S&P Global heeft de overname van OpenZeppelin afgerond en haalt daarmee technische blockchainbeveiliging rechtstreeks zijn financiële risicobedrijf binnen.
De deal werd op 26 oktober definitief. OpenZeppelin blijft onder zijn eigen naam werken, terwijl de veelgebruikte smart-contractbibliotheken gratis en open source blijven.
OpenZeppelin blijft als zelfstandig onderdeel bestaan
De overeenkomst zelf was al op 17 september aangekondigd.
OpenZeppelin-oprichter Demian Brener blijft leidinggeven aan het bedrijf. Hij rapporteert voortaan aan Yann Le Pallec, president van S&P Global Ratings.
De financiële voorwaarden van de overname zijn niet openbaar gemaakt.
S&P verwacht zelf niet dat de transactie een materiële invloed heeft op zijn financiële resultaten.
S&P koopt vooral technische risicokennis
De combinatie draait niet alleen om het controleren van smart-contractcode.
S&P wil zijn bestaande risicobeoordelingen uitbreiden naar de technische laag onder financiële producten die op een
blockchain draaien.
Dat wordt belangrijker wanneer banken, fondsen en betaalbedrijven afhankelijk worden van publieke of private netwerken.
Een financieel product kan juridisch en economisch gezond zijn, maar alsnog problemen krijgen wanneer het gebruikte netwerk uitvalt, transacties niet definitief worden of een technische fout meerdere applicaties tegelijk raakt.
S&P wil zulke risico's beter meenemen in zijn analyses.
Meer dan 900 beveiligingsopdrachten uitgevoerd
OpenZeppelin brengt daarvoor een bestaande praktijk mee.
Volgens de afrondingsverklaring heeft het beveiligingsteam meer dan 900 opdrachten uitgevoerd voor protocollen en financiële partijen.
Daarbij zouden vóór productie meer dan 10.000 kwetsbaarheden zijn gevonden.
Dat zijn cijfers van OpenZeppelin en S&P zelf.
Ze zeggen niet dat iedere gevonden fout tot verlies zou hebben geleid. Ze geven wel aan hoe groot de verzameling technische beoordelingen is waarop de onderneming voortbouwt.
Contracts-bibliotheek blijft open source
Een belangrijk onderdeel verandert volgens beide bedrijven niet.
OpenZeppelin Contracts blijft gratis, openbaar en publiek onderhouden.
De bibliotheek bevat herbruikbare onderdelen voor onder meer tokens, toegangsbeheer en governance op
Ethereum en andere EVM-netwerken.
Ontwikkelaars hoeven daardoor veel standaardfuncties niet iedere keer zelf vanaf nul te schrijven.
Publieke controle van dezelfde code door veel ontwikkelaars kan fouten eerder zichtbaar maken.
De overname door S&P verandert volgens de bedrijven niets aan die open-sourceopzet.
Ruim $38 biljoen betekent geen beheerd vermogen
S&P noemt ook een groot cijfer rond het gebruik van de bibliotheken.
Volgens de afrondingsverklaring is via OpenZeppelin Contracts voor meer dan $38 biljoen aan waarde overgedragen.
Dat getal vraagt om voorzichtigheid.
Het is geen bedrag dat OpenZeppelin beheert, bewaart of bezit.
Het gaat om cumulatieve waarde die via toepassingen met deze softwarecomponenten is verplaatst.
De actuele OpenZeppelin-pagina zet die teller zelfs rond $39 biljoen.
Dat maakt de bibliotheek breed gebruikt, maar het bedrag mag niet als vermogen onder beheer worden gelezen.
Risico zit niet alleen in contractcode
OpenZeppelin werkte vóór de overname al aan een bredere manier om blockchainrisico te beoordelen.
Daarbij keek het naar Ethereum, Solana, BNB Smart Chain, XRP Ledger, Tron en Canton.
De methode onderzoekt zes hoofdgebieden:
- operationele geschiedenis en storingen;
- finaliteit;
- technische concentratie;
- governance en bevoegdheden;
- continuïteit;
- netwerkgebruik.
Daaronder liggen volgens OpenZeppelin ongeveer 25 afzonderlijke factoren.
Een groot validatoraantal is bijvoorbeeld niet genoeg
Die benadering kijkt verder dan één technisch cijfer.
Een netwerk kan honderden of duizenden validators hebben, terwijl veel daarvan bij dezelfde hostingpartij draaien.
Een storing bij die leverancier kan dan meerdere deelnemers tegelijk raken.
Hetzelfde geldt voor software.
Wanneer vrijwel alle validators dezelfde code gebruiken, kan één fout een groter deel van het netwerk treffen dan wanneer meerdere onafhankelijke implementaties bestaan.
Ook de verdeling van bevoegdheden telt.
Wie kan netwerkregels aanpassen? Hoe snel kan dat? En wat gebeurt er wanneer een belangrijke organisatie achter het netwerk wegvalt?
Finaliteit wordt financieel risico
Ook finaliteit krijgt daardoor een andere betekenis.
Voor een gewone gebruiker kan een transactie snel bevestigd lijken.
Een financiële instelling wil weten wanneer die betaling volgens de netwerkregels daadwerkelijk niet meer kan worden teruggedraaid.
OpenZeppelin onderscheidt daarvoor onder meer deterministische, economische en probabilistische finaliteit.
Die modellen geven verschillende soorten zekerheid.
Voor een fonds of betaalproduct kan dat bepalen wanneer geld veilig wordt vrijgegeven of wanneer een andere financiële handeling mag volgen.
Geen ranglijst van beste blockchains
OpenZeppelin zegt nadrukkelijk dat de methode geen algemene ranglijst oplevert.
De zes onderzochte netwerken hebben verschillende ontwerpkeuzes.
Een kleiner aantal validators kan bijvoorbeeld samengaan met snellere verwerking. Een bredere spreiding kan andere eigenschappen opleveren.
De beoordeling moet daarom zichtbaar maken welke afhankelijkheden een instelling accepteert.
Dat is iets anders dan één totaalscore waarmee netwerk A simpelweg boven netwerk B wordt gezet.
Dat past bij S&P's bestaande positie
Juist daar wordt de combinatie met S&P Global interessant.
S&P werkt al met beoordelingen, benchmarks en financiële data voor institutionele klanten.
OpenZeppelin voegt daar technische kennis over onchain systemen aan toe.
Wanneer bijvoorbeeld een getokeniseerd fonds of een
stablecoin afhankelijk is van een bepaald netwerk, kan het technische gedrag daarvan onderdeel worden van het bredere risicobeeld.
Daarmee schuift blockchainbeveiliging dichter naar traditionele financiële due diligence.
OpenZeppelin krijgt tegelijk toegang tot TradFi-klanten
De deal werkt ook de andere kant op.
OpenZeppelin schreef bij de oorspronkelijke aankondiging dat het via S&P toegang krijgt tot een groter institutioneel netwerk en meer middelen.
De bestaande beveiligingsopdrachten en ontwikkelactiviteiten moeten doorgaan.
Dat kan OpenZeppelin dichter bij banken, vermogensbeheerders en andere partijen brengen die onchain financiële producten bouwen, maar zelf niet uit de cryptosector komen.
S&P krijgt technische expertise.
OpenZeppelin krijgt distributie richting traditionele financiële instellingen.
Onafhankelijkheid wordt nu zelf een aandachtspunt
De overname creëert daarmee ook een nieuwe vraag.
OpenZeppelin beoordeelt technische risico's van netwerken en toepassingen, terwijl het tegelijk deel wordt van een groot bedrijf dat zulke beoordelingen commercieel aan financiële instellingen wil aanbieden.
Dat hoeft de technische analyse niet minder betrouwbaar te maken.
Wel worden transparantie over methodiek, aannames en eventuele commerciële relaties belangrijker wanneer zulke beoordelingen meer gewicht krijgen bij institutionele beslissingen.
De bestaande netwerkmethode helpt daar al bij doordat OpenZeppelin zegt met reproduceerbare openbare gegevens te werken en geen algemene winnaar aan te wijzen.
De deal verplaatst blockchainrisico richting de financiële kern
De afronding markeert daarom meer dan een overname van een securityteam.
S&P Global haalt kennis binnen over de code, netwerkregels en technische afhankelijkheden waarop tokenized financiële producten draaien.
OpenZeppelin blijft tegelijk zijn eigen naam voeren en houdt zijn bekendste contractbibliotheek open source.
De interessante vraag wordt nu wat S&P met die technische kennis doet.
Als blockchainnetwerken steeds vaker onder fondsen, betalingen en digitale effecten komen te liggen, wordt de veiligheid van de onderliggende software uiteindelijk geen los cryptoprobleem meer.
Dan wordt het gewoon financieel risico.