De Nederlandsche Bank zet
stablecoins expliciet op de agenda in het Overzicht Financiële Stabiliteit voorjaar 2026.
DNB koppelt de groei van stablecoins aan MiCAR, Tether, Circle,
Qivalis en de Nederlandse grootbanken ING, ABN AMRO en Rabobank, waardoor het onderwerp verschuift van cryptohandel naar financiële stabiliteit.
De halfjaarlijkse publicatie verscheen op 26 mei. DNB schrijft dat de risico’s voor de Nederlandse financiële stabiliteit verhoogd blijven door geopolitieke en economische turbulentie. Naast private credit krijgt dit keer ook de opkomst van stablecoins een eigen hoofdstuk.
Stablecoinmarkt groeit vooral in dollars
DNB schrijft dat
stablecoins “crypto-activa” zijn die hun waarde stabiel proberen te houden tegenover een gangbare valuta, zoals de dollar of de euro. Volgens de centrale bank is de markt in twee jaar verdubbeld naar circa 300 miljard dollar.
De markt blijft sterk geconcentreerd. Volgens DNB luidt 99% van de uitstaande stablecoins in Amerikaanse dollars. De twee grootste uitgevers, Tether en Circle, vertegenwoordigen samen meer dan 80% van de totale markt.
Daarmee raakt het stablecoindebat direct aan dollarliquiditeit. Stablecoins worden nu vooral gebruikt als afwikkel- en ruilmiddel binnen de handel in cryptoactiva. Handelaren gebruiken ze om waarde snel te verplaatsen tussen platformen, zonder telkens terug te gaan naar bankgeld.
DNB ziet ook bredere toepassingen. Stablecoins kunnen een rol krijgen in grensoverschrijdende betalingen, remittances en tokenisatie. Juist daar ligt de beleidsgevoeligheid: hoe groter het gebruik, hoe sterker de link met betalingsverkeer, marktliquiditeit en banken.
MiCAR en Qivalis geven Nederland een directe rol
Europa staat niet stil. DNB wijst op MiCAR als regelgevend kader voor stablecoins in de Europese Unie. Onder MiCAR gelden eisen aan reserves, beheer en toezicht. DNB noemt onder meer dat uitgevers een significant deel van hun reserves als deposito bij Europese banken moeten aanhouden.
De Nederlandse haak is concreet. DNB noemt een consortium van Europese banken, waaronder de drie Nederlandse grootbanken, dat werkt aan een gezamenlijke euro-stablecoin. CryptoBenelux schreef eerder dat Qivalis inmiddels steun heeft van ING, ABN AMRO en Rabobank, naast andere Europese banken.
Die euro-stablecoinmarkt blijft volgens DNB voorlopig klein. Dat is een belangrijke nuance. Qivalis kan Europees relevant worden, maar de markt wordt vandaag nog gedomineerd door dollar-stablecoins en niet-Europese uitgevers.
Toch is de richting helder. Stablecoins zijn niet langer alleen een product van cryptobeurzen. Ze worden onderdeel van de discussie over Europese betaalrails, tokenized assets en strategische autonomie in digitaal geld.
DNB kijkt naar Treasuries en bankliquiditeit
Het meest technische deel van het rapport gaat over Amerikaanse staatsobligaties. Volgens DNB houden uitgevers van dollar-stablecoins ruim 200 miljard dollar aan Treasuries aan. Gedwongen verkopen bij grote inwisselingen kunnen daardoor bewegingen op de Treasury-markt versterken.
Voor
Nederland is dat relevant omdat Nederlandse grootbanken zelf ook Treasuries gebruiken in hun liquiditeitsbeheer en dollarfinanciering. DNB schrijft dat Nederlandse grootbanken ongeveer 20 miljard dollar aan Treasuries aanhouden. Dat is circa 8% van hun totale HQLA-positie, de buffer die banken kunnen aanspreken bij acute liquiditeitsbehoefte.
DNB schetst ook een stressscenario waarin de Treasury-portefeuille van Nederlandse grootbanken plots 5% in waarde daalt door gedwongen verkopen van stablecoin-uitgevers. Zelfs dan leidt dit volgens DNB niet automatisch tot liquiditeitsproblemen. Banken zouden in dat scenario nog een resterende dollarliquiditeitsbuffer van circa 19 miljard dollar hebben.
Dat is de kern van DNB’s boodschap. Stablecoins zijn nu nog niet systeemrelevant, maar de verwevenheid met het traditionele financiële stelsel neemt toe als de markt verder groeit.
Stablecoins worden toezichtdossier, geen cryptoniche
Voor cryptobedrijven en betaalspelers verandert hiermee de context. Stablecoins worden niet meer alleen beoordeeld op marktkapitalisatie, handelsvolume of gebruik op exchanges. Toezichthouders kijken ook naar reserves, bankdeposito’s, staatsobligaties, grensoverschrijdende effecten en toezichtarbitrage.
DNB waarschuwt daarbij voor verschillen tussen internationale regels. Als uitgevers kiezen voor jurisdicties met gunstiger toezicht, kunnen risico’s alsnog over grenzen heen bewegen. Dat is vooral relevant bij multi-issuance structuren, waarbij stablecoins in verschillende regio’s worden uitgegeven maar technisch met elkaar verbonden blijven.
Voor Nederland draait het debat dus om meer dan Qivalis alleen. Het gaat om de vraag welke vorm van digitaal geld straks wordt gebruikt voor betalingen, settlement en tokenisatie: dollar-stablecoins, euro-stablecoins, tokenized deposits of centralebankgeld.
DNB geeft geen panieksignaal af. De centrale bank zegt juist dat de directe blootstelling van financiële instellingen nu nog klein is. Maar door stablecoins een eigen hoofdstuk te geven in het Overzicht Financiële Stabiliteit maakt DNB duidelijk dat dit onderwerp structureel hoger op de toezichtagenda staat.
De conclusie is nuchter. Stablecoins zijn nog geen systeemrisico voor Nederland, maar ze zijn ook geen randverschijnsel meer. Voor banken, cryptobedrijven en paymentsbedrijven wordt stablecoininfrastructuur steeds meer een vraagstuk van regelgeving, liquiditeit en financiële stabiliteit.