gezamenlijk inzetten en welke technologie uiteindelijk wordt gebouwd.
Nederland heeft met €120 miljoen alvast een bedrag op tafel gelegd. België heeft zijn deelname bevestigd.
Daarmee verschuift de Europese AI-strijd wel naar een nieuwe fase.
Europa probeert niet alleen regels voor AI te schrijven of buitenlandse modellen te gebruiken. Negentien landen proberen nu gezamenlijk de technische basis te bouwen waarop Europese AI-bedrijven zelf moeten kunnen concurreren.