BIS en
ECB willen tokenised finance wel laten groeien, maar niet rond private
stablecoins als monetair fundament. Het
IMF kiest een neutralere lijn en waarschuwt vooral voor dollarisering, gebrekkige data en gaten in internationaal toezicht.
Daarmee wordt de stablecoindiscussie groter dan crypto.
De strijd gaat steeds meer over wie het digitale geldanker levert wanneer effecten, banktegoeden en betalingen naar programmeerbare systemen verhuizen.
BIS zet stablecoins tegenover tokenised deposits
BIS-topman Pablo Hernández de Cos zette de discussie op 28 augustus scherp neer tijdens het Jackson Hole Economic Symposium.
In zijn
officiële toespraak vergelijkt hij stablecoins met tokenised deposits.
Die laatste zijn digitale banktegoeden die op programmeerbare platforms worden geregistreerd.
Het verschil zit volgens De Cos niet vooral in technologie.
Het gaat om de vraag of verschillende vormen van geld altijd tegen dezelfde waarde kunnen worden afgerekend.
Eén dollar moet volgens BIS overal één dollar blijven
De BIS gebruikt daarvoor het begrip singleness of money.
Simpel gezegd: één euro of dollar moet dezelfde waarde houden, ongeacht bij welke bank of via welk systeem iemand betaalt.
Bij traditioneel bankgeld ondersteunt centralebankgeld dat mechanisme.
Bank A kan geld naar Bank B sturen terwijl de uiteindelijke afwikkeling tussen beide banken via centrale bankrekeningen loopt.
Dat helpt voorkomen dat een euro bij de ene bank structureel minder waard wordt dan een euro bij een andere bank.
Stablecoins kennen die garantie niet automatisch
De Cos gebruikt een eenvoudig voorbeeld.
De verzender bezit USDT.
De ontvanger accepteert alleen USDC.
Dan moet eerst de ene stablecoin worden verkocht en de andere worden gekocht.
Op rustige dagen kan dat vrijwel tegen één dollar.
Tijdens stress kunnen prijzen tijdelijk afwijken.
Volgens de BIS bestaat bij losse stablecoins geen universeel mechanisme dat afdwingt dat iedere overgang altijd tegen pari plaatsvindt.
Daar zit voor de instelling een fundamenteel verschil met tokenised banktegoeden.
BIS kiest daarom duidelijk voor bankgeld als basis
De voorkeursroute van de BIS is helder.
Tokenised deposits zouden volgens De Cos het grootste deel van dagelijkse betalingen en wholesale settlement moeten dragen.
De uiteindelijke geldafwikkeling blijft daarbij verbonden met centralebankgeld.
Stablecoins hoeven niet te verdwijnen.
De BIS ziet ruimte voor gespecialiseerde toepassingen, bijvoorbeeld binnen
DeFi.
Maar voor betalingsgebruik wil De Cos sterke regels rond reserves, transparantie en inwisselbaarheid tegen pari.
Een andere optie is stablecoins behandelen als beleggingsproducten in plaats van als volwaardig geld.
ECB bouwt die visie al in Europa
Twee dagen eerder ging ECB-bestuurder Piero Cipollone een stap verder.
Hij beschreef op 26 augustus hoe Europa een geïntegreerde markt voor tokenised financiële activa wil bouwen.
De
ECB-strategie draait rond twee projecten: Pontes en Appia.
Centraal staat dezelfde gedachte als bij de BIS.
Private digitale activa mogen bestaan.
Maar de uiteindelijke afwikkeling moet toegang houden tot centralebankgeld.
Pontes moet dit jaar live gaan
Pontes moet marktplatforms die DLT gebruiken verbinden met de TARGET Services van het Eurosysteem.
Daarmee kan de geldkant van een digitale effectentransactie uiteindelijk in centralebankgeld worden afgerekend.
De ECB wil Pontes in 2026 operationeel maken.
Daarna wordt de dienstverlening stapsgewijs uitgebreid.
Rond medio 2028 mikt het Eurosysteem op 24/7-beschikbaarheid, meer programmeerbaarheid en ondersteuning voor meerdere valuta.
Atomic settlement moet risico verkleinen
Een belangrijk onderdeel is gelijktijdige levering en betaling.
Dat wordt vaak atomic settlement genoemd.
De effecten gaan alleen over wanneer de betaling ook doorgaat.
Mislukt één kant, dan gaat de andere kant eveneens niet door.
Smart contracts kunnen zulke processen automatiseren.
De ECB ziet daar winst in snelheid en minder tussenstappen.
Maar de centrale bank wil voorkomen dat die efficiëntie wordt gebouwd boven op een onbetrouwbare geldlaag.
Appia moet Europese markt bij elkaar houden
Pontes regelt vooral de geldkant.
Appia kijkt breder.
Dat project gaat over standaarden, regels, governance, grensoverschrijdende transacties en de manier waarop verschillende tokenised markten met elkaar kunnen samenwerken.
De ECB wil in 2028 een blauwdruk opleveren.
Het uiteindelijke model staat nog niet vast.
Er kan één gedeeld Europees netwerk komen.
Er kunnen ook verschillende sterk gekoppelde netwerken naast elkaar bestaan.
ECB ziet drie grote risico’s
Cipollone noemt drie problemen die Europa wil voorkomen.
Het eerste is fragmentatie.
Wanneer tientallen systemen niet goed met elkaar communiceren, kunnen beleggers, activa en liquiditeit over afzonderlijke digitale eilanden worden verspreid.
Het tweede risico is verlies van het monetaire anker.
Zonder centralebankgeld wordt de markt afhankelijker van private settlement assets met krediet- en liquiditeitsrisico.
Het derde probleem is buitenlandse afhankelijkheid.
Europa wil niet dat de kern van zijn toekomstige financiële systemen wordt gecontroleerd door partijen of valuta buiten de eurozone.
Daar komen dollarstablecoins direct in beeld
Dat laatste raakt de stablecoinmarkt hard.
Bijna alle grote stablecoins volgen de Amerikaanse dollar.
Het IMF schat dat bijna 99% van de stablecoins in dollars luidt.
Wanneer Europese tokenised markten massaal dollarstablecoins gebruiken, kan de dollar daarmee een grotere rol krijgen binnen digitale Europese financiële transacties.
Dat is precies wat de ECB vanuit monetaire autonomie wil vermijden.
De centrale bank verzet zich dus niet tegen
tokenisatie.
Ze wil bepalen welk geld onder die tokenisatie ligt.
IMF kiest minder hard tussen stablecoins en bankgeld
Het IMF legt andere accenten.
First Deputy Managing Director Dan Katz noemde stablecoins op 7 augustus de meest volwassen vorm van tokenisatie.
Zijn
toespraak in Kaapstad behandelt zowel voordelen als risico’s.
Het IMF ziet potentieel voor goedkopere grensoverschrijdende betalingen en remittances.
Voor sommige landen kunnen stablecoins toegang tot digitaal geld verbeteren.
Maar Katz waarschuwt tegelijk voor dollarisering, bankfinanciering en toezicht.
Stablecoinmarkt is groot in crypto, klein tegenover wereldfinanciën
De marktwaarde van stablecoins ligt volgens het IMF rond $300 miljard.
Tussen 2021 en 2025 werd die markt bijna drie keer zo groot.
Het afgelopen jaar vlakte de groei af.
$300 miljard is aanzienlijk binnen crypto.
Tegenover de volledige internationale financiële sector blijft het bedrag klein.
Dat verschil verdwijnt soms wanneer alleen enorme blockchainvolumes worden genoemd.
$30 biljoen volume vertelt niet hoeveel mensen betalen
Volgens bronnen die het IMF aanhaalt, ging in 2025 voor meer dan $30 biljoen aan stablecointransacties rond.
Daarvan zou $6,1 biljoen grensoverschrijdend zijn geweest.
Die cijfers klinken groter dan sommige traditionele betalingsnetwerken.
Maar het IMF waarschuwt voor die vergelijking.
Veel stablecoinactiviteit bestaat uit cryptohandel, bots en automatische arbitrage.
Dezelfde dollars kunnen bovendien meerdere keren achter elkaar worden verplaatst.
Bruto transactievolume is daardoor niet hetzelfde als economische betalingen door bedrijven en consumenten.
BIS schat echte betalingsflow veel lager
De BIS schatte de betalingsgerelateerde stablecoinflows over 2025 op ongeveer $390 miljard.
Dat cijfer staat tegenover een wereldwijde grensoverschrijdende betalingsmarkt van naar schatting $1 biljard per jaar.
Stablecoins zijn dus zichtbaar op
blockchain, maar hebben traditioneel internationaal betalingsverkeer nog lang niet vervangen.
Dat maakt de beleidsstrijd juist interessant.
Centrale banken reageren voordat stablecoins mogelijk veel groter worden.
Toezichthouders weten nog te weinig
Het IMF ziet bovendien een hard dataprobleem.
On-chain transacties zijn zichtbaar, maar adressen zijn pseudoniem.
Activiteit binnen exchanges, custodians en OTC-markten is vaak minder goed publiek te zien.
Daardoor weten beleidsmakers niet altijd wie stablecoins bezit, waarom geld wordt verplaatst of welke landen daadwerkelijk betrokken zijn.
Verschillende analysemethoden kunnen daardoor tot sterk uiteenlopende ramingen van grensoverschrijdende flows komen.
IMF wil meer rapportage
Katz pleit daarom voor rapportageverplichtingen binnen stevige regels.
Exchanges, custodians, betaalbedrijven en partijen die geld tussen traditionele valuta en crypto omwisselen spelen daarin een belangrijke rol.
Het IMF wil zo de informatiekloof verkleinen.
Dat sluit gedeeltelijk aan op
MiCA, dat in Europa al meer stablecoinuitgevers en cryptodienstverleners binnen gereguleerd toezicht brengt.
Maar stablecoins stoppen niet bij de EU-grens.
Unhosted wallets blijven lastige grens
Daar zit een probleem dat geen nationale vergunning eenvoudig oplost.
Stablecoins kunnen vanuit een gereguleerde exchange naar een eigen wallet worden gestuurd.
Daarna kan de gebruiker wereldwijd transacties uitvoeren zonder dat iedere volgende stap langs dezelfde gereguleerde partij loopt.
Het IMF waarschuwt dat activiteit kan verschuiven naar landen met zwakker toezicht of naar unhosted wallets buiten directe controle.
Daarom wordt internationale samenwerking belangrijker naarmate stablecoins meer grensoverschrijdend worden gebruikt.
De drie instellingen zeggen dus niet precies hetzelfde
Dat onderscheid is belangrijk.
De BIS maakt een duidelijke architectuurkeuze.
Tokenised deposits, gekoppeld aan centralebankgeld, krijgen de voorkeur als brede basis voor digitaal geld.
De ECB bouwt concreet systemen om tokenised Europese markten toegang tot centralebankgeld te geven.
Het IMF schrijft stablecoins minder snel af als betaalmiddel.
Het vraagt vooral hoe landen voordelen kunnen benutten zonder dollarisering, financiële instabiliteit en toezichtsgaten te vergroten.
De richting overlapt.
De intensiteit verschilt.
Private stablecoins worden niet verboden uit het toekomstige systeem
Ook dat beeld moet worden vermeden.
Noch de BIS noch de ECB zegt dat stablecoins volledig uit tokenised finance moeten verdwijnen.
De BIS noemt zelfs expliciet gespecialiseerde rollen.
De ECB beschrijft hoe Pontes private settlement assets onderling beter bruikbaar kan maken en stablecoins via DLT tegen fiat kan laten afwikkelen.
De machtsvraag zit ergens anders.
Stablecoins mogen meedoen.
Centrale banken willen alleen niet dat private tokens het enige anker worden waarop het hele financiële systeem rust.
Dat zet crypto voor een strategische keuze
Voor stablecoinuitgevers verandert daarmee de wedstrijd.
Alleen veel tokens uitgeven is niet genoeg.
Ze moeten aantonen dat één token tegen pari kan worden ingewisseld, dat reserves betrouwbaar zijn en dat het product kan samenwerken met gereguleerde markten.
Voor publieke blockchains geldt iets vergelijkbaars.
Technische snelheid alleen wint de institutionele markt niet.
Juridische finaliteit, toestemming, identiteit en aansluiting op bestaand geld tellen net zo hard.
De winnaar hoeft dus geen stablecoin te zijn
Dat is misschien het opvallendste punt uit de drie toespraken.
Stablecoins bewezen dat programmeerbaar digitaal geld kan werken.
Maar banken en centrale banken kunnen delen van die technologie overnemen.
Tokenised deposits kunnen programmeerbaar worden.
Centralebankgeld kan digitaal gekoppeld worden aan tokenised transacties.
Effecten kunnen 24/7 worden afgerekend.
Stablecoins kunnen daardoor concurrentie krijgen van systemen die veel van dezelfde technische voordelen bieden zonder het bestaande monetaire model te verlaten.
Het IMF zegt zelfs expliciet dat stablecoins uiteindelijk slachtoffer van hun eigen succes kunnen worden wanneer traditionele financiële partijen hun beste eigenschappen overnemen.
De strijd gaat daarom om het geldanker
De komende jaren wordt niet alleen beslist welke stablecoin de grootste marktomvang krijgt.
De grotere vraag is welk type geld onder tokenised financiële markten komt te liggen.
Een dollarstablecoin van een private uitgever.
Een tokenised banktegoed.
Of centralebankgeld dat rechtstreeks aan programmeerbare markten wordt gekoppeld.
BIS en ECB hebben hun voorkeur duidelijk gemaakt.
Stablecoins mogen een rol spelen.
Maar wanneer Europa effecten, bankgeld en betalingen op programmeerbare rails zet, wil de centrale bank dat uiteindelijk nog steeds één ding onder het systeem ligt: geld van de centrale bank.