Minstens €5 miljoen aan klanttegoeden was bij
Knaken niet meer beschikbaar toen de Nederlandse cryptobroker deze zomer omviel. Knaken wijst zelf naar 23 Bitcoin die al in 2020 zouden zijn verdwenen, terwijl de AFM berekent dat dit hooguit een deel van het gat verklaart.
Tegelijk verdiept de FIOD het strafrechtelijke onderzoek. Daarmee verschuift de kernvraag steeds verder terug in de tijd: wanneer ontstond het tekort precies en waar is het ontbrekende vermogen gebleven?
Tekort kan deels teruggaan tot 2020
Een nieuwe reconstructie van het Financieele Dagblad werpt opnieuw licht op de jaren vóór het faillissement.
Dat sluit aan bij wat Knaken tijdens de faillissementsprocedure zelf naar voren bracht.
In het officiële
vonnis van de rechtbank Rotterdam staat dat Knaken het dekkingstekort onder meer koppelt aan een hack uit 2020 waarbij 23 Bitcoin zouden zijn gestolen.
De rechtbank stelt niet vast dat die hack daadwerkelijk de oorzaak van het huidige tekort is.
Sterker nog: volgens de AFM kan de verdwenen
Bitcoin ongeveer €1,5 miljoen tot €2 miljoen van het latere gat verklaren.
Dat laat miljoenen euro's zonder openbare verklaring achter.
Knaken zelf sprak over €5 tot €5,5 miljoen tekort
De cijfers uit het vonnis zijn fors.
Op 30 juni 2026 hadden nog 3.661 actieve klanten een positief saldo op het platform.
Samen hadden zij volgens de rechtbank €8.638.936,36 tegoed.
Knaken verklaarde tijdens de procedure dat daarvan ongeveer €5 miljoen tot €5,5 miljoen niet meer beschikbaar was. Eerder was tegenover de AFM zelfs gesproken over circa €14 miljoen aan klanttegoeden en een dekkingstekort van €7 miljoen.
De verschillende bedragen zijn op andere momenten vastgesteld en kunnen mede veranderen door cryptokoersen.
Maar de hoofdzaak verandert niet.
Er ontbrak veel meer vermogen dan de genoemde 23 BTC alleen kunnen verklaren.
De 2020-hack kan volgens de AFM een deel van het tekort verklaren. Hij sluit de financiële rekensom bij lange na niet.
Daarom kijkt de curator verder dan alleen dat incident.
Bijna 700 schuldeisers melden ruim €8,4 miljoen
Na het faillissement kwam een tweede cijferstroom op gang.
Bij curator Carl Hamm hadden medio augustus 691 schuldeisers gezamenlijk voor ongeveer €8,45 miljoen aan vorderingen ingediend.
Dat bedrag kan nog veranderen wanneer nieuwe claims worden ingediend of bestaande vorderingen worden beoordeeld.
Tegenover die claims staat veel minder direct beschikbaar vermogen.
Crypto waarop tijdens het strafrechtelijke onderzoek beslag was gelegd, werd na het faillissement verkocht. Dat leverde ongeveer €2,2 miljoen op.
Dat geld kan in de faillissementsafwikkeling terechtkomen, maar is lang niet voldoende om alle ingediende vorderingen volledig te dekken.
Rechtbank zag ook €2,3 miljoen bij verbonden bedrijf
De 23 BTC zijn niet de enige geldstroom die vragen oproept.
De faillissementsstukken noemen ook een rekening-courantverhouding van ongeveer €2,3 miljoen met een andere onderneming waarvan de Knaken-bestuurder uiteindelijk belanghebbende was.
De rechtbank schreef dat deze situatie op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling opriep.
Dat betekent niet dat de rechtbank heeft vastgesteld dat €2,3 miljoen is verduisterd.
Evenmin staat vast dat deze post het klantentekort heeft veroorzaakt.
De curator onderzoekt juist welke vorderingen nog kunnen worden geïnd en hoe verschillende geldstromen met elkaar samenhangen.
Ook investeringsgeld roept vragen op
In hetzelfde vonnis staat daarnaast dat via certificaten ongeveer €1,125 miljoen werd opgehaald.
Volgens de stukken was onvoldoende duidelijk wat met dat geld was gebeurd.
Ook dat is geen bewijs van
fraude.
Het verklaart wel waarom de rechtbank weinig vertrouwen had in een afwikkeling waarbij Knaken zelf de controle zou houden.
Er waren te veel grote posten waarvan de bestemming of beschikbaarheid nog moest worden vastgesteld.
Waren alle cryptotegoeden werkelijk gedekt?
Daarmee komt een fundamentele vraag boven.
Wanneer een klant op een centrale
crypto-exchange ziet dat hij bijvoorbeeld 0,5 BTC bezit, verwacht hij dat daar economisch voldoende vermogen tegenover staat.
Bij Knaken bleek uiteindelijk minder vermogen aanwezig dan nodig was om alle klantsaldi te voldoen.
Of iedere klantorder in het verleden daadwerkelijk resulteerde in aankoop en afzonderlijke dekking van de betreffende crypto, wordt verder onderzocht.
Voormalig bestuurder Ronald Jonkers heeft eerder tegengesproken dat klantorders simpelweg niet werden uitgevoerd.
Wel staat vast dat aan het einde onvoldoende crypto en ander vermogen beschikbaar was om alle klanten volledig te betalen.
Faillissement kwam na blokkade van klantaccounts
De acute fase begon deze zomer.
Klanten verloren de toegang tot het handelsplatform en konden hun tegoeden niet meer opnemen.
Op 30 juni vroeg het
Openbaar Ministerie daarom in het openbaar belang om het faillissement van Knaken Cryptohandel en Stichting Knaken Payments.
Dat is een ongebruikelijke route.
Normaal wordt een faillissement aangevraagd door een onderneming zelf of door schuldeisers.
Het OM vond ingrijpen nodig omdat klanten volgens het ministerie onvoldoende informatie hadden om hun eigen positie vast te stellen.
Rechtbank: klanten wisten niet van tekort
De rechtbank volgde die redenering.
Op 16 juli 2026 werden beide Knaken-entiteiten failliet verklaard.
Volgens de rechtbank was sprake van een aanzienlijk dekkingstekort waarover klanten niet waren geïnformeerd. Ook konden zij door de blokkade niet meer bij hun accounts.
De rechtbank formuleerde het scherp: er was veel geld van klanten verdwenen zonder dat duidelijk was hoe dat kon gebeuren.
Daarmee kwam het beheer in handen van een onafhankelijke curator.
Strafrechtelijk onderzoek loopt los van faillissement
Naast de faillissementszaak loopt een afzonderlijk strafrechtelijk traject.
De AFM deed aangifte en de FIOD begon onderzoek naar mogelijke strafbare feiten.
Eind juni werden al doorzoekingen uitgevoerd. Digitale gegevensdragers werden meegenomen en op vermogen van de onderneming werd beslag gelegd.
Deze week volgde opnieuw beweging in het onderzoek.
Zoals
CryptoBenelux eerder meldde, werden twee woningen in Rotterdam doorzocht. Het onderzoek richt zich onder meer op verdenkingen van verduistering en valsheid in geschrifte.
Verdachten zijn daarmee niet veroordeeld.
Het onderzoek moet juist vaststellen of strafbare feiten kunnen worden bewezen.
MiCA was het laatste duwtje, niet automatisch de oorzaak
Knaken kwam in 2026 ook in de knel met Europese cryptoregels.
Sinds het einde van de Nederlandse overgangsperiode onder
MiCA mocht Knaken niet zonder de vereiste toestemming blijven doorgaan met cryptodiensten.
De AFM verleende die vergunning niet.
Knaken kondigde daarop aan zijn activiteiten te beëindigen.
Maar het is belangrijk om oorzaak en timing uit elkaar te houden.
Het ontbreken van de vergunning verklaart waarom de activiteiten moesten stoppen. Het verklaart niet waarom miljoenen euro's aan klanttegoeden niet beschikbaar waren.
Als de problemen inderdaad gedeeltelijk tot 2020 teruggaan, bestond dat financiële probleem jaren vóór de definitieve MiCA-afwikkeling.
Dat maakt de nieuwe reconstructie belangrijk
Daar zit het zwaarste punt.
Een bedrijf kan tijdelijk verlies lijden of met een operationeel probleem kampen.
Een langdurig tekort bij klantvermogen is iets anders.
Als een deel van het gat inderdaad al zes jaar geleden ontstond, wordt belangrijk wat Knaken daarna deed om dat verschil op te lossen en welke informatie klanten in die periode kregen.
De rechtbank heeft al vastgesteld dat klanten vóór het faillissement niet over het aanzienlijke tekort waren geïnformeerd.
Wat bestuurders precies wisten, wanneer zij dat wisten en welke keuzes daarna zijn gemaakt, moet verder uit onderzoek blijken.
€2,2 miljoen terugvinden lost gat niet op
Voor gedupeerde klanten blijft de rekensom voorlopig pijnlijk eenvoudig.
Er is ongeveer €2,2 miljoen uit verkochte crypto beschikbaar gekomen.
Daartegenover stonden medio augustus al ruim €8,4 miljoen aan ingediende vorderingen.
De curator kan mogelijk nog meer vermogen terughalen.
Bijvoorbeeld door vorderingen te innen of transacties uit het verleden juridisch te onderzoeken.
Maar er bestaat nog geen betrouwbare schatting van welk percentage klanten uiteindelijk terugkrijgen.
Wie crypto zelf in een
wallet beheert, loopt een ander risico: verlies van sleutels of fouten liggen dan bij de gebruiker zelf. Bij een centrale broker ontstaat juist afhankelijkheid van de partij die de assets bewaart en administreert.
Knaken laat zien hoe zwaar dat verschil kan wegen wanneer de administratie en werkelijk aanwezige bezittingen niet meer op elkaar aansluiten.
De belangrijkste miljoenen zijn nog altijd niet verklaard
De hack uit 2020 geeft de Knaken-zaak nu een langere tijdlijn.
Maar hij sluit het verhaal niet.
23 verdwenen bitcoin kunnen volgens de AFM hooguit €1,5 miljoen tot €2 miljoen van het tekort verklaren.
Knaken zelf sprak over €5 miljoen tot €5,5 miljoen die niet beschikbaar was. Het OM werkte eerder met een tekort van ongeveer €7 miljoen.
Daar tussenin ligt nog steeds de kern van het onderzoek.
Niet alleen wanneer het gat ontstond.
Maar vooral waar de rest van het geld gebleven is.