€2,2 miljoen. Dat leverde de verkoop op van de resterende
crypto van het failliete Knaken. Daartegenover staat al ruim €8,4 miljoen aan ingediende vorderingen van schuldeisers.
Die kloof maakt de afwikkeling pijnlijk voor voormalige klanten. De rechtbank stelde eerder al vast dat Knaken te weinig vermogen had om hen volledig te betalen. Waar het resterende tekort uiteindelijk terechtkomt, wordt nu uitgezocht door curator en justitie.
OM maakt resterende crypto te gelde
Het Openbaar Ministerie had vóór het faillissement beslag laten leggen op vermogen van Knaken. De FIOD deed daarbij ook doorzoekingen en nam digitale gegevensdragers in beslag.
Het strafrechtelijke onderzoek richt zich op mogelijke strafbare feiten. Er zijn daarmee nog geen strafbare feiten bewezen. Het
OM maakte bij de start van het onderzoek expliciet dat onderscheid tussen het strafrechtelijke traject en de faillissementsprocedure.
De resterende cryptovaluta zijn daarna verkocht. Volgens de nieuwste cijfers bracht dat €2,2 miljoen op.
Dat klinkt als een fors bedrag.
Naast de claims die al op tafel liggen, wordt het alleen snel klein.
Vorderingen lopen al boven €8,4 miljoen
Schuldeisers hebben voor ruim €8,4 miljoen aan vorderingen ingediend. Dat bedrag kan nog verder oplopen doordat de indiening van claims nog niet is afgerond.
Curator C.F.W.A. Hamm schat het uiteindelijke tekort volgens de beschikbare gegevens op ongeveer €7 miljoen tot €7,5 miljoen.
De groep schuldeisers bestaat bovendien niet alleen uit mensen die via Knaken
Bitcoin,
Ethereum of andere crypto kochten. Ook houders van Knaken-certificaten en partijen die geld uitleenden kunnen een vordering hebben.
Ongeveer 6.300 mensen zijn aangeschreven om hun aanspraak met bewijsstukken in te dienen.
Dat betekent niet dat iedere claim uiteindelijk volledig wordt erkend of betaald. De curator moet eerst bepalen welke aanspraken geldig zijn en welk vermogen beschikbaar komt.
Rechtbank stelde dekkingstekort al vast
De rechtbank Rotterdam verklaarde Knaken Cryptohandel B.V. en Stichting Knaken Payments op 16 juli 2026 failliet.
Dat gebeurde opvallend genoeg op
verzoek van het OM, dat een beroep deed op het openbaar belang. De rechter ging daarin mee.
Volgens het OM ontbrak ongeveer €7 miljoen aan klanttegoeden. Klanten konden bovendien niet meer bij het handelsplatform, hun accounts of hun tegoeden.
De rechtbank ging nog een stap verder.
Zij stelde vast dat Knaken onvoldoende vermogen had om de klanten volledig te betalen en sprak van een aanzienlijk dekkingstekort waarvan klanten niet op de hoogte waren gesteld.
Dat is harder dan alleen een tijdelijk technisch probleem met een app.
Een saldo in de app bleek geen aparte stapel crypto
Voor klanten wordt vooral de juridische opzet rond bewaring belangrijk.
Volgens curator Hamm zat er een verschil tussen de cryptoposities die klanten in hun account zagen en de hoeveelheid crypto die Knaken daadwerkelijk bezat. De gekochte positie stond volgens zijn uitleg juridisch bij Knaken, terwijl de klant een aanspraak op de eurowaarde had.
Dat onderscheid is bij een faillissement allesbepalend.
Wie munten in een eigen
wallet beheert en zelf de sleutels controleert, zit technisch in een andere positie dan iemand die alleen een saldo bij een centrale partij ziet.
Bij een
exchange of broker hangt veel af van de contracten, bewaarmethode en juridische scheiding tussen klantactiva en bedrijfsvermogen.
Een cijfer in een app vertelt dat niet.
Knaken had geen vereiste AFM-vergunning
De vergunning speelde eveneens een directe rol in de ondergang.
Het OM meldde op 30 juni dat Knaken voor zijn cryptodiensten een AFM-vergunning nodig had, maar die niet had verkregen. Het bedrijf had zijn activiteiten daarom gestaakt.
Sinds het Nederlandse overgangsregime op 30 juni 2025 eindigde, moeten aanbieders die onder de regels vallen een vergunning of geldige notificatie hebben om cryptoactivadiensten aan te bieden.
Het
AFM-register voor cryptopartijen maakt zichtbaar welke aanbieders zo'n toestemming hebben.
Dat komt voort uit
MiCA, waarmee aanbieders van onder meer bewaring, handel en omwisseling binnen de EU onder een vergunningstelsel zijn gebracht.
Een vergunning voorkomt geen faillissement.
Maar zonder de vereiste toestemming opereren is een heel ander waarschuwingssignaal dan een onderneming die wél onder het geldende toezichtskader valt.
€2,2 miljoen is nog geen uitkering aan klanten
De verkoop van de crypto betekent ook niet dat klanten nu €2,2 miljoen verdeeld krijgen.
Het geld komt terecht in een faillissement waarin de curator eerst de boedel, schulden en rangorde van schuldeisers moet vaststellen. Het OM bepaalt die uiteindelijke verdeling niet. Het OM schreef zelf al bij zijn faillissementsverzoek dat de afwikkeling na een faillissement bij de curator ligt.
Daarnaast zoekt Hamm volgens de nieuwste informatie naar andere bezittingen, openstaande vorderingen en mogelijk aanvullend verhaal.
Het bedrag dat uiteindelijk beschikbaar komt kan dus nog veranderen.
De verhouding van vandaag blijft alleen hard: €2,2 miljoen uit verkochte crypto tegenover meer dan €8,4 miljoen aan ingediende claims.
De harde les zit niet bij de munt
Knaken laat daarmee een risico zien dat weinig met de koers van crypto zelf te maken heeft.
Een klant kan denken dat hij Bitcoin bezit omdat zijn account exact een hoeveelheid BTC toont. Bij een faillissement draait de vraag vervolgens om iets anders: wie was juridisch eigenaar, waar stonden de activa en waren klantposities volledig gedekt?
Dat zijn saaie vragen zolang een app probleemloos werkt.
Zodra de toegang verdwijnt, worden het de enige vragen die nog tellen.
Voor voormalige Knaken-klanten is de verkoop van €2,2 miljoen daarom geen einde van het dossier. Het is vooral het eerste harde bedrag waartegen een veel grotere stapel claims kan worden afgezet.