Bitcoin-mining draait financieel bijna even zwaar op machines als op elektriciteit. Bij
AI-inference ligt dat volgens
Vitalik Buterin totaal anders: daar slokt de rekenhardware het grootste deel van de geraamde kosten op.
De
Ethereum-medeoprichter
deelde op 17 oktober twee kostenramingen. Elektriciteit vertegenwoordigt daarin ongeveer 45,9% bij mining, tegenover slechts 4,8% bij AI-inference.
Dat betekent niet dat AI weinig stroom gebruikt.
Bitcoin betaalt fors voor stroom én machines
In de miningtabel komt elektriciteit uit op ongeveer $43.000 per geproduceerde
Bitcoin.
Daarvan gaat $40.600 rechtstreeks naar stroom voor de computers. Nog eens $2.400 valt onder overige elektriciteitskosten.
Samen is dat 45,9% van het geraamde totaal van ongeveer $93.700 per
BTC.
De categorie voor computers en aanverwante investeringen komt uit op ongeveer $37.600, of circa 40%.
Daar vallen niet alleen miningmachines onder. Ook koeling, elektrische apparatuur en financieringskosten zitten in die post.
Buterins uitspraak dat mining ongeveer half stroom en half machines is, moet daarom als grove samenvatting worden gelezen.
Bij AI slokt hardware driekwart van de rekening op
De AI-tabel ziet er compleet anders uit.
Daar bedraagt de categorie computerinvesteringen ongeveer $19.900 per GPU per jaar. Dat is rond 76% van de geraamde totale kosten.
Elektriciteit komt uit op ongeveer $1.260, of 4,8%.
Daarnaast rekent de tabel met arbeid, huur, onderhoud, verzekeringen, belastingen en andere uitgaven.
Inference betekent hier het gebruiken van een reeds getraind AI-model. Een chatbot die een antwoord genereert, voert bijvoorbeeld inference uit.
Dat is iets anders dan het trainen van het model zelf.
4,8% zegt niets over hoeveel stroom AI fysiek gebruikt
Hier zit de belangrijkste valkuil.
Een elektriciteitsrekening kan enorm zijn en toch maar een klein percentage van de totale kosten vormen als de machines nog veel duurder zijn.
Een AI-bedrijf dat miljarden aan chips uitgeeft, kan dus tegelijkertijd veel stroom afnemen én een relatief laag elektriciteitsaandeel rapporteren.
Het percentage meet geld.
Het meet geen kilowatturen en evenmin de hoeveelheid energie per AI-antwoord.
Daarvoor zou dezelfde taak onder dezelfde voorwaarden moeten worden gemeten, inclusief stroomverbruik en geleverde output.
Mining en AI gebruiken zelfs verschillende rekeneenheden
Ook de twee tabellen zelf zijn niet rechtstreeks als dollarvergelijking te gebruiken.
Bij mining rekent Buterin per geproduceerde bitcoin.
Bij AI rekent hij per GPU per jaar.
De uitkomst laat dus vooral zien hoe de kosten binnen ieder model verdeeld zijn. Je kunt er niet uit afleiden dat één bitcoin evenveel of minder kost dan een bepaald aantal AI-taken.
Ook bezettingsgraad maakt verschil.
Een dure GPU die vrijwel continu werk uitvoert, verdeelt zijn aanschafkosten over veel meer opdrachten dan dezelfde GPU die grotendeels ongebruikt blijft.
Daardoor kunnen de kosten per AI-taak sterk veranderen zonder dat de prijs van de machine verandert.
CleanSpark komt in dezelfde orde uit
Een beursgenoteerde miner geeft een bruikbare praktijkcheck.
CleanSpark rapporteerde in zijn
kwartaalverslag over april tot en met juni 2026 $85,309 miljoen aan energie-uitgaven voor zijn eigen mininglocaties.
De afschrijving op miningmachines bedroeg $99,851 miljoen.
Neem alleen die twee posten, dan is ongeveer 46% energie en 54% afschrijving.
Dat zit opvallend dicht bij de ruwe verhouding die Buterin deelt.
Maar ook hier geldt een beperking.
Afschrijving is een boekhoudkundige verdeling van eerdere investeringen over de levensduur van apparatuur. Het is niet hetzelfde als wat CleanSpark dat kwartaal daadwerkelijk aan nieuwe machines betaalde.
Andere bedrijfskosten vallen bovendien buiten deze simpele vergelijking.
Stroomprijs blijft voor miners direct voelbaar
Voor mining is elektriciteit niet alleen een grote kostenpost, maar ook een knop waaraan bedrijven relatief snel kunnen draaien.
CleanSpark noemt stroom zijn belangrijkste directe mininguitgave.
Wanneer elektriciteit te duur wordt tegenover wat een miner met dezelfde rekenkracht aan bitcoin kan verdienen, kan het bedrijf machines tijdelijk uitschakelen.
Dat maakt de stroomprijs direct zichtbaar in de dagelijkse economische beslissing: draaien of uitzetten.
Bij AI is die verhouding anders wanneer de kostbare GPU eenmaal is gekocht. De eigenaar heeft er belang bij zoveel mogelijk nuttig werk door die machine te laten uitvoeren.
Toch kan stroom AI-groei afremmen
Een laag aandeel op de kostenrekening betekent niet dat elektriciteit makkelijk verkrijgbaar is.
MARA schrijft in zijn
aandeelhoudersbrief van augustus dat beschikbare stroom volgens het bedrijf juist een beperkende factor voor nieuwe AI-datacenters is.
MARA heeft daar zelf financieel belang bij. Het bedrijf probeert zijn ervaring met grootschalige stroomaansluitingen uit bitcoinmining in te zetten voor AI-computing.
De uitspraak is dus geen onafhankelijke raming van de hele AI-sector.
Maar het onderscheid is nuttig.
Een productiemiddel kan financieel een relatief kleine kostenpost zijn en fysiek toch bepalen hoeveel capaciteit een bedrijf kan bouwen.
Bitcoin en AI concurreren daardoor anders om dezelfde stroom
Voor miners raakt een hogere elektriciteitsprijs snel de winstgevendheid.
Voor AI-aanbieders kan toegang tot voldoende stroom belangrijker zijn dan het percentage dat elektriciteit uiteindelijk van de totale rekening vormt.
Dat verschil helpt verklaren waarom bestaande mininglocaties interessant kunnen worden voor AI-bedrijven.
Ze beschikken vaak al over grote stroomaansluitingen en locaties die zware computerbelasting aankunnen.
De keuze tussen mining en AI wordt dan niet alleen bepaald door het stroomverbruik, maar door de opbrengst die met iedere beschikbare megawatt kan worden verdiend.
Eén tabel beslist de energiediscussie niet
Buterins vergelijking maakt vooral duidelijk waarom percentages zorgvuldig gelezen moeten worden.
Bij bitcoinmining slokt stroom in zijn raming bijna de helft van de totale kosten op. Bij AI-inference is dat nog geen vijf procent.
Daaruit volgt niet dat AI twintig keer energiezuiniger is.
Het zegt dat de rekening anders is opgebouwd.
Voor een echte vergelijking van energiegebruik zijn kilowatturen, type hardware, gebruiksduur en geleverde rekenoutput nodig.
De stroommeter en de winst-en-verliesrekening beantwoorden uiteindelijk twee verschillende vragen.