AI-agents Visa stablecoins

Goedkopere AI lost betaalproblemen niet op, waarschuwt Nuvei-bestuurder

kunstmatige intelligentie•
Een AI-bedrijf kan iedere modelaanroep goedkoper maken en alsnog geld laten liggen. Als een abonnement niet wordt verlengd of extra tegoed tijdens een taak niet kan worden afgerekend, zijn de rekenkosten al gemaakt terwijl de omzet uitblijft.
Dat is de waarschuwing van Steve Vincent, commercieel verantwoordelijk voor de Amerika’s bij betaalbedrijf Nuvei. Zijn boodschap van 16 oktober: AI-bedrijven rekenen scherp aan tokens en compute, maar moeten net zo precies meten hoeveel betalingen daadwerkelijk binnenkomen.

Lagere rekenkosten lossen een mislukte betaling niet op

De bijdrage van Nuvei begint bij een bekende discussie binnen AI.
Iedere prompt kost rekenkracht. Bedrijven proberen daarom goedkopere modellen te gebruiken, verkeer slimmer te verdelen en zware modellen alleen in te zetten wanneer dat nodig is.
Dat kan de kosten per gebruiker verlagen.
Maar zodra een klant de dienst al heeft gebruikt en de betaling daarna mislukt, blijft een tweede rekening liggen.
De AI-aanbieder heeft de compute betaald. De klantbetaling komt niet binnen.
Voor een bedrijf met veel gebruik per klant kan die combinatie harder wegen dan alleen een paar procent verschil in modelkosten.

Een abonnement is niet hetzelfde als extra tegoed

Vincent maakt daarom onderscheid tussen verschillende betaalmomenten.
Een maandelijkse verlenging gebeurt normaal zonder dat de klant op dat moment actief in het afrekenscherm zit.
Een handmatige top-up werkt anders.
Daar merkt een gebruiker tijdens een taak dat zijn tegoed bijna op is. Hij koopt extra credits en verwacht vrijwel direct verder te kunnen.
Dat verschil lijkt klein, maar voor het betaalsysteem is het relevant.
Een geplande verlenging, automatische aanvulling en handmatige aankoop kunnen verschillende authenticatie, transactiedata en herstelstappen vragen.
Wie alle drie behandelt alsof het dezelfde kaartbetaling is, kan volgens Nuvei onnodige afwijzingen krijgen.

De klant kan bereid zijn te betalen en toch stranden

Daar zit de pijn.
Een geweigerde betaling betekent niet automatisch dat de klant geen geld heeft of wil stoppen.
Een verlopen kaart kan een verlenging blokkeren. Een buitenlandse betaalroute kan vaker worden geweigerd. In een nieuwe markt kan juist de lokale betaalmethode ontbreken die klanten gewend zijn.
Nuvei noemt daarnaast belasting- en registratieverplichtingen wanneer AI-bedrijven snel internationaal verkopen.
Het bedrijf verdient zelf geld aan betaaloplossingen. De analyse is dus ook commercieel gekleurd.
De interne acceptatiecijfers die Nuvei noemt, moeten daarom niet worden behandeld als onafhankelijke marktmeting.
Het basisprobleem blijft wel controleerbaar: een koopintentie is nog geen ontvangen bedrag.

Stripe laat zien hoeveel stappen tussen klik en omzet zitten

De technische documentatie van Stripe maakt dat zichtbaar.
Stripe gebruikt een PaymentIntent om één betaalproces door verschillende fasen te volgen.
Zo’n betaling kan nog een betaalmethode nodig hebben, aanvullende actie van de klant vragen, worden verwerkt, mislukken of uiteindelijk de status succeeded krijgen.
Een gestart betaalproces is dus niet hetzelfde als definitief ontvangen geld.
Stripe adviseert bedrijven bovendien server-side meldingen te gebruiken voor de uiteindelijke betaalstatus.
Dat voorkomt dat een actie in de browser wordt aangezien voor een afgeronde betaling terwijl de verwerking nog loopt.
Voor digitale diensten is dat extra relevant wanneer gebruik vrijwel direct kosten veroorzaakt.

Eerst leveren en later innen vergroot de gevoeligheid

Stel dat een AI-dienst een zware taak uitvoert voordat duidelijk is dat de klantbetaling definitief is gelukt.
Dan kan een mislukte betaling twee effecten hebben.
De omzet verdwijnt, maar de model- en rekenkosten blijven staan.
Bij vooraf gekocht tegoed ligt dat anders.
Daar is het geld normaal al ontvangen voordat de gebruiker de betaalde capaciteit verbruikt.
Welke aanpak financieel beter werkt, hangt af van het product. Een zakelijk abonnement, losse API-aanroep en consumentenapp hebben andere eisen.
Daarom zegt het aantal betaalpogingen op zichzelf weinig.
Een bedrijf wil weten hoeveel geld werkelijk is ontvangen én hoeveel gebruikskosten daar tegenover stonden.

De veelgenoemde 52% is geen afgerond jaarcijfer

Nuvei koppelt dat verhaal ook aan de marges van AI-producten.
Daarbij verwijst Vincent naar een brutomarge van 52% uit onderzoek van ICONIQ.
Dat cijfer verdient een duidelijke voetnoot.
In de januari-editie van ICONIQ’s State of AI verwachten de ondervraagde bedrijven gemiddeld ongeveer 52% brutomarge voor hun AI-producten in 2026.
Het is dus een prognose van respondenten, geen afgeronde meting van de volledige AI-sector.
De latere State of AI 2026 zet de verwachte brutomarge voor 2026 op ongeveer 53%.
Voor 2025 noemt die editie 45%.
Dat wijst op verwachte verbetering, maar niet op een vast sectorgemiddelde waarop ieder AI-bedrijf zijn eigen resultaat kan projecteren.

Ook het verdienmodel zelf verandert

ICONIQ ziet daarnaast dat AI-bedrijven hun prijsmodellen aanpassen.
Abonnementen blijven breed gebruikt, maar betaling naar verbruik en betaling op basis van resultaat winnen terrein.
Dat past bij het probleem dat Nuvei beschrijft.
Een klant die maandelijks één vast bedrag betaalt, levert een andere kasstroom op dan iemand die gedurende de maand steeds extra credits koopt.
Bij verbruiksmodellen wordt het verband tussen gebruikskosten en ontvangen omzet scherper.
Iedere extra taak kan nieuwe modelkosten veroorzaken.
Wanneer de bijbehorende betaling uitvalt, verschijnt het verlies daardoor sneller in de rekensom.

Dit is geen bewijs dat stablecoins goedkoper zijn

Voor crypto zit hier een aantrekkelijke sprong klaar die de bronnen niet onderbouwen.
De bijdrage vergelijkt kaartbetalingen niet met stablecoins.
Daaruit kan dus niet worden geconcludeerd dat USDC, USDT of een andere digitale betaalroute per definitie goedkoper of betrouwbaarder is.
Zo’n vergelijking vraagt eigen cijfers.
Denk aan transactiekosten, wisselkosten, afwikkeling, terugbetalingen, fraude, lokale regelgeving en de kosten om geld uiteindelijk op de gewenste rekening te krijgen.
Een goedkope on-chain transactie kan op één onderdeel voordeel bieden en elders nieuwe kosten toevoegen.
Dat moet worden gemeten, niet aangenomen.

AI-bedrijven krijgen daarmee twee marges om te bewaken

De eerste marge ontstaat bij het product zelf.
Wat kost een taak aan modellen, rekenkracht en andere diensten tegenover de prijs die ervoor wordt gerekend?
De tweede zit in de incasso.
Hoeveel van die gefactureerde omzet bereikt het bedrijf uiteindelijk?
Een AI-team kan de eerste rekensom maandenlang verbeteren en alsnog resultaat verliezen wanneer verlengingen, top-ups of buitenlandse betalingen vaker mislukken.
Dat is de sterkste observatie uit Vincents bijdrage.
De prijs van intelligentie daalt snel.
Maar een model dat goedkoper antwoord geeft, verdient nog altijd niets wanneer de betaling erachter nooit de status ‘geslaagd’ bereikt.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu ›

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading