Tientallen miljarden dollars zitten volgens
Nasdaq-topvrouw Adena Friedman langer vast dan nodig.
Tokenisatie kan dat geld niet uit het niets creëren, maar wel zorgen dat staatsobligaties, aandelen en geldmarktfondsen sneller als onderpand kunnen worden ingezet.
Friedman deed die inschatting tijdens TOKEN2049 in Singapore. Haar boodschap gaat daarmee minder over nieuwe cryptomunten en meer over een oud probleem in de financiële sector: bezit kan waardevol zijn en toch tijdelijk onbruikbaar blijven.
Een staatsobligatie kan vaststaan terwijl iemand hem nodig heeft
Banken en andere financiële partijen gebruiken bezittingen als zekerheid voor transacties.
Zo’n onderpand moet op het juiste moment op de juiste plek beschikbaar zijn. Daar kunnen bewaarsystemen, afwikkeling en administratieve stappen tussen zitten.
Friedman ziet daar ruimte voor tokenisatie.
Een aandeel, staatsobligatie of geldmarktfonds krijgt dan een digitale vorm die via
blockchain kan worden overgedragen. De economische waarde blijft gekoppeld aan het onderliggende bezit.
Het voordeel zit dus niet in een hogere waarde van de obligatie zelf.
Het voordeel ontstaat wanneer hetzelfde bezit sneller beschikbaar komt om een andere verplichting af te dekken.
Dat is waar die ‘tientallen miljarden’ vandaan moeten komen
De miljardenuitspraak vraagt daarom om nuance.
Friedman zegt niet dat Nasdaq al tientallen miljarden dollars heeft vrijgespeeld. Ze schat in hoeveel geld efficiënter gebruikt kan worden wanneer onderpand minder lang vastzit tussen verschillende processen.
Dat verschil is groot.
Een obligatie van 10 miljoen dollar wordt door tokenisatie geen 11 miljoen waard. Maar als die obligatie sneller van partij A naar partij B kan bewegen, hoeft partij A mogelijk minder extra cash achter de hand te houden.
Op grote schaal kan zo’n tijdswinst volgens Friedman tientallen miljarden dollars aan kapitaal beter beschikbaar maken.
Nasdaq zit zelf al verder dan alleen praten
De uitspraak komt niet van een beursbedrijf dat tokenisatie alleen van een afstand bekijkt.
Nasdaq diende eerder een voorstel in bij de Amerikaanse toezichthouder SEC om bepaalde effecten ook in getokeniseerde vorm te kunnen verhandelen.
Daarbij moet een getokeniseerd effect dezelfde economische en juridische rechten behouden als het traditionele effect waarop het is gebaseerd.
Dat punt is belangrijk.
Een digitale representatie is pas bruikbaar voor grote financiële partijen wanneer duidelijk blijft wie eigenaar is, welke rechten aan het effect vastzitten en hoe overdracht juridisch wordt erkend.
Europa stelt vrijwel dezelfde vraag
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan kijkt ESMA nu specifiek naar onderpand bij centrale tegenpartijen.
De Europese toezichthouder opende op 9 oktober een
Call for Evidence over getokeniseerd onderpand.
Een centrale tegenpartij, of CCP, staat tussen koper en verkoper en vangt een deel van het tegenpartijrisico op.
Als een deelnemer uitvalt, moet het clearinghuis diens onderpand kunnen gebruiken.
Precies daar wordt de belofte van snelheid getest.
Een token kan technisch in seconden bewegen. Dat helpt weinig wanneer onduidelijk is wie juridisch recht heeft op het onderliggende bezit of wanneer het tijdens stress niet snel verkocht kan worden.
Getokeniseerd geld hoort bij dezelfde puzzel
Friedman koppelt tokenisatie niet alleen aan effecten.
Ook de geldstroom zelf moet volgens haar mee kunnen bewegen. Daar kunnen getokeniseerde banktegoeden, digitaal centralebankgeld of
stablecoins een rol spelen.
Dat maakt de mogelijke efficiëntiewinst groter.
Wanneer zowel het onderpand als de betaling digitaal kan worden afgewikkeld, hoeven partijen minder lang te wachten totdat twee verschillende systemen op elkaar aansluiten.
Maar snelheid verschuift ook risico.
Snellere afwikkeling betekent dat partijen sneller nieuw onderpand moeten kunnen leveren. Tijdens marktstress kan daardoor juist op hetzelfde moment extra vraag naar dezelfde liquide bezittingen ontstaan.
ESMA onderzoekt dat risico expliciet.
24 uur handelen betekent ook 24 uur risico beheren
Friedman koppelt tokenisatie daarnaast aan markten die langer openblijven.
Een beurs kan technisch vrijwel continu draaien. Dat betekent niet dat ieder financieel bezit automatisch geschikt is voor handel midden in de nacht.
Voor echte handel zijn kopers, verkopers en voldoende orderdiepte nodig.
Bij een dun verhandeld bezit kan een markt wel open zijn, terwijl één grote order de prijs fors verschuift.
Hetzelfde geldt voor onderpand.
Een token kan altijd overdraagbaar zijn, maar als niemand het onderliggende bezit tijdens een schok wil kopen, blijft de liquiditeitsvraag bestaan.
Technische beschikbaarheid en economische verkoopbaarheid zijn twee verschillende zaken.
Voor crypto zit de kans niet automatisch bij één token
Voor cryptobeleggers is Friedmans uitspraak aantrekkelijk omdat ze een groot bedrag aan blockchaintechnologie koppelt.
Maar daaruit volgt nog niet welke munt of welk netwerk profiteert.
Financiële instellingen kunnen verschillende blockchains, private registers of combinaties daarvan gebruiken. De onderliggende waarde zit bovendien in bestaande effecten zoals staatsobligaties en aandelen.
De eerste winnaar van tokenisatie kan daardoor simpelweg de partij zijn die minder geld ongebruikt hoeft aan te houden.
Dat is een ander verhaal dan een token waarvan de prijs automatisch stijgt zodra Wall Street meer financiële bezittingen digitaal vertegenwoordigt.
De tientallen miljarden van Friedman zijn daarom vooral een maat voor verspilde tijd in het huidige systeem.
Pas wanneer getokeniseerd onderpand juridisch overeind blijft, tijdens stress verkoopbaar is en tussen partijen zonder blokkades beweegt, verandert die tijdswinst in daadwerkelijk bruikbaar geld.