FIU-Nederland krijgt op 1 juli 2026
een nieuwe bevoegdheid om verdachte transacties tijdelijk stil te zetten via Wwft-melders. Dat raakt banken, betaalinstellingen en cryptodienstverleners, terwijl ESMA diezelfde datum als harde grens ziet voor de laatste MiCA-overgangen in de EU.
De nieuwe macht staat in artikel 17a van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. FIU-Nederland kan meldingsplichtige entiteiten vragen om één of meer transacties tijdelijk niet uit te voeren. Zo’n verzoek moeten zij volgens FIU-Nederland verplicht en zonder onnodige vertraging opvolgen.
Dit is geen algemene bevriesknop voor
crypto. FIU-Nederland kan niet zomaar een wallet op
Bitcoin,
Ethereum of een andere blockchain stilzetten. De macht zit bij de partijen die onder de Wwft vallen en transacties voor klanten uitvoeren.
Een opschortingsverzoek is een tijdelijke pauze op een transactie.
FIU-Nederland gebruikt die pauze om verdachte geldstromen te analyseren.
Voor crypto telt dit vooral bij exchanges, banken en uitbetalingen naar euro’s.
Na de termijn volgt vrijgave, beslag of een ander vervolg via bevoegde autoriteiten.
De pauzeknop zit bij de poorten
FIU-Nederland analyseert ongebruikelijke transacties die melders doorgeven. Bij een verdenking kan de FIU informatie delen met opsporingsdiensten. Vanaf 1 juli komt daar een ingreep vóór uitvoering bij.
De normale termijn bedraagt maximaal vijf werkdagen. Doet FIU-Nederland het verzoek namens een buitenlandse FIU, dan kan de termijn oplopen tot maximaal tien werkdagen. FIU-Nederland kan ook eerder vragen om de opschorting te beëindigen. Zonder vervolg eindigt de pauze na de wettelijke termijn.
Voor crypto ligt de impact bij concrete raakvlakken met het financiële stelsel. Denk aan een euro-uitbetaling vanaf een exchange, een omzetting via een gereguleerde aanbieder of een betaling via een betaaldienstverlener. Daar kan een instelling nog ingrijpen voordat geld verder verdwijnt.
Een on-chain transactie tussen twee self-custody wallets valt daar anders in. Geen Wwft-melder voert die transactie voor de klant uit. Opsporing kan later nog steeds beslag proberen te leggen op gevonden tegoeden, maar dit artikel 17a-verzoek werkt via instellingen.
MiCA-deadline vraagt nuance
De timing oogt hard. Op 1 juli 2026 eindigen
volgens ESMA de resterende MiCA-overgangen in de EU. Crypto-asset service providers die onder zo’n overgang vielen, moeten dan een MiCA-status hebben of hun activiteiten afbouwen.
Voor
Nederland ligt dat scherper.
De AFM meldt dat ondernemingen met een oude DNB-registratie tot 30 juni 2025 gebruik mochten maken van het Nederlandse MiCAR-overgangsregime. Dat register is daarna komen te vervallen.
De juiste lezing is dus niet dat Nederland pas op 1 juli 2026 overstapt op MiCA. Nederlandse partijen liepen al eerder tegen de nationale deadline aan. De datum van 1 juli 2026 blijft wel relevant voor de EU-brede sluiting van resterende overgangsregimes en voor grensoverschrijdende dienstverlening.
Die combinatie maakt de datum politiek gevoelig. MiCA regelt markttoegang en gedragstoezicht.
De FIU-bevoegdheid grijpt in op verdachte geldstromen. Samen trekken ze de poorten rond crypto strakker dicht.
Geen vrijbrief voor willekeur
FIU-Nederland zegt dat de bevoegdheid alleen in beeld komt bij een expliciet verzoek van een buitenlandse FIU of als een eigen analyse daar aanleiding toe geeft. De dienst noemt proportionele inzet als uitgangspunt.
De instelling moet de cliënt direct informeren dat de transactie op verzoek van FIU-Nederland is opgeschort. Volgens FIU-Nederland schendt dat het tipping-offverbod niet. Dat verbod ziet op geheimhouding rond meldingen van ongebruikelijke transacties, niet op de melding dat een opschortingsverzoek is opgevolgd.
Het AMLC wijst op een belangrijk detail. Artikel 17a Wwft geldt niet alleen voor banken, maar voor alle Wwft-instellingen. De instelling moet de rekeninghouder of cliënt direct informeren over de bevriezing.
In snelle betalingsketens kan de praktijk rommelig blijven. FIU-Nederland erkent dat veel transacties bijna realtime plaatsvinden. Als een transactie al deels is uitgevoerd, kan de instelling een tegoed ter grootte van die transactie blokkeren, voor zover saldo aanwezig is. Later binnenkomend geld valt niet automatisch onder dat verzoek.
Voor gewone gebruikers verandert het dagelijkse gebruik van crypto niet op papier. Een gereguleerde partij kan wel vaker om uitleg vragen bij grote, onduidelijke of risicovolle geldstromen. Dat geldt zeker bij bedragen die van of naar banken lopen.
Voor cryptobedrijven verschuift de lat. Zij moeten niet alleen klanten controleren en ongebruikelijke transacties melden. Ze moeten ook snel herkennen wanneer FIU-Nederland een opschortingsverzoek stuurt, wie intern handelt en hoe de cliënt daarna correct bericht krijgt.
De nieuwe bevoegdheid maakt crypto niet illegaal en zet blockchains niet stil. Ze geeft de Nederlandse opsporingsketen wel tijd op het punt waar snelheid vaak beslist: precies tussen een verdachte transactie en geld dat alweer drie schakels verder is.