Een claim van 0,64007706
Bitcoin, door de belegger begroot op ruim €60.000, is bij de rechtbank Den Haag gestrand. Niet omdat de rechter vaststelde dat de
handelsbot correct werkte, maar omdat de belegger volgens de rechtbank de verkeerde contractspartij had aangesproken.
De
uitspraak van 8 juli 2026 legt daarmee een risico bloot dat verder gaat dan koersverlies: bij buitenlandse cryptodiensten kan de naam op het contract uiteindelijk zwaarder wegen dan de naam op de website.
Vijf bitcoin naar twee Bybit-accounts
De zaak begon eind 2024.
De belegger had twee accounts bij
Bybit en sloot op 29 december 2024 een Software as a Service Agreement. Als aanbieder stond daarin Green Sky Capital SRL, een vennootschap naar Costa Ricaans recht.
Via API-keys kreeg algoritmische handelssoftware toegang tot de accounts.
Zo'n API-koppeling laat externe software opdrachten uitvoeren op een
exchange, zonder dat de gebruiker voor iedere transactie zelf hoeft in te loggen.
Een dag na het sluiten van de overeenkomst stortte de klant 5 Bitcoin op zijn Bybit-accounts. Volgens de zaakstukken waren die op dat moment ongeveer €470.824 waard.
Na stoppen ontbrak 0,64 bitcoin
De dienstverlening eindigde op 11 mei 2025.
De belegger kreeg daarna 4,35992294 BTC terug. Het verschil bedroeg precies 0,64007706 BTC. Dat verlies waardeerde hij op €60.272,77.
Hij stapte vervolgens naar de rechter tegen Oxido, gelieerde ondernemingen en betrokken bestuurders.
Volgens de belegger ging het ondanks de naam 'softwaredienst' feitelijk om individueel vermogensbeheer. Daarvoor zouden financiële regels en mogelijk een vergunningplicht gelden.
Hij beriep zich onder meer op de Wet op het financieel toezicht, dwaling, oneerlijke handelspraktijken en onrechtmatig handelen.
Eén naam in het contract breekt de claim open
Daar liep de zaak vast.
De rechtbank keek eerst naar een fundamentelere vraag: met wie had de belegger eigenlijk de overeenkomst gesloten?
Het antwoord stond volgens de rechter in het contract.
Green Sky Capital SRL werd daarin uitdrukkelijk vermeld als contractspartij en als aanbieder. Gedaagden hadden bovendien de oprichtingsakte van de Costa Ricaanse onderneming overgelegd. De rechtbank stelde daarom vast dat Green Sky daadwerkelijk bestaat.
Wie een overeenkomst wil vernietigen, moet juridisch wel de partij raken waarmee die overeenkomst is gesloten.
De belegger had Green Sky echter niet in de procedure betrokken.
Vernietigingsverklaring ging naar Oxido
Dat probleem speelde ook vóór de
rechtszaak.
De belegger had buiten de rechter om al geprobeerd de overeenkomst te vernietigen. Die verklaring was echter gericht aan Oxido, niet aan Green Sky.
Volgens de rechtbank leidde die verklaring daardoor niet tot vernietiging van de SaaS-overeenkomst met Green Sky.
Dat is een hard procedureel verschil.
De vraag of de overeenkomst wegens financiële regels, dwaling of andere gronden aantastbaar was, kon de belegger niet simpelweg oplossen door een andere verbonden onderneming aan te spreken.
'Lege huls' overtuigt rechtbank niet
De belegger probeerde dat gat te dichten door Green Sky neer te zetten als een lege huls.
Hij wees onder meer op het beperkte aandelenkapitaal, de structuur rond de aandeelhouders en het ontbreken van zaken die volgens hem bij een normale onderneming zouden passen. Hij wilde Green Sky daarom vereenzelvigen met Oxido en betrokken bestuurders.
De rechtbank volgde die redenering niet.
Green Sky was volgens de rechter een werkelijk bestaande Costa Ricaanse vennootschap. Dat de handelsnaam Oxido Solutions werd gebruikt en de website feitelijk door Oxido werd beheerd, betekende niet automatisch dat Oxido zelf de diensten uit het contract leverde.
Daarmee viel een belangrijk deel van de juridische constructie onder de claim weg.
Handelsbot maakt juridische controle niet minder belangrijk
Voor particuliere cryptobeleggers zit daar de harde les.
Wie een bot toegang geeft tot een account via API-keys, kijkt waarschijnlijk eerst naar rendement, strategie en technische beveiliging. Maar minstens zo belangrijk is welke onderneming juridisch tegenover de klant staat.
Bij een buitenlandse structuur kunnen website, handelsnaam, ontwikkelaar en contractspartij verschillende partijen zijn.
Ook controle over de eigen
wallet of exchange-account lost dat probleem niet op. API-software kan binnen verleende bevoegdheden transacties uitvoeren terwijl het account formeel bij de gebruiker blijft.
Dat onderscheid speelde ook hier mee. Volgens de overeenkomst hield de klant zelf controle over zijn handelsaccounts.
Rechtbank beslist niet dat iedere handelsbot buiten Wft valt
De uitspraak moet ook niet te breed worden gelezen.
De rechtbank heeft hiermee niet bepaald dat algoritmische cryptohandel nooit vermogensbeheer kan zijn. Evenmin volgt uit deze zaak dat iedere SaaS-constructie automatisch buiten financieel toezicht valt.
De vorderingen liepen in deze procedure al vast doordat de contractuele positie van Green Sky niet correct in het geding was betrokken.
Dat is iets anders dan een algemeen oordeel over de juridische status van cryptobots.
Belegger betaalt €5.764 aan proceskosten
De rechtbank wees de vorderingen tegen de gedaagden af.
De belegger moet €5.764 aan proceskosten betalen.
Oxido en een bestuurder kwamen er in hun tegenvordering ook niet volledig doorheen. Zij wilden onder meer dat gelegde beslagen direct werden opgeheven en vroegen schadevergoeding.
Ook die vorderingen werden afgewezen. Zij moeten voor dat deel van de procedure gezamenlijk €1.861 aan proceskosten betalen.
De verloren 0,64 BTC was daarmee niet de enige rekening in deze zaak.
Voor beleggers die een buitenlandse handelsbot aan hun account koppelen, blijft vooral één regel hangen: controleer niet alleen wat de software met je bitcoin mag doen, maar ook welke juridische entiteit haar handtekening onder het contract heeft gezet.