Rabobank zit nu aan twee stablecointafels tegelijk. Via Qivalis helpt de bank bouwen aan een MiCA-proof eurotoken, terwijl een tweede consortium met 21 financiële zwaargewichten juist met de dollar begint.
Dat lijkt op risicospreiding. Rabobank noemt het zelf niet zo, maar de positie is helder: de bank hoeft vandaag nog niet te kiezen welke digitale valuta straks de grootste financiële rails krijgt.
Rabobank kiest twee routes tegelijk
De groep bestaat uit 21 financiële instellingen.
Bank of America, Citi, Goldman Sachs, Wells Fargo, Deutsche Bank, Santander, UBS en Crédit Agricole zitten erbij.
De nieuwe onderneming moet in de tweede helft van 2026 worden opgericht, onder voorbehoud van voorwaarden en goedkeuringen.
De eerste stablecoin wordt gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.
De marktintroductie staat voor de eerste helft van 2027 gepland. Daarna wil de groep andere G7-valuta toevoegen, waarbij een eurovariant expliciet prioriteit krijgt.
Vier maanden eerder koos Rabobank voor de euro
Daar staat Qivalis tegenover.
Rabobank
sloot zich op 20 mei aan bij dat Europese bankconsortium.
Qivalis telt inmiddels 37 financiële instellingen uit vijftien Europese landen.
Het project bouwt specifiek aan een eurogedenomineerde
stablecoin, volledig gedekt op 1-op-1-basis.
De munt moet worden ingericht volgens
MiCA.
Dat maakt Rabobanks positie bijzonder.
Het ene project begint met de euro.
Het andere begint met de dollar.
Qivalis heeft zijn vergunning nog niet
Ook hier is voorzichtigheid nodig.
Qivalis heeft nog geen toestemming om zijn stablecoin daadwerkelijk uit te geven.
Qivalis zegt zelf dat het momenteel nog geen elektronisch geld uitgeeft en geen betaaldiensten aan het publiek levert.
De beoogde marktintroductie ligt in de tweede helft van 2026.
Dat is dus een planning, geen gelanceerd product.
Dit lijkt op een hedge, maar dat zegt Rabobank niet
De verleiding is groot om Rabobanks strategie simpelweg een hedge te noemen.
Commercieel lijkt dat logisch.
Een Europese eurostablecoin kan aantrekkelijk zijn voor bedrijven die factureren, boekhouden en afrekenen in euro’s.
Voor wereldwijde handel ligt de rekensom anders.
De dollar domineert nog altijd internationale financiering en grote delen van de stablecoinhandel.
Door aan beide projecten mee te doen, houdt Rabobank toegang tot beide routes.
Maar dat is een redactionele interpretatie van de positie.
Rabobank heeft zelf niet gezegd: wij spreiden bewust het risico tussen euro en dollar.
De stablecoinmarkt is nog bijna volledig dollar
De cijfers verklaren wel waarom een Europese bank de dollar moeilijk kan negeren.
ECB-president Christine Lagarde
zei in mei dat de wereldwijde stablecoinmarkt boven $300 miljard was gegroeid.
Vrijwel alle grote tokens luiden in dollars.
Tether en Circle controleerden volgens haar samen bijna 90% van de markt.
ECB-bestuurder Piero Cipollone formuleerde het eerder nog harder.
Dat is de markt waar het nieuwe bankenconsortium binnenstapt.
Eurostablecoins zijn nog minuscuul
Europa heeft regelgeving.
Dat betekent nog niet dat de euro dezelfde liquiditeit heeft.
ESMA meldde in zijn
Risk Monitor van maart 2026 dat in de EU goedgekeurde eurostablecoins in december 2025 ongeveer €1 miljard maandelijks handelsvolume bereikten.
Dat was circa 0,3% van het totale stablecoinhandelsvolume.
In juni 2025 was dat nog 0,1%.
De groei is dus stevig vanaf een zeer kleine basis.
Voor Rabobank is dat de ongemakkelijke commerciële realiteit.
De euro kan strategisch belangrijk zijn.
De bestaande liquiditeit zit grotendeels elders.
MiCA creëert regels, geen gebruikers
Daar ligt een zwakke plek in het Europese verhaal.
MiCA geeft uitgevers regels rond onder meer reserves, governance en toezicht.
Maar een juridisch kader creëert niet automatisch handelsvolume.
Het creëert evenmin directe vraag van bedrijven.
Een stablecoin wordt bruikbaar wanneer voldoende tegenpartijen hem accepteren, exchanges hem ondersteunen en betalingsbedrijven er verbindingen mee bouwen.
Die netwerkeffecten zijn bij dollarstablecoins veel verder ontwikkeld.
Europa kan dat verschil niet uitsluitend met regelgeving wegwerken.
De ECB wil ook niet simpelweg ‘meer eurostablecoins’
Daarbij is de positie van Frankfurt subtieler dan vaak wordt voorgesteld.
De ECB waarschuwt nadrukkelijk voor afhankelijkheid van dollarstablecoins.
Cipollone stelt dat Europa risico loopt wanneer tokenized finance en grensoverschrijdende betalingen te sterk op niet-Europese dollarassets leunen.
Maar daaruit volgt niet dat de ECB private eurostablecoins als dé oplossing ziet.
Lagarde zei in mei juist dat
stablecoins geen efficiënte manier zijn om de internationale rol van de euro te versterken.
Zij wees vooral op diepere Europese kapitaalmarkten en een sterkere basis van veilige euroactiva.
De ECB werkt daarnaast zelf aan centralebankgeld voor digitale settlement.
Qivalis en de ECB hebben dus niet exact hetzelfde doel
Qivalis wil een private, gereguleerde eurostablecoin uitgeven.
De ECB wil dat publiek centralebankgeld ook in digitale financiële markten een centrale rol houdt.
Die twee kunnen naast elkaar bestaan.
Ze zijn niet hetzelfde.
Dat maakt Rabobanks positie nog interessanter.
De bank wedt niet alleen op twee valuta.
Ze positioneert zich ook tussen verschillende vormen van digitaal geld: private stablecoins, traditionele bankdeposito’s en mogelijk toekomstige settlementvormen met centralebankgeld.
Banken bestrijden stablecoins niet meer alleen
Dat is misschien de grotere verschuiving.
Jarenlang kwamen de grootste
stablecoins vooral uit de cryptosector.
Tether en Circle bouwden de liquiditeit terwijl grote
banken grotendeels toekeken.
Nu richten 21 financiële instellingen samen een onderneming op om zelf stablecoins uit te geven.
Qivalis doet hetzelfde vanuit Europa met 37 instellingen.
Stablecoins verdwijnen daarmee niet uit het bancaire systeem.
Ze worden óók een bankproduct.
Banken brengen iets mee wat nieuwe crypto-uitgevers niet hebben
Die partijen beginnen niet vanaf nul.
Grote banken hebben bestaande bedrijven als klant.
Ze verwerken internationale betalingen.
Ze hebben complianceafdelingen, treasuryrelaties en distributiekanalen.
Dat kan een voordeel worden wanneer hun stablecoins technisch goed genoeg werken en klanten bereid zijn ze te gebruiken.
Maar grote namen garanderen geen volume.
Een consortium van tientallen banken kan nog steeds een token lanceren waar nauwelijks iemand mee betaalt.
De markt beslist pas na lancering.
Publieke blockchains blijven onderdeel van de inzet
Het internationale project bouwt voort op een verkenning die in oktober 2025 met tien banken begon.
Die groep onderzocht toen een 1-op-1 gedekte digitale betaalasset die op publieke
blockchains beschikbaar moest zijn.
Het nieuwe consortium noemt grensoverschrijdende betalingen en settlement van digitale assets als belangrijke toepassingen.
Welke specifieke netwerken worden gebruikt, is nog niet bekend.
Ook reservebeheer, exacte uitgiftestructuur en distributie moeten nog verder worden ingevuld.
Daar zitten straks de details die bepalen of het product echt kan concurreren.
Rabobank hoeft daarom nu geen winnaar te kiezen
Voor een Nederlandse bank zou uitsluitend inzetten op een eurotoken een duidelijke regionale keuze zijn.
Alleen is Rabobank internationaal actief.
Klanten handelen ook in dollars.
Financiering loopt in verschillende valuta.
Digitale effecten kunnen straks eveneens verschillende settlement-assets gebruiken.
In zo’n wereld hoeft één munt niet alles te winnen.
Een eurostablecoin kan sterk zijn binnen Europa terwijl een dollarstablecoin internationale handelsstromen domineert.
Rabobank kan aan beide verdienen of beide aanbieden.
De echte strijd gaat om distributie
Daarmee verschuift ook de vraag voor de stablecoinmarkt.
Niet alleen: wordt USDT groter dan USDC?
Maar ook: welke bank kan digitale dollars of euro’s rechtstreeks bij bestaande zakelijke klanten krijgen?
Qivalis probeert dat met een netwerk van Europese banken.
Het internationale consortium probeert hetzelfde op grotere geografische schaal.
Daar hebben Tether en Circle nog steeds een enorme voorsprong in circulatie en handelsgebruik.
De banken brengen daar hun eigen voordeel tegenover: bestaande financiële relaties.
Rabobank koopt vooral optionaliteit
Geen van beide projecten heeft commercieel succes bewezen.
Qivalis wacht nog op zijn DNB-vergunning.
De internationale coalitie heeft zijn nieuwe onderneming nog niet definitief opgericht.
De dollarstablecoin moet pas in 2027 verschijnen.
Juist daarom hoeft Rabobank vandaag niet te voorspellen wie wint.
De bank zorgt ervoor dat ze betrokken is bij een Europees europroject én een wereldwijd project dat begint waar de stablecoinmarkt vandaag het diepst is: bij de dollar.
Dat is geen garantie op succes.
Het is wel een positie waarbij Rabobank minder afhankelijk wordt van één uitkomst.
De belangrijkste vraag wordt daarom niet of Rabobank voor de euro of de dollar kiest. De bank heeft die keuze voorlopig juist vermeden — en wacht mee af welke digitale geldrails klanten daadwerkelijk gaan gebruiken.