Een cryptotoken hoeft volgens
Ripple niet levenslang onder het effectenrecht te vallen omdat hij ooit via een beleggingscontract is verkocht. Het bedrijf steunt het nieuwe voorstel van de
SEC, maar wil een scherpere grens tussen het digitale activum en de afspraken rond de verkoop daarvan.
Die scheiding raakt direct aan een van de hardnekkigste vragen in de Amerikaanse cryptoregulering. Wanneer houdt het contract op, en wanneer kan dezelfde token daarna zonder die juridische last verder worden verhandeld?
Ripple steunt Regulation Crypto Assets
Ripple diende op 20 oktober zijn
consultatiebrief bij de SEC in.
Het bedrijf vraagt de toezichthouder om het voorstel Regulation Crypto Assets uiteindelijk vast te stellen.
De
SEC publiceerde het voorstel in augustus. Het creëert een apart kader voor bepaalde beleggingscontracten waarbij cryptoactiva worden gebruikt.
Ripple bestrijdt de basis daarvan dus niet.
Het wil vooral preciezer vastleggen waar de effectenrechtelijke verplichtingen beginnen én waar zij ophouden.
Contract en token zijn volgens Ripple niet hetzelfde
Daar zit het centrale juridische punt.
Een token kan onderdeel zijn van een transactie die als beleggingscontract kwalificeert. Daaruit volgt volgens Ripple niet dat de token zelf permanent een effect wordt.
De verplichtingen hangen volgens het bedrijf aan de afspraken, beloften en werkzaamheden waarop kopers bij de oorspronkelijke transactie mochten vertrouwen.
Dat onderscheid is vooral belangrijk voor latere handel.
Een
XRP die jaren later tussen twee marktpartijen wordt verplaatst, is juridisch niet automatisch dezelfde transactie als een eerdere verkoop waarbij een uitgever specifieke toezeggingen deed.
SEC stelt route voor om contract te beëindigen
Het voorstel bevat daarvoor Rule 400.
Die voorwaardelijke safe harbor kan worden gebruikt wanneer een uitgever de wezenlijke werkzaamheden die hij eerder had toegezegd heeft uitgevoerd of daar definitief mee is gestopt.
Ook mag hij niet opnieuw zulke beloften doen.
De uitgever zou daarvoor een openbaar document bij de SEC moeten indienen met een onderbouwing van de situatie.
Het idee daarachter is dat een beleggingscontract niet noodzakelijk eeuwig blijft bestaan.
Ripple wil beloften als toetssteen
Ripple steunt die benadering omdat zij volgens het bedrijf toetsbaar is.
De vraag wordt dan niet of een netwerk volgens een brede marktdefinitie “voldoende gedecentraliseerd” is.
De vraag wordt welke werkzaamheden de uitgever daadwerkelijk heeft beloofd en of die verplichtingen nog bestaan.
Dat verschil kan groot zijn.
Een netwerk kan technisch nog door één bedrijf worden onderhouden zonder dat dat bedrijf houders eerder rendement heeft beloofd op basis van die werkzaamheden.
Andersom kan een netwerk veel deelnemers hebben terwijl er nog steeds concrete beloften van een uitgever openstaan.
Decentralisatie vindt Ripple te vaag als juridische grens
Ripple verzet zich daarom tegen een algemene decentralisatietest.
Decentralisatie bestaat uit veel verschillende onderdelen: verdeling van nodes, governance, economische macht, codebijdragen en controle over wijzigingen.
Daar één juridische drempel van maken zou volgens Ripple nieuwe onzekerheid veroorzaken.
Het bedrijf wil voorkomen dat een token onder het effectenrecht blijft vallen alleen omdat één partij bijvoorbeeld nog software ontwikkelt of tokens bezit.
Dat betekent niet dat decentralisatie volgens Ripple irrelevant is.
Wanneer een uitgever decentralisatie expliciet heeft beloofd, kan juist die belofte onderdeel worden van de beoordeling.
Onderhoud hoeft contract niet in leven te houden
Een gevoelig punt is wat er gebeurt nadat een netwerk functioneert.
Software moet worden beveiligd. Fouten moeten worden hersteld. Code kan verder worden verbeterd.
Ripple wil duidelijkheid dat zulke werkzaamheden niet automatisch betekenen dat een eerder beleggingscontract voortduurt.
Dat is praktisch belangrijk voor publieke
blockchains.
Volledig stoppen met ontwikkeling zou een merkwaardige voorwaarde zijn voor het juridisch loskomen van een oorspronkelijke tokenverkoop.
Een regel die iedere latere technische bijdrage als doorslaggevend behandelt, kan ontwikkelaars juist prikkelen om noodzakelijke werkzaamheden te vermijden.
Nieuwe beloften kunnen beoordeling wel veranderen
De scheiding is ook niet automatisch permanent.
Wanneer een partij later opnieuw een regeling opzet waarbij kopers winst verwachten door nieuwe toezeggingen van die partij, kan volgens de bredere juridische lijn opnieuw een aparte transactie ontstaan die moet worden beoordeeld.
Dat past bij Ripples eigen uitgangspunt.
Niet het label van de token bepaalt alles.
De concrete transactie en de verwachtingen die daarin worden gecreëerd staan centraal.
Daarom kan dezelfde digitale token in verschillende transacties juridisch anders worden behandeld.
Twee uitzonderingen voor nieuwe uitgiftes
Regulation Crypto Assets gaat verder dan alleen het einde van een contract.
De SEC stelt ook twee vrijstellingen van de normale registratieplicht voor.
Een eerste route maakt aanbiedingen tot $5 miljoen over een periode van vier jaar mogelijk.
Een tweede route loopt op tot $75 miljoen per twaalf maanden.
Daar staan informatieverplichtingen tegenover. Uitgevers blijven bovendien onder de federale regels tegen fraude en marktmanipulatie vallen.
De grotere vrijstelling kent aanvullende eisen rond financiële informatie en doorlopende rapportage.
Vrijstelling betekent dus geen regelvrije uitgifte
Dat onderscheid is belangrijk.
De SEC stelt niet voor om iedere cryptotoken buiten het effectenrecht te plaatsen.
Het voorstel gaat over een bepaalde categorie beleggingscontracten en creëert voorwaarden waaronder aanbieders daarvan een aangepaste route kunnen gebruiken.
Wie aan die voorwaarden niet voldoet, kan niet simpelweg naar de nieuwe vrijstelling wijzen.
Ook kan de SEC betwisten of een uitgever daadwerkelijk alle relevante beloften heeft beëindigd.
De safe harbor is daarmee geen knop waarmee een bedrijf zelf definitief bepaalt dat toezicht voorbij is.
Secundaire handel krijgt meer duidelijkheid
Voor de cryptosector zit veel gewicht in wat daarna gebeurt.
Wanneer een token juridisch los kan komen van het oorspronkelijke beleggingscontract, wordt duidelijker onder welke regels latere handel op
exchanges plaatsvindt.
Dat is precies het gebied waar Amerikaanse marktpartijen jarenlang onzekerheid hebben ervaren.
Een token kan miljoenen keren door andere bezitters worden verhandeld nadat de oorspronkelijke verkoop voorbij is.
Ripple wil dat die latere transacties niet automatisch worden meegesleept door de juridische eigenschappen van de eerste uitgifte.
Dit is geen nieuwe XRP-uitspraak
Voor
XRP-houders is daarbij één grens belangrijk.
De brief van Ripple is een reactie op een voorgestelde SEC-regel.
Het is geen nieuwe rechterlijke beslissing over XRP.
Ook betekent de brief niet dat de SEC alle juridische argumenten van Ripple heeft overgenomen.
De toezichthouder zit nog in een regelgevingsprocedure en kan de uiteindelijke tekst aanpassen.
De betekenis voor XRP of andere tokens hangt daarom af van de definitieve regels én van de feiten rond afzonderlijke transacties.
De echte strijd gaat over het einde van een belofte
Ripple en de SEC lijken in dit voorstel dichter bij elkaar te liggen dan tijdens eerdere Amerikaanse cryptozaken.
Beide vertrekken hier vanuit het idee dat een cryptoactivum en het beleggingscontract waarin het werd verkocht niet noodzakelijk hetzelfde juridische object zijn.
De discussie verschuift daardoor.
Niet alleen de vraag wanneer ontstaat een beleggingscontract? telt.
Minstens zo belangrijk wordt: welke belofte hield het contract in, en wanneer is die belofte aantoonbaar voorbij?
Voor tokenuitgevers kan juist dat tweede moment bepalen wanneer een oorspronkelijke fondsenwerving ophoudt de juridische behandeling van latere handel te dicteren.