Tienduizend developers klinkt lekker in een investeerderspresentatie.
Charles Hoskinson wil alleen weten wat ze daadwerkelijk bouwen.
De
Cardano-oprichter stelt dat
AI de klassieke developer count als groeimeter voor cryptoprojecten flink heeft uitgehold. Code schrijven is goedkoper en toegankelijker geworden. Daardoor zegt het aantal mensen dat software produceert volgens hem steeds minder over gebruikers, omzet of economische activiteit.
Zijn alternatief: stop met developers tellen en kijk harder naar builders die producten neerzetten waar mensen werkelijk voor terugkomen.
AI haalt de schaarste uit programmeren
Hoskinson deed zijn uitspraken zondag in de uitzending Devs versus Builders.
Zijn redenering begint bij schaarste.
Een ervaren programmeur die jaren geleden besloot honderden uren aan een blockchain te besteden, leverde een duidelijk signaal. Technische kennis was schaars en zijn tijd eveneens.
AI verandert die rekensom.
Hoskinson stelt dat mensen zonder uitgebreide programmeerervaring tegenwoordig hulpmiddelen kunnen gebruiken waarmee ze naar buiten toe als developer kunnen functioneren. Code wordt daardoor veel eenvoudiger te produceren.
“It’s no longer a scarce resource.”
Dat betekent niet dat goede engineers plots overbodig zijn.
Het betekent dat één extra naam op een developerlijst minder informatie bevat dan vroeger.
Tienduizend developers kunnen alsnog weinig opleveren
Hoskinson maakt zijn kritiek opvallend concreet.
Een project kan volgens hem zeggen dat het 10.000 developers heeft. De volgende vraag moet dan zijn wat die groep produceert.
Levert dat meer gebruikers op?
Meer transacties?
Meer TVL?
Of producten die investeerders en klanten daadwerkelijk willen gebruiken?
Als die verbinding niet kan worden gemaakt, noemt Hoskinson de developer count een vanity metric.
Dat raakt een oude gewoonte binnen
Cardano en andere blockchainnetwerken.
Developer activity wordt al jaren ingezet als bewijs dat een ecosysteem groeit.
AI maakt die conclusie minder vanzelfsprekend.
Midnight pochte vorige maand nog met developer growth
Juist bij Midnight zit daar een opvallende tegenstelling.
Het project publiceerde op 17 augustus nog een blog over sterk stijgende developer activity.
Daarin werd op basis van Electric Capital-data melding gemaakt van 325% groei in actieve contributors over één jaar en een stijging van 226% bij fulltime developers over twee jaar.
Nog geen maand later zet Hoskinson vraagtekens bij precies dit soort aantallen als belangrijke groeimeter.
Dat hoeft niet te betekenen dat de eerdere cijfers waardeloos zijn.
Het laat wel zien hoe snel de meetlat verandert.
Een groeiend developerbestand kan gezond zijn. Alleen wil Hoskinson er nu bewijs naast zien dat die mensen ook producten afleveren die marktaandeel kunnen pakken.
Midnight verschuift van developers naar builders
Die discussie speelt niet toevallig nu.
Hoskinson zegt dat de Midnight Foundation recent een deel van zijn Developer Relations-team heeft laten gaan en de strategie sterker richting builders heeft gedraaid.
Hij verdedigt dat besluit nadrukkelijk.
Volgens Hoskinson waren de betrokken DevRel-medewerkers goede mensen en verdwijnt technische expertise niet uit het project. Het verschil zit in het doel van de volgende fase.
Een developer schrijft code.
Een builder moet code, product, gebruikers, marketing en financiering bij elkaar brengen.
Dat klinkt als semantiek.
Economisch is het verschil groot.
Een product moet ergens toe leiden
Hoskinson legt de lat bij builders veel hoger.
Een builder moet volgens hem nadenken over wie het product gebruikt, waarom iemand ervoor kiest en hoe het uiteindelijk een levensvatbare onderneming kan worden.
Alleen een technisch knappe applicatie neerzetten is niet genoeg.
Ook een nieuw
smart contract of protocol kan technisch sterk zijn zonder ooit serieuze gebruikers te vinden.
Daar zit het probleem met GitHub-cijfers.
Veel commits vertellen hoeveel softwarewerk plaatsvindt.
Ze vertellen niet automatisch of iemand die software nodig heeft.
AI maakt één sterke developer veel productiever
Er speelt nog iets.
Developer count behandelt iedere developer grofweg als één eenheid.
AI breekt die aanname.
Een ervaren programmeur die AI goed inzet, kan veel meer werk uitvoeren dan dezelfde persoon enkele jaren geleden. Tegelijk kan iemand met beperkte technische kennis snel een werkend prototype genereren.
Twee blockchainnetwerken met ieder duizend developers kunnen daardoor compleet verschillende hoeveelheden bruikbare software afleveren.
Het absolute aantal hoofden wordt dan minder interessant.
Output per team wordt belangrijker.
Hackathons krijgen hetzelfde probleem
Hoskinson richt zijn kritiek ook op traditionele developerprogramma's.
Hackathons, codebounties en andere wedstrijden waren jarenlang een logische manier om nieuwe programmeurs een ecosysteem binnen te trekken.
Met AI kan een deelnemer alleen veel sneller grote hoeveelheden code afleveren.
Organisatoren moeten vervolgens uitzoeken hoeveel iemand zelf begrijpt en hoeveel automatisch is gegenereerd.
Dat kost tijd zonder dat het per se antwoord geeft op de belangrijkste vraag: is het eindproduct goed?
Toch stopt Midnight niet met hackathons.
Integendeel.
Midnight organiseert zelf nog drie bouwwedstrijden
De officiële Midnight-site toont momenteel drie lopende programma's.
De Midnight Korea Hackathon heeft $6.000 aan prijzengeld. New Moon to Full biedt $8.000 en de Midnight Buildathon verdeelt in totaal $12.500.
Opvallend is vooral hoe die laatste wordt gepresenteerd.
De Buildathon draait niet om één snelle inzending, maar om meerdere rondes waarin teams hun product blijven verbeteren.
Midnight zegt expliciet dat voortgang, herhaling en langdurige deelname zwaarder wegen dan een eenmalig gepolijst resultaat.
Dat sluit eigenlijk opvallend goed aan bij Hoskinsons argument.
Het probleem is niet dat mensen code schrijven.
Het probleem ontstaat wanneer codeproductie zelf als einddoel wordt behandeld.
Builders zijn ook moeilijker te meten
Hoskinsons alternatief klinkt aantrekkelijk, maar creëert een nieuw probleem.
Developer count is populair omdat het eenvoudig is.
Je kunt repositories analyseren, commits tellen en actieve bijdragers volgen.
“Goede builders” passen niet zo netjes in een grafiek.
Dan moet je naar meerdere cijfers tegelijk kijken.
Actieve gebruikers. Terugkerende gebruikers. Omzet. TVL. Transactievolume. Financiering van buiten het eigen ecosysteem. Klanten die daadwerkelijk betalen.
Geen enkele metric vertelt afzonderlijk het hele verhaal.
Maar samen kunnen ze moeilijker worden opgepoetst dan één grote developer count.
Transacties alleen zijn trouwens ook geen oplossing
Daar moet crypto voor een tweede valkuil oppassen.
Developer count vervangen door puur transacties tellen lost weinig op.
Een goedkoop
blockchainnetwerk kan miljoenen transacties produceren via bots zonder evenveel nieuwe gebruikers aan te trekken.
Hetzelfde geldt voor TVL.
Eén grote partij kan honderden miljoenen dollars storten en een netwerk plots veel groter laten lijken zonder dat het aantal echte gebruikers sterk verandert.
De juiste groeimeter wordt dus waarschijnlijk geen enkel getal.
Het wordt een combinatie van gebruik, geldstromen en retentie.
Midnight wil uiteindelijk investeerbare bedrijven
Hoskinson zegt zelf waar hij de lat legt.
Hij wil projecten die niet alleen een technische demo opleveren, maar bedrijven waar externe investeerders geld in zouden willen stoppen.
Dat is een veel commerciëlere blik dan de klassieke open-sourcewedstrijd.
Het doel is niet honderd nieuwe repositories.
Het doel is een handvol producten die voldoende tractie krijgen om een eigen team, klantenbestand en inkomstenmodel te dragen.
Daarmee verschuift ook de definitie van ecosysteemgroei.
Meer developers is input.
Een succesvol product is output.
AI maakt oude cryptoranglijsten zwakker
Voor beleggers is dat misschien de belangrijkste conclusie.
Developer rankings verdwijnen niet morgen.
Een netwerk met nauwelijks technische mensen rond de codebasis heeft nog steeds een serieus probleem. Onderhoud, veiligheid en protocolontwikkeling vereisen gespecialiseerde kennis.
Maar de oude aanname — meer developers betekent automatisch meer toekomstige waarde — wordt zwakker.
AI maakt code overvloediger.
Daardoor verschuift schaarste naar andere plekken: productvisie, distributie, gebruikers, veiligheid en het vermogen om software om te zetten in een onderneming die blijft bestaan.
Hoskinson draait daarmee eigenlijk één van crypto's favoriete vragen om.
Niet langer: hoeveel mensen bouwen hier?
Maar: wat hebben al die mensen gebouwd dat iemand daadwerkelijk wil gebruiken?
Voor blockchainprojecten is dat een veel vervelendere statistiek.
En precies daarom waarschijnlijk een betere.