Een effect kan binnen seconden van eigenaar wisselen en toch in een slechte markt handelen. Het
IMF waarschuwt dat snelle afwikkeling bij
tokenisatie weinig oplost als liquiditeit, juridisch eigendom en betrouwbaar geld achterblijven.
In een
analyse van 8 oktober schrijft het fonds dat getokeniseerde markten snel groeien, maar nog klein en sterk versnipperd zijn. De techniek kan handel goedkoper en toegankelijker maken. De verbinding tussen geld, activa en juridische rechten bepaalt uiteindelijk of dat voordeel standhoudt.
$350 miljard per dag betekent nog geen volwassen markt
De bedragen zijn op onderdelen al fors.
Getokeniseerde repotransacties verwerken volgens het IMF gemiddeld ongeveer $300 tot $350 miljard per dag. Andere getokeniseerde activa, waaronder kredietproducten, geldmarktfondsen en aandelen, voegen daar circa $65 miljard dagelijks handelsvolume aan toe.
Toch blijft dat klein naast traditionele financiële markten.
Alleen de Amerikaanse repomarkt verwerkt ongeveer $13 biljoen per dag. De wereldwijde kapitaalmarkten vertegenwoordigen volgens het IMF circa $300 biljoen aan activa.
De uitdaging bij
tokenisatie is daardoor niet alleen méér activa op een
blockchain zetten. Er moeten ook genoeg kopers, verkopers en betrouwbare betaalmiddelen op dezelfde plekken samenkomen.
Handel buiten beursuren laat een ander gebruik zien
Getokeniseerde aandelen worden ook anders gebruikt dan traditionele aandelen.
Meer dan de helft van de door het IMF onderzochte handel vond buiten normale beursuren plaats. Ongeveer 80 procent van de orders was kleiner dan één volledig aandeel.
Dat wijst op vraag naar 24/7-handel en fractioneel bezit.
Een belegger hoeft bijvoorbeeld niet een volledig aandeel te kopen wanneer het digitale systeem een fractie kan aanbieden. Handel hoeft evenmin te wachten tot een traditionele beurs opent.
Maar extra handelsuren leveren niet automatisch diepe markten op.
Het IMF ziet dat getokeniseerde markten momenteel minder liquide zijn en grotere prijsschommelingen kennen dan hun traditionele tegenhangers. Verspreiding over meerdere handelsplaatsen en netwerken maakt efficiënte prijsvorming moeilijker.
Direct afwikkelen haalt ook een buffer weg
Snellere settlement geldt vaak als een van de grootste voordelen van tokenisatie.
Met
smart contracts kunnen betaling en levering aan elkaar worden gekoppeld. Het effect wisselt dan alleen van eigenaar wanneer ook het geld wordt geleverd.
Dat verlaagt bepaalde tegenpartijrisico's.
Maar een
IMF-notitie van april van Tobias Adrian wijst op de andere kant van die snelheid. Traditionele vertraging geeft financiële partijen tijd om verplichtingen tegen elkaar weg te strepen en geld of onderpand te organiseren.
Bij directe afwikkeling verdwijnt een deel van die tijd.
Betalingsverplichtingen ontstaan onmiddellijk. Instellingen moeten daardoor continu voldoende liquiditeit beschikbaar hebben. Bij stress kunnen problemen eveneens sneller door het systeem bewegen.
Sneller systeem kan stress juist versnellen
Dat wordt scherper wanneer financiële regels automatisch worden uitgevoerd.
Een smart contract kan bijvoorbeeld onderpand verkopen zodra een vooraf ingestelde grens wordt geraakt. Dat voorkomt wachten op menselijke uitvoering.
Tijdens een sterke marktbeweging kan dezelfde snelheid echter tegenwerken.
Het IMF wijst erop dat automatische margin calls snelle verkopen kunnen veroorzaken. Wanneer meerdere partijen tegelijk hetzelfde doen, kan een prijsdaling zichzelf versterken.
De paradox is duidelijk: dezelfde automatisering die normale transacties efficiënter maakt, kan tijdens stress de reactietijd verkorten.
Een token moet juridisch ook iets betekenen
De volgende hobbel zit buiten de code.
Een belegger moet weten welk recht hij precies krijgt wanneer hij een token koopt. Het digitale register kan zeggen dat een token van persoon A naar persoon B is gegaan, maar een rechtbank moet die overdracht juridisch ook erkennen.
Dat wordt extra belangrijk bij faillissement.
De IMF-notitie wijst erop dat in sommige rechtsgebieden een token slechts een vordering op een uitgever kan vertegenwoordigen. De houder heeft dan niet noodzakelijk rechtstreeks eigendomsrecht op het onderliggende bezit.
Zonder duidelijkheid daarover blijft een technisch geslaagde transactie juridisch kwetsbaar.
Het IMF noemt deze onzekerheid een belangrijke rem op groei buiten proefprojecten. Marktpartijen moeten vooraf weten of een digitaal eigendomsregister doorslaggevend is en of settlement op dat register juridisch definitief geldt.
De keuze van het betaalmiddel telt net zo zwaar
Daarna komt het geld waarmee wordt afgerekend.
Een tokenized aandeel kan perfect functioneren, maar de transactie heeft nog steeds een betaalmiddel nodig dat beide partijen vertrouwen. Dat kan bijvoorbeeld tokenized bankgeld, centralebankgeld of een streng gereguleerde
stablecoin zijn.
Het IMF ziet veilige settlementmiddelen als een van de voorwaarden voor grotere markten.
Stablecoins brengen daarbij hun eigen risico mee.
Hun vermogen om één-op-één inwisselbaar te blijven hangt volgens de IMF-notitie onder meer af van de reserves, de mogelijkheid om houders uit te betalen en de liquiditeit van de markten waarin die reserves zitten.
Een snelle digitale transactie is weinig waard wanneer twijfel ontstaat over het geld waarmee zij wordt afgerekend.
Losse netwerken kunnen liquiditeit opsluiten
Ook verbindingen tussen systemen worden een bottleneck.
Wanneer ieder consortium, elke bank of ieder handelsplatform zijn eigen netwerk gebruikt, kan geld over tientallen afzonderlijke liquiditeitspools worden verdeeld.
Dat maakt het moeilijker om kopers en verkopers bij elkaar te brengen.
Het IMF waarschuwt dat verschillen in betaalmiddelen, onderpand en handelsplaatsen de markt verder kunnen opsplitsen. Bridges tussen verschillende ledgers kunnen verbindingen leggen, maar brengen zelf weer technische en bestuurlijke risico's mee.
Groei alleen is daarom niet genoeg. De verschillende systemen moeten ook met elkaar kunnen werken.
Code krijgt macht die vroeger bij mensen lag
Tokenisatie verschuift bovendien beslissingen richting software.
Smart contracts kunnen marges berekenen, onderpand verplaatsen en zelfs procedures starten wanneer een partij niet aan verplichtingen voldoet. Dat maakt de vraag wie de code beheert direct financieel relevant.
Wie mag een fout herstellen? Wie kan een contract aanpassen? En wie grijpt in wanneer verkeerde data automatisch verkopen veroorzaken?
De IMF-notitie stelt dat fouten zich bij geautomatiseerde systemen zonder menselijke tussenkomst snel kunnen verspreiden. Een foutieve prijsfeed of programmeerfout kan daardoor een reeks liquidaties starten voordat iemand ingrijpt.
Dat maakt snelheid niet alleen een voordeel. Het verkort ook de tijd waarin fouten kunnen worden gestopt.
Tokenisatie krijgt nu een zwaardere meetlat
Het IMF wijst tokenisatie daarmee niet af.
Het fonds ziet mogelijkheden voor lagere kosten, bredere toegang, programmeerbare transacties en kortere afwikkelingstijden. De data rond handel buiten beursuren en fractionele aandelen tonen bovendien dat beleggers de techniek al anders gebruiken dan gewone beurskanalen.
Maar de meetlat verschuift.
De vraag is niet langer alleen of een aandeel, obligatie of fonds digitaal kan worden uitgegeven. Het gaat erom of er voldoende liquiditeit bestaat, met welk geld wordt betaald, welke rechten de koper krijgt en wat er gebeurt wanneer code of markten onder druk komen.
Een transactie in seconden afwikkelen is technisch indrukwekkend. Als kopers, juridisch eigendom of betrouwbaar geld ontbreken, heeft die snelheid weinig om af te wikkelen.