Dollarstablecoins blijken moeilijker af te remmen dan klassieke dollarrekeningen. Dat is de harde boodschap uit nieuw onderzoek van de Bank for International Settlements.
In
BIS Working Paper 1370 kijken Boris Hofmann, Aaron Mehrotra en Jan Paulick naar
USDT en
USDC in opkomende economieën. Hun conclusie raakt een gevoelige zenuw bij centrale banken: kapitaalcontroles lijken deze digitale dollars nauwelijks te raken.
Het paper verscheen op 21 juli 2026. Het is onderzoek van de auteurs zelf, geen formeel besluit van de
BIS of haar aangesloten centrale banken.
USDT en USDC worden digitale dollarrekeningen
Stablecoins zijn cryptomunten die hun waarde proberen te koppelen aan bijvoorbeeld de Amerikaanse dollar. Binnen crypto worden ze gebruikt voor handel, betalingen en het parkeren van vermogen.
In landen met een zwakke munt krijgen ze een tweede rol. Ze worden daar een snelle dollarrekening zonder bankfiliaal.
Voor toegang is vaak niet meer nodig dan internet, een wallet of een handelsplatform. Daardoor schuift dollarbezit deels buiten het banksysteem.
Dat is precies wat toezichthouders wakker houdt. Niet omdat elke gebruiker regels ontwijkt, maar omdat het geld via andere rails beweegt.
Klassieke dollarisatie krijgt een cryptovariant
De onderzoekers vergelijken stablecoins met klassieke dollarisatie. Dat is het aanhouden van spaargeld of tegoeden in Amerikaanse dollars in plaats van lokale valuta.
De drijfveren lijken sterk op elkaar. Bankencrises, staatsschuldenproblemen en snelle prijsdoorwerking van wisselkoersen spelen steeds mee.
Voor huishoudens is de rekensom simpel. Als de lokale munt snel waarde verliest, wordt de dollar een vluchtstrook.
Stablecoins maken die vluchtstrook mobieler. Ze brengen dollarliquiditeit naar groepen die niet altijd toegang hebben tot buitenlandse bankrekeningen.
Kapitaalcontroles missen hun doel
Het opvallendste deel van het onderzoek zit bij de beperkingen. Traditionele regels voor valutarekeningen en grensoverschrijdende geldstromen kunnen klassieke dollarisatie afremmen.
Bij stablecoins vonden de onderzoekers dat effect nauwelijks terug.
Ook specifieke beperkingen op stablecoingebruik tussen inwoners en buitenlandse partijen hadden geen duidelijk meetbaar effect op bruto-instroom. De vermoedelijke reden: stablecoins bewegen deels buiten de bestaande toezichtslijn.
De regel raakt de bankpoort. De
stablecoin loopt via een andere deur.
Dat maakt handhaving lastiger. Een overheid kan banken controleren, maar niet elke transactie tussen wallets vooraf tegenhouden.
Data uit 184 landen, met duidelijke kanttekening
Voor het stablecoingedeelte gebruikten de onderzoekers gegevens van Chainalysis. Daarbij keken zij naar transacties in
USDT en
USDC.
Die twee munten vertegenwoordigden meer dan 80% van de stablecoinmarkt binnen de gebruikte dataset. De gegevens lopen van 2017 tot en met 2024 en beslaan 184 landen.
Die breedte maakt het onderzoek stevig, maar niet perfect.
Een blockchainadres heeft geen paspoort. Daarom werden geldstromen toegewezen via adressen, handelsplatformen en de geografische verdeling van webverkeer.
VPN’s, tussenroutes en internationale exchanges kunnen dat beeld vertekenen. De auteurs noemen de cijfers daarom een benadering.
Ook meten zij bruto-instroom. Dat is niet hetzelfde als netto kapitaalvlucht.
Gewenning maakt terugdraaien moeilijk
Een tweede risico zit in gewoonte. Volgens het onderzoek zijn zowel klassieke dollarisatie als stablecoin-dollarisatie hardnekkig zodra gebruikers eraan gewend raken.
Dat is een monetair probleem. Als burgers en bedrijven hun prijzen, spaargeld en betalingen steeds vaker in dollars denken, verliest de lokale centrale bank grip.
Die grip verdwijnt niet in één klap. Ze slijt.
Bovendien vervangen stablecoins niet simpelweg buitenlandse bankrekeningen. De studie ziet weinig bewijs dat de ene markt de andere wegdrukt.
Dat wijst op verschillende gebruikersgroepen. Bankdollars voor wie toegang heeft. Stablecoindollars voor wie sneller, goedkoper of buiten banken wil bewegen.
Waarom dit Europa toch raakt
Het onderzoek gaat vooral over opkomende economieën. Nederland en België worden niet als waarschuwingsvoorbeeld neergezet.
Toch is de boodschap ook voor Europa relevant. Stablecoins bewegen wereldwijd tussen wallets, exchanges en netwerken.
Het meest zichtbare toezichtpunt zit daardoor vaak niet bij de transactie zelf. Het zit bij de plek waar stablecoins worden gekocht, verkocht of omgezet naar bankgeld.
Voor Nederlandse en Belgische gebruikers betekent dit niet dat USDT of USDC morgen onder een nieuw verbod vallen. Het verklaart wel waarom toezichthouders naar exchanges, uitgevers en herkomstcontroles blijven kijken.
Wie stablecoins gebruikt, moet rekening houden met scherpere vragen bij stortingen, opnames en omzettingen naar euro’s.
De BIS laat hier geen paniekdocument zien. Het paper legt iets kouder bloot: regels die werken bij banken, werken niet vanzelf bij digitale dollars.