De toekomst van Box 3 is opnieuw opengebroken. Het kabinet vraagt de Eerste Kamer meer tijd voordat zij verdergaat met de Wet werkelijk rendement box 3, terwijl vier verschillende routes voor 2028 en daarna op tafel liggen.
Voor bezitters van
Bitcoin,
Ethereum en andere
crypto verandert vandaag niets. De grotere vraag is wél terug: wordt koerswinst vanaf 2028 jaarlijks belast, of verschuift
Nederland uiteindelijk richting
belasting bij verkoop?
Eerste Kamer bespreekt verzoek om uitstel
De commissie voor Financiën besprak op 22 september een nieuwe brief van minister van Financiën Eelco Heinen en staatssecretaris Eelco Eerenberg.
Het kabinet vraagt daarin om de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 aan te houden. Eerst wil het verder praten met beide Kamers en voldoende steun vinden voor een aangepaste route.
De reden is politiek én praktisch. Het kabinet schrijft dat de voorkeuren voor aanpassingen en de financiering daarvan sterk uiteenlopen.
Daarom ligt er na Prinsjesdag nog geen definitieve nieuwe Box 3-opzet.
Toezeggingen zijn nog niet afgehandeld
Bij de vergadering lagen ook drie eerdere toezeggingen opnieuw op tafel.
Het gaat onder meer om een tijdpad richting een volledige vermogenswinstbelasting, meer duidelijkheid over de financiële gevolgen van de tegenbewijsregeling en aanvullende informatie over mogelijke verbeteringen van het wetsvoorstel.
Bij alle drie luidde het ambtelijke advies om ze voorlopig als niet uitgevoerd te blijven beschouwen. De toezegging over het tijdpad richting vermogenswinstbelasting staat op de website van de Eerste Kamer nog als openstaand, met 1 oktober als deadline.
Dat betekent vooral dat Prinsjesdag niet het definitieve antwoord heeft gebracht waarop eerder werd gewacht.
Voor crypto verandert in 2026 niets
Voor de huidige belastingaangifte blijft de bestaande systematiek gelden.
Crypto valt volgens de
Belastingdienst in Box 3 bij beleggingen en andere bezittingen. Voor 2026 gebruikt de Belastingdienst bij de voorlopige berekening een fictief rendement van 6,00% voor deze categorie.
Over het berekende Box 3-inkomen geldt een tarief van 36%.
Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 €59.357 per persoon. Voor fiscale partners samen is dat €118.714.
Dat betekent niet dat iemand simpelweg 36% over 6% van zijn volledige cryptobezit betaalt. De uiteindelijke berekening houdt ook rekening met de totale Box 3-grondslag, schulden en het heffingsvrije vermogen.
Werkelijk rendement kan gunstiger zijn
Sinds belastingjaar 2025 zit daarnaast het werkelijk rendement rechtstreeks in de aangifte.
Wie vermogen boven de vrijstelling opgeeft, krijgt automatisch de vraag of hij ook het werkelijk rendement wil doorgeven. De Belastingdienst berekent vervolgens welke methode gunstiger is.
Voor crypto telt daarbij niet alleen winst die daadwerkelijk door verkoop is gerealiseerd.
Ook waardestijging of waardedaling gedurende het kalenderjaar telt mee.
De Belastingdienst vraagt bij crypto daarom onder meer naar de waarde op 1 januari, de waarde op 31 december en de totale aankopen en verkopen gedurende het jaar.
Een coin hoeft dus niet verkocht te zijn voordat een waardestijging onderdeel kan worden van het werkelijke rendement.
Je kunt niet alleen een slecht cryptojaar kiezen
Daar zit nog een belangrijke beperking.
De tegenbewijsregeling is geen menu waarbij een belastingplichtige alleen zijn verliesgevende crypto kan doorgeven en voor de rest het fictieve rendement gebruikt.
Het werkelijke rendement wordt bekeken over het totale Box 3-vermogen. Het is niet mogelijk om alleen voor één vermogenscategorie de gunstigste uitkomst te kiezen.
Wie bijvoorbeeld verlies heeft op crypto maar grote koerswinsten op aandelen, moet voor de vergelijking naar het totale werkelijke rendement kijken.
Dat maakt administratie steeds belangrijker voor mensen die meerdere soorten vermogen bezitten.
Vanaf 2028 ligt jaarlijkse koerswinst nog steeds op tafel
Het huidige wetsvoorstel heeft nog steeds 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum.
De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari aan. In de Eerste Kamer vond op 30 juni al een plenaire behandeling plaats, maar de stemming over het wetsvoorstel werd uitgesteld.
De hoofdregel in dat voorstel is een vermogensaanwasbelasting.
Daarbij worden niet alleen inkomsten zoals rente en dividend belast, maar ook positieve en negatieve waardeveranderingen gedurende het jaar.
Voor vastgoed en aandelen of winstbewijzen in bepaalde startende ondernemingen bevat het voorstel uitzonderingen waarbij de waardestijging pas bij realisatie wordt belast.
Voor crypto is zo'n uitzondering in het huidige voorstel niet opgenomen.
Dat kan hard uitpakken in een sterk cryptojaar
Voor cryptobezitters is juist dat verschil relevant.
Stel dat iemand op 1 januari €100.000 aan crypto bezit en die portefeuille eind december €180.000 waard is.
Onder een systeem dat jaarlijkse vermogensaanwas belast, kan die waardestijging onderdeel worden van het belastbare rendement zonder dat één
bitcoin of ether is verkocht.
De belegger heeft dan op papier winst, maar hoeft niet automatisch extra euro's op zijn bankrekening te hebben waarmee de belasting kan worden voldaan.
Dat liquiditeitsvraagstuk speelt veel sterker bij volatiele bezittingen dan bij een spaarrekening.
Kabinet legt nu vier routes op tafel
De brief van september maakt duidelijk dat 2028 niet meer één vanzelfsprekende uitkomst heeft.
Het eerste scenario houdt vast aan het bestaande wetsvoorstel, maar voert verbeteringen door. De vermogensaanwasbelasting blijft dan de basis.
Scenario twee gebruikt datzelfde systeem vanaf 2028 als tussenstap en stapt volgens de huidige planning in 2030 over naar een volledige vermogenswinstbelasting.
Bij scenario drie wordt de Wet werkelijk rendement box 3 ingetrokken. Het huidige systeem met fictief rendement en tegenbewijs blijft dan langer bestaan, waarna in 2030 rechtstreeks wordt overgestapt naar vermogenswinstbelasting.
Geen van deze routes is al gekozen.
Vierde scenario kan het verschil naar voren halen
Scenario vier gaat sneller richting belasting bij realisatie.
Daarin zou vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting gaan gelden voor alle financiële instrumenten, waarbij de brief aandelen, obligaties en opties als voorbeelden noemt. Volgens het kabinet zou daardoor circa 90% van het Box 3-vermogen met waardeontwikkeling al onder die methode komen.
Voor crypto is hier voorzichtigheid nodig.
De brief noemt cryptovaluta niet expliciet als onderdeel van deze categorie. Het is daarom nog niet vastgesteld dat Bitcoin en andere digitale bezittingen onder scenario vier automatisch pas bij verkoop zouden worden belast.
Daarvoor is uiteindelijk de concrete tekst van een nieuwe regeling nodig.
Vermogenswinstbelasting betekent een ander belastingmoment
Het verschil tussen beide methoden is groot.
Bij vermogensaanwas kan een waardestijging jaarlijks worden meegenomen, ook wanneer iemand zijn bezit vasthoudt.
Bij vermogenswinst wordt de waardestijging in beginsel pas belast wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Voor iemand die jarenlang Bitcoin vasthoudt, kan dat belastingmoment daardoor sterk verschuiven.
Daar staat tegenover dat het kabinet waarschuwt voor forse financiële gevolgen voor de begroting wanneer belastingheffing wordt uitgesteld tot realisatie.
Dat is een van de redenen waarom er nog geen definitieve keuze ligt.
2028 blijft voorlopig het vertrekpunt
Ondanks alle twijfel heeft het kabinet 2028 niet losgelaten.
In de septemberbrief staat expliciet dat invoering van de bestaande Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028 het vertrekpunt blijft.
Tegelijk worden nu varianten onderzocht die dat voorstel kunnen aanpassen, tijdelijk kunnen maken of zelfs volledig kunnen vervangen.
Voor cryptobezitters betekent dat twee dingen tegelijk.
De belastingregels van vandaag veranderen niet door de vergadering van 22 september.
Maar de manier waarop koerswinst vanaf 2028 wordt behandeld, ligt opnieuw open.
Voor crypto draait alles om één onderscheid
Daarmee wordt de Box 3-discussie voor cryptobezitters uiteindelijk verrassend eenvoudig.
De belangrijkste vraag is niet alleen hoe hoog het toekomstige tarief wordt.
Minstens zo belangrijk is wanneer koerswinst belast wordt.
Moet iemand ieder jaar afrekenen over een hogere cryptowaarde, ook zonder verkoop? Of ontstaat de belastingclaim pas wanneer die winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd?
Het huidige wetsvoorstel kiest voor crypto in beginsel de eerste route.
Het kabinet onderzoekt inmiddels routes richting de tweede.
Zolang daar geen definitieve keuze over is gemaakt, blijft 2028 voor cryptobezitters vooral een belastingdatum met een vraagteken erachter.