Een nepbankmedewerker belt. Even later staat een vermeende politieagent aan de deur om bankkaarten, codes of waardevolle spullen “veilig te stellen”.
De Belgische federale
politie waarschuwt voor precies die combinatie. Digitale manipulatie en telefonische
fraude krijgen daarbij een fysiek vervolg, waardoor slachtoffers niet alleen op afstand worden misleid.
Eerst wordt paniek gecreëerd
De fraude begint doorgaans met een telefoontje.
Een persoon doet zich voor als politieagent of bankmedewerker en beweert dat er fraude met de rekening dreigt. Soms verwijst de beller naar gelekte persoonsgegevens om geloofwaardiger over te komen.
Daarna volgt de oplossing die het slachtoffer zogenaamd moet beschermen.
Een “collega” komt langs om bankkaarten, pincodes, geld of andere waardevolle spullen in veiligheid te brengen.
Het slachtoffer wordt zo eerst digitaal onder druk gezet en daarna fysiek benaderd.
Politiezone krijgt ongeveer wekelijks meldingen
Hoofdinspecteur Tijl De Groot, teamleider van de cybersectie bij politiezone Brussel HOOFDSTAD Elsene, zegt dat zijn zone al ongeveer een jaar regelmatig zulke klachten ontvangt.
Volgens zijn inschatting gebeurt dat minstens één keer per week.
Dat cijfer vraagt een duidelijke grens.
Het gaat om ervaringen binnen één politiezone en niet om een nationale Belgische statistiek. Uit de publicatie kan dus niet worden afgeleid hoeveel slachtoffers er in heel
België zijn.
De Federale Politie zegt wel dat politiezones de afgelopen maanden een toename zien van zaken waarbij cyberfraude overgaat in fysieke
oplichting.
De persoon aan de deur hoort bij hetzelfde plan
Die tweede fase maakt de werkwijze anders dan gewone phishing.
Bij klassieke phishing probeert een fraudeur bijvoorbeeld via een valse website bankgegevens of wachtwoorden te bemachtigen.
Hier wordt het opgebouwde vertrouwen gebruikt om iemand daadwerkelijk naar het slachtoffer te sturen.
De ophaler kan vervolgens bankkaarten en codes meenemen. Volgens de politie worden soms ook andere waardevolle voorwerpen afgegeven.
Daarmee verschuift de aanval van een scherm of telefoon naar de woning zelf.
Een bankmedewerker komt geen kaarten ophalen
De Belgische politie geeft daarom een eenvoudige waarschuwing.
Een bankmedewerker maakt geen afspraak om bij iemand thuis bankkaarten of andere waardevolle spullen op te halen.
Ook politieagenten verschijnen volgens de waarschuwing normaal gesproken niet zomaar met de opdracht geld of kaarten “veilig te stellen”.
Wie twijfelt aan een agent, kan om de dienstkaart vragen en de identiteit controleren.
Pincodes, toegang via een digipas en itsme-inloggegevens horen eveneens nooit aan zo'n bezoeker te worden gegeven.
Twijfel leverde al arrestaties op
Sommige slachtoffers hebben volgens De Groot de echte politie gebeld voordat de aangekondigde ophaler arriveerde.
Dat maakte het mogelijk verdachten op heterdaad te betrappen.
Die gevallen laten zien waarom contact opnemen vóórdat iemand aan de deur verschijnt verschil kan maken.
Fraudeurs proberen juist tijdsdruk te creëren. Het slachtoffer zou snel moeten handelen omdat geld anders zou verdwijnen.
Zelf contact opnemen met de bank of politie doorbreekt dat scenario.
Ouderen worden vaak als slachtoffer genoemd
Volgens De Groot zijn de slachtoffers geregeld oudere mensen die minder vertrouwd zijn met nieuwe technologie.
Dat betekent niet dat alleen ouderen risico lopen.
De methode draait vooral om manipulatie. De fraudeur probeert geloofwaardig over te komen, kent soms persoonlijke gegevens en gebruikt angst voor financieel verlies om snel handelen af te dwingen.
De Groot zegt bovendien dat de daders vaak tot lokaal actieve groepen behoren.
Het beeld van een anonieme internetfraudeur aan de andere kant van de wereld gaat bij deze zaken dus niet altijd op.
Politie noemt geweld een zorg, geen vastgesteld patroon
De fysieke stap brengt ook een nieuw risico mee.
De Groot zegt te vrezen dat dergelijke praktijken op termijn kunnen uitmonden in geweld, bijvoorbeeld bij een woningoverval.
Dat is een waarschuwing over mogelijke ontwikkeling.
De politiepublicatie stelt niet vast dat de onderzochte fraudezaken al structureel gewelddadig verlopen.
Dat onderscheid is belangrijk: de huidige meldingen gaan om fraude waarbij iemand thuis spullen komt ophalen. De vrees voor verdere escalatie is een risico dat de politie daar bovenop ziet.
Na fraude moet snel worden gehandeld
Wie toch slachtoffer wordt, krijgt van de politie drie directe adviezen:
- doe aangifte bij de politie;
- laat betaalmiddelen en toegang zo snel mogelijk blokkeren;
- neem contact op met Card Stop/Fraudstop via 078 170 170.
Ook bij een verdachte oproep zonder financieel verlies kan controle bij de eigen bank of politie voorkomen dat de volgende stap wordt gezet.
Bel daarbij zelf via een officieel nummer. Gebruik niet het telefoonnummer dat de vermeende bankmedewerker of agent aanlevert.
De voordeur wordt onderdeel van de aanval
De waarschuwing laat vooral zien hoe fraudeurs verschillende aanvalsvormen combineren.
Een gelekt gegeven kan geloofwaardigheid geven. Een telefoongesprek bouwt druk op. Daarna verschijnt een echt persoon om de buit op te halen.
Dat maakt alleen digitale waakzaamheid onvoldoende.
Wie telefonisch hoort dat iemand straks langskomt om geld, kaarten, codes of kostbaarheden “veilig te stellen”, krijgt niet extra bescherming.
Volgens de Belgische politie is juist dat bezoek een alarmsignaal.