Bitcoin schuurt opnieuw tegen een niveau dat voor miners meer betekent dan alleen een rond koersgetal. JPMorgan schat de gemiddelde productiekosten van één
BTC momenteel op ongeveer $85.000.
Dat zet de huidige
koers pal rond een economische stressgrens voor de miningsector. Bitcoin handelt vrijdag rond $84.800, nadat BTC eerder deze week kort boven $87.000 uitkwam.
Bitcoin zat 280 dagen onder JPMorgans kostengrens
JPMorgan rekent voor zijn model met een gemiddelde productiekost van ongeveer $85.000 per bitcoin.
Voordat BTC deze week kort boven dat niveau kwam, had de koers volgens de bank 280 dagen onder die geschatte kostprijs gestaan.
De vorige vergelijkbare periode was in 2018. Toen duurde het ongeveer 224 dagen.
Dat maakt de afgelopen periode uitzonderlijk lang.
Maar het betekent niet dat iedere miner negen maanden verlies heeft geleden.
$85.000 is geen universele break-evenprijs
Daar zit de belangrijkste nuance.
Een miner met zeer goedkope stroom en moderne machines kan ook onder $85.000 nog geld verdienen.
Een onderneming met oudere apparatuur, dure financiering of hoge stroomkosten kan juist boven die koers al moeite hebben.
CoinShares berekende voor beursgenoteerde miners in het tweede kwartaal bijvoorbeeld een gemiddeld cashkostenniveau vóór belasting van ongeveer $75.500 per geproduceerde BTC. De verschillen tussen individuele bedrijven waren groot.
JPMorgans $85.000 moet daarom vooral worden gelezen als een sectorbrede maatstaf.
Niet als één
prijs waarbij iedere miner tegelijk winstgevend wordt.
Waarom miners onder druk komen wanneer BTC te laag staat
Bitcoin-miners ontvangen BTC voor het toevoegen van geldige blokken aan het netwerk.
Daar tegenover staan stroomkosten, apparatuur, personeel, financiering en andere uitgaven.
Wanneer de waarde van de geproduceerde bitcoin langdurig achterblijft bij die kosten, moeten bedrijven reageren.
De minst efficiënte machines kunnen worden uitgezet. Oudere apparatuur kan worden verkocht. Miners kunnen ook een groter deel van hun BTC-reserves verkopen om rekeningen te betalen.
Juist die laatste mogelijkheid maakt de kostengrens interessant voor de bredere markt.
Boven $85.000 kan verkoopdruk afnemen
JPMorgan ziet productiekosten daarom als een zachte bodem.
Niet omdat Bitcoin er niet onder kan handelen. Dat gebeurde dit jaar juist maandenlang.
Het idee is dat een lage koers uiteindelijk de zwakste miners uit de markt drukt. Daardoor neemt de totale rekenkracht af en past het netwerk zichzelf later aan.
Een duurzaam verblijf boven de gemiddelde kostprijs kan de andere kant op werken.
Miners krijgen meer financiële ruimte en hoeven mogelijk minder snel nieuw geminede BTC of bestaande reserves te verkopen. JPMorgan stelt dat een aanhoudende koers boven $85.000 daarom het risico op gedwongen verkopen kan verminderen.
Een paar uur boven die grens verandert echter weinig.
Mining difficulty werkt als automatische tegenkracht
Het Bitcoin-netwerk beschikt zelf over een mechanisme dat dergelijke verschuivingen opvangt.
Wanneer veel miners hun machines uitzetten, duurt het gemiddeld langer om nieuwe blokken te vinden.
De mining difficulty wordt daarom iedere 2.016 blokken aangepast. Het doel is om de gemiddelde bloktijd rond tien minuten te houden.
Daalt de totale rekenkracht langdurig, dan kan de moeilijkheidsgraad naar beneden.
Voor de miners die blijven draaien wordt het vervolgens relatief makkelijker om nieuwe BTC te produceren.
Die automatische aanpassing voorkomt niet dat individuele bedrijven verlies maken.
Ze zorgt er wel voor dat het netwerk zich aan een kleinere of grotere hoeveelheid rekenkracht kan aanpassen.
Hashrate ligt fors onder de piek
JPMorgan ziet die aanpassing al terug in de cijfers.
De hashrate ligt volgens de bank ongeveer 19% onder de piek van oktober 2025. De mining difficulty ligt ongeveer 15% lager.
Dat past bij een jaar waarin minder efficiënte capaciteit uitviel en bedrijven hun plannen aanpasten.
De daling heeft meerdere oorzaken.
De zwakkere Bitcoinprijs drukte marges. Tegelijk kwam voor sommige beursgenoteerde miners een compleet andere inkomstenbron in beeld: AI.
AI trekt miners weg van Bitcoin
Veel grote miningbedrijven beschikken over iets waar AI-bedrijven naar zoeken: forse stroomaansluitingen, grond, koeling en gebouwen die geschikt zijn voor zware computerapparatuur.
Dat maakt omzet uit AI-compute soms aantrekkelijker dan het toevoegen van nog meer Bitcoin-miners.
CoinShares ziet die omslag duidelijk bij beursgenoteerde ondernemingen. In zijn Q2-rapport staat dat minstens 35 EH/s aan geplande capaciteit de groep beursgenoteerde miners zal verlaten terwijl bedrijven hun aandacht naar AI verplaatsen.
Dat is geen kleine verschuiving.
Een deel van de stroomcapaciteit die anders voor SHA-256-mining gebruikt had kunnen worden, krijgt daardoor een andere bestemming.
Hogere Bitcoinprijs trekt die capaciteit niet zomaar terug
De overstap is bovendien niet altijd eenvoudig terug te draaien.
Wie langlopende contracten voor AI-rekenkracht sluit of een locatie ombouwt, kan die capaciteit niet de volgende dag weer volledig voor Bitcoin inzetten.
Dat betekent dat een stijgende BTC-koers niet automatisch leidt tot een even snelle terugkeer van alle verdwenen hashrate.
Voor bestaande miners kan dat juist gunstig uitpakken.
Minder concurrentie betekent dat dezelfde hoeveelheid block rewards over minder actieve rekenkracht wordt verdeeld.
Daardoor kan de kostprijs langzamer stijgen
JPMorgan ziet hierin een tweede effect.
Wanneer de hashrate minder snel groeit, hoeft de mining difficulty ook minder hard op te lopen.
Daarmee kan de gemiddelde productiekost buiten halvingmomenten langzamer stijgen dan in een scenario waarin miners voortdurend nieuwe machines toevoegen.
Dat is relevant voor $85.000.
Die grens is namelijk niet vast.
Stroomprijzen veranderen. Nieuwe machines worden efficiënter. Difficulty beweegt. Financieringskosten veranderen.
JPMorgans productiekost kan daardoor de komende maanden opnieuw verschuiven.
Beursgenoteerde miners verliezen terrein
Dezelfde ontwikkeling verandert ook wie Bitcoin produceert.
JPMorgan ziet beursgenoteerde miners marktaandeel verliezen aan private en staatsgerelateerde partijen.
Dat betekent niet dat de totale beveiliging van de
blockchain automatisch verzwakt.
Wel verandert de samenstelling van de miningsector.
Bedrijven die op de beurs hogere opbrengsten uit AI kunnen najagen, hebben een andere afweging dan een private miner die uitsluitend is gebouwd rond goedkope elektriciteit en Bitcoinproductie.
$85.000 zegt daarom meer over miners dan over traders
Voor handelaren is het verleidelijk om van $85.000 direct een nieuwe steunzone te maken.
Daar is JPMorgans model niet voor bedoeld.
Bitcoin kan langdurig onder zijn gemiddelde productiekost blijven. De afgelopen 280 dagen zijn daar juist het bewijs van.
Het niveau vertelt iets anders.
Onder de geschatte gemiddelde kostprijs neemt de druk op minder efficiënte miners toe. Boven die zone krijgen meer operators ruimte om reserves vast te houden en machines winstgevend te laten draaien.
Dat kan de verkoopkant van de markt beïnvloeden.
Het bepaalt de koers niet.
De echte test begint pas boven de grens
Bitcoin beweegt momenteel vrijwel exact rond JPMorgans schatting.
Dat maakt één tik boven $85.000 weinig waard.
Interessanter wordt het wanneer BTC daar dagen of weken boven blijft terwijl hashrate, difficulty en minerverkopen reageren.
Dan kan zichtbaar worden of de druk die zich gedurende 280 dagen heeft opgebouwd werkelijk afneemt.
$85.000 is dus geen betonnen bodem voor Bitcoin. Het is eerder de lijn waar voor een groter deel van de miners verlies langzaam weer ruimte voor adem kan worden.