225 procent winst verandert in 11 procent verlies. Daarvoor hoeven bij
Bitcoin slechts vijftien handelsdagen uit een periode van drie jaar te verdwijnen.
Dat blijkt uit een
analyse van Grayscale op basis van Bloomberg-data tot en met 23 september 2026. De berekening laat zien hoe zwaar een klein aantal sterke koersdagen op het totale rendement drukt.
De keerzijde: Grayscale verwijdert die dagen achteraf. Geen enkele belegger wist vooraf precies welke vijftien dagen de beste zouden worden.
Vijf gemiste dagen hakken al diep in rendement
Met alle handelsdagen meegerekend leverde
Bitcoin over de onderzochte drie jaar ongeveer 225 procent op.
Haal alleen de vijf beste dagen weg en daar blijft ongeveer 95 procent van over.
Zonder de tien sterkste dagen zakt het rendement naar 27 procent. Worden de beste vijftien dagen verwijderd, dan eindigt de volledige driejaarsperiode op ongeveer 11 procent verlies.
Dat levert voor een theoretische inleg van $1.000 het volgende verschil op:
| Scenario | Rendement | Eindwaarde |
| Alle dagen | +225% | $3.250 |
| Zonder 5 beste dagen | +95% | $1.950 |
| Zonder 10 beste dagen | +27% | $1.270 |
| Zonder 15 beste dagen | −11% | $890 |
De bedragen zijn rechtstreeks berekend uit de percentages. Het zijn geen resultaten van daadwerkelijk uitgevoerde handelsstrategieën.
Bitcoin is gevoeliger dan Nasdaq
Grayscale vergelijkt Bitcoin ook met de Nasdaq-100.
Die aandelenindex boekte in dezelfde periode ongeveer 109 procent rendement. Zonder zijn vijftien beste handelsdagen bleef daar volgens de
analyse nog ongeveer 21 procent winst van over.
Bij Bitcoin sloeg het rendement onder dezelfde rekenmethode om naar verlies.
Dat laat zien dat de stijging van
BTC in deze periode sterker geconcentreerd zat in enkele uitzonderlijk goede dagen.
Juist bij een volatiel bezit kan een kort herstel daardoor een groot deel van het uiteindelijke rendement bepalen.
Uitstappen tijdens onrust heeft een prijs
Dat maakt wachten op een “rustiger moment” lastig.
De Amerikaanse toezichthouder
FINRA legt bij market timing uit dat enkele van de beste beursdagen juist tijdens perioden van hoge volatiliteit kunnen vallen. Wie tijdens een scherpe daling verkoopt, loopt daardoor het risico ook het plotselinge herstel mis te lopen.
Daar komt nog bij dat actief in- en uitstappen meer transacties oplevert.
Kosten kunnen stijgen en beleggers moeten telkens twee beslissingen goed nemen: wanneer eruit en wanneer er weer in.
De tweede beslissing is vaak net zo lastig als de eerste.
De berekening kent een duidelijke valkuil
Toch bewijst de Grayscale-grafiek niet dat buy and hold altijd iedere handelsstrategie verslaat.
De vijftien beste dagen zijn namelijk met kennis achteraf verwijderd.
Een handelaar beschikt vooraf niet over een lijst met dagen die hij absoluut niet mag missen. Maar hetzelfde geldt voor de slechtste dagen.
Een echte timingstrategie probeert juist beide kanten te voorspellen: grote dalingen vermijden en vervolgens weer instappen voordat het herstel begint.
Om te bepalen of zo'n strategie werkt, zijn vaste koop- en verkoopregels nodig. Vervolgens moet worden getest wat die regels daadwerkelijk hadden opgeleverd, inclusief gemiste stijgingen, vermeden dalingen en handelskosten.
Dat doet deze berekening niet.
Slechte dagen missen kan beeld eveneens veranderen
Stel dat een belegger niet alleen de vijftien beste, maar ook enkele van de zwaarste verliesdagen had weten te vermijden.
Dan verandert het resultaat opnieuw.
Hoe sterk, hangt af van welke dagen worden uitgesloten en wanneer de belegger terugkeert. Zonder een vooraf vastgelegde strategie zegt zo'n berekening weinig over wat werkelijk haalbaar was.
Daarom is “zonder de beste vijftien dagen verloor Bitcoin 11 procent” vooral een illustratie van rendementsconcentratie.
Het is geen bewijs dat markt-timing per definitie verliesgevend is.
Volatiliteit werkt twee kanten op
Lang belegd blijven lost het probleem bovendien niet gratis op.
Wie alle beste dagen meepakt, krijgt ook alle slechte dagen voor zijn kiezen.
Bij Bitcoin kunnen dalingen binnen korte tijd groot zijn. Een strategie waarbij iemand continu blootstelling houdt, vraagt daarom de bereidheid om forse tussentijdse verliezen uit te zitten.
Dat maakt het Grayscale-cijfer interessanter dan een simpel argument voor nooit verkopen.
Het toont vooral hoe weinig foutmarge een belegger heeft wanneer een groot deel van het rendement in korte koerssprongen ontstaat.
Vijftien gemiste dagen waren in deze driejaarsperiode genoeg om 225 procent winst om te draaien naar verlies. Vooraf herkennen welke vijftien dagen dat zouden worden, blijft precies het probleem.