België maakt
crypto niet onmogelijk, maar wel minder administratief elegant dan bankeerbare alternatieven. Crypto-assets vallen onder de nieuwe 10%-meerwaardebelasting, terwijl KBC bevestigt dat voor crypto geen bronheffing mogelijk is en beleggers gerealiseerde meerwaarden zelf via de aangifte moeten verwerken.
De nieuwe Belgische meerwaardebelasting geldt vanaf 1 januari 2026 voor financiële activa en rekent in het standaardregime 10% op gerealiseerde meerwaarden. De FOD Financiën vermeldt daarbij een jaarlijkse vrijstelling van €10.000 op gerealiseerde meerwaarden. Reuters meldde eerder dat ook cryptovaluta onder de nieuwe heffing vallen.
Niet de heffing, maar de verwerking verandert gedrag
Wie de maatregel alleen leest als een extra belasting, mist het grotere effect. De echte verschuiving zit in de verwerking.
KBC schrijft dat de bank voor veel financiële producten vanaf 1 juni 2026 in principe 10% meerwaardebelasting inhoudt, tenzij de klant voor opt-out kiest. Voor crypto-assets, deviezen en goud is
volgens KBC echter geen bronheffing mogelijk. De belegger blijft daar zelf verantwoordelijk voor aangifte via de eigen belastingaangifte.
Dat klinkt technisch, maar het is economisch belangrijk. Wat de bank kan lezen, berekenen, rapporteren en afwikkelen, wordt comfortabeler bezit. Wat buiten die infrastructuur valt, blijft belastbaar én administratief zwaarder.
Daar begint de stille duw richting wrappers.
Wrappers passen beter in fiscale machines
Een
bitcoin-ETP, tracker of ander bankeerbaar product is niet automatisch inhoudelijk beter dan echte crypto in self-custody. Het geeft de belegger geen private keys en vaak ook geen directe on-chain controle.
Maar zo’n wrapper past wel beter in de bestaande systemen van banken, brokers, rapportage en belastingverwerking.
Dat voordeel wordt groter zodra fiscaliteit meer administratie vraagt. Voor een belegger die vooral exposure wil, kan een wrapper aantrekkelijker worden dan zelf wallets, exchanges, aankoopprijzen, verkoopmomenten, transactiekosten en waarderingen bijhouden.
De fiscus beloont hier niet expliciet wrappers. Maar het systeem beloont leesbaarheid. En in financiële markten is leesbaarheid meestal een voordeel voor verpakte producten.
Bolero bevestigt de praktische crypto-uitzondering
Bolero, onderdeel van KBC, maakt dezelfde praktische lijn expliciet. Voor crypto geldt volgens Bolero steeds het opt-outprincipe: er wordt geen meerwaardebelasting ingehouden, ook niet wanneer een klant voor opt-in kiest. De belegger moet crypto-meerwaarden dus zelf aangeven in de personenbelasting.
Dat is een belangrijk signaal. Zelfs binnen een bancaire omgeving blijft crypto fiscaal minder automatisch verwerkbaar dan andere producten.
Voor Belgische beleggers wordt de vraag daardoor minder ideologisch en meer praktisch: wil ik de asset zelf bezitten, of wil ik fiscaal en administratief eenvoudiger exposure?
Die keuze bestond altijd al. De nieuwe meerwaardebelasting maakt haar zichtbaarder.
Self-custody blijft mogelijk, maar minder vanzelfsprekend
Self-custody wordt niet verboden. Belgische beleggers kunnen crypto blijven aanhouden op eigen wallets, via exchanges of via andere structuren.
Maar het voordeel van eigen beheer komt met meer eigen administratie. Wie zelf sleutels beheert, moet ook zelf transacties kunnen reconstrueren. Wie meerdere wallets, exchanges, DeFi-protocollen of stablecoins gebruikt, krijgt sneller een complex dossier.
Voor overtuigde bitcoiners en ervaren cryptogebruikers is dat acceptabel. Voor de marginale instroom ligt dat anders: de nieuwe belegger, de ondernemer, de familieportefeuille of de vermogensplanner die vooral eenvoudige blootstelling wil.
Juist dat kapitaal beweegt vaak richting gemak.
Niet omdat wrappers ideologisch sterker zijn. Wel omdat ze administratief minder vermoeiend kunnen zijn.
De verborgen winnaar is saai
De verborgen winnaar van deze verschuiving is niet per se bitcoin, ether of een specifieke altcoin. Het is de categorie van gereguleerde, bankeerbare crypto-exposure.
Wrappers, fondsen, trackers en ETP’s kunnen profiteren omdat ze beter aansluiten op bestaande infrastructuur. Ze passen in effectenrekeningen, bankrapportage, brokerdata en fiscale workflows.
Dat maakt ze minder puur vanuit cryptoperspectief, maar aantrekkelijker vanuit vermogensplanning.
De ironie is scherp. Crypto werd groot met het idee dat je geen bank nodig had om waarde te bezitten. België laat nu zien dat je banken misschien niet nodig hebt om te bezitten, maar wel voordeel kunt hebben als je bezit eruitziet alsof het door een bank is voorbereid voor de fiscus.
Niet elke wrapper is fiscaal beter
Nuance blijft nodig. Een wrapper is niet automatisch fiscaal of juridisch beter dan directe crypto. Kosten, trackingverschil, uitgeversrisico, custodystructuur, productvoorwaarden, liquiditeit en fiscale kwalificatie kunnen verschillen.
Ook blijft de concrete belastingbehandeling afhankelijk van het type product, de situatie van de belegger en de vraag of de activiteit binnen normaal beheer van privévermogen valt. Speculatieve of beroepsmatige activiteit kan anders worden behandeld.
Dit is dus geen advies om self-custody te verlaten of wrappers te kopen. Het is een analyse van prikkels.
De prikkel is duidelijk: directe crypto blijft mogelijk, maar wordt voor veel beleggers administratief minder elegant dan verpakte exposure.
Belgische crypto wordt minder anti-bank
De bredere culturele impact is misschien nog belangrijker. Self-custody was lang niet alleen een technische keuze, maar ook een houding: eigen sleutels, eigen verantwoordelijkheid, minder afhankelijkheid van banken.
Een fiscaal regime waarin bankeerbare producten makkelijker te verwerken zijn, zet druk op dat ethos. Niet met een verbod, maar met papierwerk.
Dat is vaak effectiever. De meeste beleggers verlaten principes niet door dwang, maar door frictie.
België hoeft crypto dus niet uit de markt te prijzen. Het hoeft alleen de administratieve voorkeur te leggen bij producten die beter in het bestaande financiële systeem passen.
Conclusie: fiscaliteit wordt productsturing
De Belgische meerwaardebelasting is meer dan een tarief van 10%. Zij verandert de relatieve aantrekkelijkheid van vormen waarin crypto wordt aangehouden.
Directe crypto blijft belastbaar, maar voor crypto-assets is geen bronheffing mogelijk. Beleggers moeten zelf aangeven, zelf rekenen en zelf onderbouwen. Bankeerbare wrappers sluiten beter aan op systemen die rapportage en verwerking eenvoudiger maken.
Dat is de stille gedragssturing. België zegt niet dat self-custody fout is. Het maakt alleen duidelijk dat self-custody voortaan meer fiscale discipline vraagt dan het alternatief.
Voor een markt waarin gemak vaak wint van doctrine, kan dat genoeg zijn om kapitaal langzaam richting wrappers te duwen.