AI-aandelen Europa

Europese spaarders denken dat ze wereldwijd spreiden, maar kopen massaal dezelfde Amerikaanse AI-concentratie

Europa18 aug , 14:05
€440 miljard. Zoveel blootstelling hebben huishoudens in de eurozone volgens vijf ECB-economen aan Amerikaanse technologieaandelen. Een groot deel daarvan loopt via fondsen en ETF’s.
Dat maakt de huidige AI-boom ook een Europees vermogensrisico. Niet omdat miljoenen spaarders bewust Nvidia, Microsoft of Alphabet selecteren, maar juist omdat zij denken breed te spreiden.

Een wereld-ETF kan verrassend geconcentreerd raken

Passief beleggen heeft een simpele kracht. De belegger hoeft niet zelf te voorspellen welk bedrijf de winnaar wordt.
Bij marktgewogen indices zit daar ook een mechanisme onder dat minder vaak wordt besproken.
Bedrijven die sterk in beurswaarde stijgen, krijgen automatisch een groter gewicht. Nieuwe euro’s die dezelfde index volgen, worden vervolgens relatief zwaar naar die grootste ondernemingen gestuurd.
De ECB wijst specifiek naar de Magnificent Seven: Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, Nvidia en Tesla. Hun dominantie in breed gebruikte indices zoals MSCI World vergroot volgens de auteurs het concentratierisico voor Europese beleggers.
De meeste blootstelling loopt bovendien niet via rechtstreeks gekochte aandelen, maar via beleggingsfondsen en ETF’s.
Daar zit de paradox.
Een belegger kan honderden bedrijven bezitten en toch steeds afhankelijker worden van dezelfde zeven Amerikaanse namen.

€440 miljard zonder bewust Nvidia te kiezen

De ECB-economen schatten dat huishoudens in de eurozone ongeveer €440 miljard aan Amerikaanse technologieaandelen bezitten.
Zij waarschuwen dat huishoudens zich mogelijk niet volledig bewust zijn van het bijbehorende concentratierisico. Verzekeraars en pensioenfondsen hebben eveneens stevige posities in de grootste Amerikaanse technologiebedrijven.
Dat is geen aanval op indexbeleggen.
Het laat wel zien dat “wereldwijd” en “gelijkmatig gespreid” twee verschillende dingen zijn.
Wie iedere maand automatisch een marktgewogen wereldtracker koopt, neemt de huidige Amerikaanse marktverhoudingen mee. Als Amerikaanse megatech groter wordt, groeit die blootstelling automatisch mee.

AI hoeft geen bubbel te zijn om beleggers pijn te doen

De ECB-publicatie stelt een interessantere vraag dan simpelweg: is AI een zeepbel?
Amerikaanse aandelenwaarderingen liggen op basis van de CAPE-ratio dicht bij hun historische piek. Die maatstaf vergelijkt beurskoersen met de gemiddelde, voor inflatie gecorrigeerde winsten van de voorgaande tien jaar.
De auteurs halen eerdere technologische revoluties aan, van spoorwegen tot elektriciteit en internet.
Hun punt: een technologie kan werkelijk enorme economische waarde creëren en toch eerst beurswaarderingen veroorzaken die later sterk terugvallen. Het moment van zo’n correctie is vooraf niet vast te stellen.
Dat onderscheid is belangrijk.
Nvidia hoeft geen slecht bedrijf te worden voordat zijn aandeel kan dalen. AI hoeft evenmin te mislukken voordat beleggers besluiten dat de verwachte toekomstige winsten al te enthousiast zijn ingeprijsd.
Een technologie kan economisch winnen terwijl beleggers tijdelijk te veel betalen voor die overwinning.
De auteurs benadrukken bovendien dat hun analyse hun eigen visie weergeeft en niet noodzakelijk het officiële standpunt van de ECB of het Eurosysteem.

Het echte gevaar is schijnspreiding

Daarmee verschuift de vraag van hoeveel aandelen iemand bezit naar welke risico’s die aandelen delen.
Een portefeuille kan Amerikaanse cloudbedrijven, chipmakers, softwareconcerns en datacenterbedrijven bevatten.
Op papier zijn dat verschillende ondernemingen.
Economisch kunnen hun waarderingen steeds sterker draaien op dezelfde aanname: dat AI-investeringen uiteindelijk enorme extra kasstromen opleveren.
Valt het vertrouwen in die rekensom terug, dan hoeven die posities niet onafhankelijk van elkaar te bewegen.
De ECB wijst daarom ook op de fondsen zelf als mogelijk transmissiekanaal. Bij stevige uitstroom moeten fondsen bezittingen verkopen om beleggers uit te betalen. Als stress aanhoudt, kunnen verkopen nieuwe prijsdruk en vervolgens nieuwe uitstroom veroorzaken.
Daarom behandelen de auteurs een mogelijke correctie van Amerikaanse megatech niet alleen als verlies voor individuele aandeelhouders, maar ook als vraagstuk voor financiële stabiliteit in de eurozone.

Europa ontsnapt niet door minder eigen megatech te hebben

Europese aandelen zijn volgens de ECB minder extreem gewaardeerd dan Amerikaanse aandelen. De eurozone heeft bovendien veel minder beursreuzen die dezelfde AI-premie hebben opgebouwd.
Dat biedt alleen beperkte bescherming.
Europese huishoudens, pensioenfondsen en verzekeraars bezitten via internationale fondsen alsnog grote Amerikaanse posities. Daarnaast zijn Amerikaanse en Europese aandelenmarkten historisch sterk met elkaar verbonden.
Een Amerikaanse AI-correctie kan daardoor via vermogen, financieringsvoorwaarden en vertrouwen naar Europa overslaan.
Voor Nederlandse en Belgische spaarders is dat een directe Benelux-haak.
Een fonds hoeft niet “Amerikaanse technologie” in de naam te hebben om toch zwaar van die bedrijven afhankelijk te zijn.

En dan komt Bitcoin als vermeende spreiding binnen

Voor crypto wordt het verhaal hier interessanter.
Bitcoin is fundamenteel iets anders dan een aandeel in een Amerikaanse technologieonderneming. Het geeft geen recht op bedrijfswinsten en kent geen management dat AI-datacenters bouwt.
Maar dat maakt Bitcoin nog niet automatisch een perfecte portefeuillehedge.
Diversificatie draait uiteindelijk niet alleen om wat een bezit technisch is. Het draait ook om hoe verschillende bezittingen reageren wanneer beleggers minder risico willen, financiering duurder wordt of liquiditeit plotseling verdwijnt.
Een wereld-ETF plus Bitcoin kan dus werkelijk verschillende soorten bezit bevatten en toch op bepaalde momenten gevoelig zijn voor dezelfde vlucht uit risico.
Dat maakt de vraag moeilijker dan “aandelen of crypto?”

Zelfs Bitcoinminers schuiven richting dezelfde AI-economie

Ook tussen de bedrijven rond beide sectoren ontstaat meer overlap.
TeraWulf meldde bij de SEC dat het in het eerste kwartaal twee mininggebouwen had herbestemd of buiten gebruik had gesteld om zijn HPC-activiteiten uit te breiden. Eind maart draaide op dezelfde locatie 60 MW aan operationele HPC-capaciteit naast Bitcoinmining.
Bitfarms ging nog verder.
Het bedrijf noemt HPC en AI zijn primaire groeigebied en omschrijft Bitcoinmining in zijn jaarverslag als zijn legacy business line. Mining moet cash blijven opleveren terwijl locaties geleidelijk naar HPC-datacenters worden omgebouwd.
Dat betekent niet dat Bitcoin en AI economisch hetzelfde bezit worden.
Het betekent wel dat bedrijven rond beide sectoren steeds vaker dezelfde schaarse middelen willen: stroom, geschikte locaties en datacentercapaciteit.
De labels op een beleggingsrekening vertellen daardoor minder over de werkelijke blootstelling dan vroeger.

Europa bouwt zelf juist miljarden aan AI-capaciteit

De tegenstelling wordt scherper doordat Europa tegelijkertijd probeert zijn eigen AI-rekenkracht uit te breiden.
De Europese Commissie startte op 30 juli een aanbesteding voor maximaal zeven AI Gigafactories. Daarvoor kan tot €10 miljard aan Europese en nationale publieke middelen worden ingezet. De Commissie verwacht daarmee minstens €20 miljard extra private investeringen los te maken.
Europa probeert dus zelfstandiger te worden in de productie van geavanceerde AI.
Tegelijk zijn honderden miljarden euro’s aan vermogen van huishoudens al blootgesteld aan Amerikaanse bedrijven die de huidige AI-race domineren.
Dat is een ongemakkelijke machtsverhouding.
Europa probeert eigen rekenkracht te bouwen, terwijl een aanzienlijk deel van zijn particuliere vermogen financieel meebeweegt met Amerikaanse AI-winnaars.

Spreiding moet weer over risico gaan

De conclusie is niet dat wereld-ETF’s verkeerd zijn.
Evenmin volgt hieruit dat Nvidia verkocht moet worden of Bitcoin automatisch bescherming biedt tegen een AI-correctie.
De interessantere les zit één niveau dieper.
Een portefeuille met honderden tickers kan nog steeds afhankelijk zijn van een beperkt aantal economische verwachtingen. Meer namen betekent niet automatisch meer onafhankelijke risico’s.
Dat is precies waarom het ECB-cijfer van €440 miljard zoveel gewicht heeft.
Europese huishoudens hebben niet massaal besloten om honderden miljarden in één AI-trade te steken. Een deel van die concentratie is juist ontstaan doordat brede fondsen automatisch meegroeiden met de bedrijven die de beurs domineerden.
Wie werkelijk wil weten hoe breed hij spreidt, moet daarom niet alleen tellen hoeveel aandelen, fondsen of crypto-assets hij bezit.
De betere vraag is hoeveel verschillende aannames nodig zijn om al die beleggingen tegelijk duur te houden.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading