Goud vs. S&P 500

Goud wint van S&P-koers, maar dividend draait uitkomst volledig om

Internationaal•
$100 in goud groeit tussen begin 1971 en eind 2025 naar ongeveer $11.610. Dezelfde $100 in de kale S&P 500-koers blijft steken rond $7.429.
Goud wint.
Totdat dividend wordt meegerekend.
Met herbelegde uitkeringen groeit dezelfde aandeleninleg volgens een berekening van CryptoBenelux naar bijna $32.959. Dan eindigt de S&P-reeks niet achter goud, maar op ongeveer 2,84 keer diens eindwaarde.
De winnaar draait dus volledig om door één keuze: meet je alleen de aandelenkoers, of het totale rendement voor de aandeelhouder?

Aanleiding is een claim over goud sinds 1971

Hij stelt dat goud sinds het verlaten van de goudstandaard in 1971 beter heeft gepresteerd dan aandelen en vastgoed.
Daar zit direct een meetprobleem.
François vermeldt in zijn bericht niet welke aandelenindex hij gebruikt, of dividend wordt meegenomen en welke exacte begin- en einddatum achter de vergelijking ligt.
CryptoBenelux heeft zijn onbekende berekening daarom niet proberen na te bouwen.
We testen een afgebakende versie van de claim met één openbare dataset.

$100 levert drie totaal verschillende eindbedragen op

Voor de analyse gebruikte CryptoBenelux het historische rendementswerkboek van NYU-hoogleraar Aswath Damodaran.
De meetperiode loopt van het begin van 1971 tot en met het einde van 2025.
De jaarlijkse rendementen voor goud en de S&P 500 inclusief dividend zijn over alle 55 kalenderjaren samengesteld. Voor de kale aandelenkoers zijn de S&P 500-indexniveaus aan begin en einde van dezelfde periode gebruikt.
Dat levert dit beeld op:
$100 ingelegd begin 1971Waarde eind 2025
S&P 500, alleen koers$7.428,65
Goud$11.609,54
S&P 500, dividend herbelegd$32.958,63
ReeksJaarlijkse samengestelde groei
S&P 500, alleen koers8,15%
Goud9,03%
S&P 500, dividend herbelegd11,12%
De eerste vergelijking zegt: goud wint van aandelen.
De derde regel zegt: aandelen winnen ruim.
Beide kunnen rekenkundig kloppen.
Ze meten alleen niet hetzelfde.

Dividend verandert $7.429 in bijna $33.000

Het verschil tussen beide S&P-reeksen komt niet uit een andere verzameling Amerikaanse bedrijven.
Het komt uit cash die aandeelhouders onderweg ontvangen.
Bedrijven keren een deel van hun winst uit als dividend. Een kale prijsindex volgt die uitkeringen niet als beleggingsopbrengst.
Een total-returnreeks doet dat wel en veronderstelt dat ontvangen dividend opnieuw wordt belegd.
Daarna kan dat herbelegde geld zelf opnieuw rendement en dividend opleveren.
Dat stapelt tientallen jaren door.
Het resultaat is hier geen klein verschil van enkele procenten.
De eindwaarde stijgt van ongeveer $7.429 naar bijna $32.959.

Goud verslaat de kale aandelenkoers wel degelijk

Dat mag niet worden weggepoetst.
Binnen deze specifieke periode presteert goud beter dan alleen de koersontwikkeling van de S&P 500.
$100 wordt bij goud ongeveer $11.610.
Bij de prijsindex wordt dat circa $7.429.
Het samengestelde jaarlijkse rendement komt uit op ongeveer:
$100 ingelegd begin 1971Waarde eind 2025
S&P 500, alleen koers$7.428,65
Goud$11.609,54
S&P 500, dividend herbelegd$32.958,63
ReeksJaarlijkse samengestelde groei
S&P 500, alleen koers8,15%
Goud9,03%
S&P 500, dividend herbelegd11,12%
Goud ligt dus bijna 0,9 procentpunt per jaar boven de kale aandelenkoers.
De total-returnreeks ligt ruim twee procentpunt per jaar boven goud.
Over één jaar lijkt dat verschil beperkt.
Over 55 jaar wordt het gigantisch.

Een prijsindex is geen volledig aandeelhoudersrendement

Daarom wringt een vergelijking tussen goud en alleen de S&P 500-prijsindex.
Een aandeelhouder bezit niet alleen een bewegende beurskoers.
Hij kan ook dividend ontvangen.
Wie dat dividend uit de historische prestatie verwijdert, laat een echte geldstroom buiten de berekening.
Dat betekent niet dat iedere belegger zijn dividend daadwerkelijk herbelegt.
Het betekent wel dat dividend deel uitmaakt van wat het bezit economisch heeft opgeleverd.
Goud heeft geen vergelijkbare periodieke uitkering.
Daar bestaat het rendement in deze dataset uit de verandering van de goudprijs.

Ook na Amerikaanse inflatie blijft het verschil groot

François koppelt zijn stelling aan het idee dat hogere vermogensprijzen mede weerspiegelen dat valuta koopkracht verliezen.
Daarom heeft CryptoBenelux dezelfde vergelijking ook na Amerikaanse inflatie bekeken.
Met de inflatiereeks uit Damodarans werkboek groeit het vermogen in de S&P-reeks met herbelegd dividend reëel ongeveer 40,46 keer.
Voor goud is dat ongeveer 14,25 keer.
In koopkracht van het startpunt verandert $100 daarmee ruwweg in:
S&P 500 inclusief dividend: $4.046
Goud: $1.425
Binnen deze dataset komt de groei dus niet uitsluitend doordat dollars minder waard werden.
Beide bezittingen stijgen na inflatie.
De aandelenreeks met dividend stijgt veel verder.

Dat is geen Nederlandse koopkrachtberekening

De inflatiecorrectie heeft wel een duidelijke grens.
Damodarans dataset gebruikt Amerikaanse inflatie en rendementen in dollars.
Een Nederlandse of Belgische belegger heeft mogelijk een andere persoonlijke inflatie ervaren.
Ook valutabewegingen tussen dollar, gulden, euro of Belgische frank kunnen relevant zijn.
De 40,46 en 14,25 zijn daarom reële multiples binnen deze Amerikaanse dataset.
Geen berekening van het persoonlijke koopkrachtresultaat van iedere Europese belegger.

Begin 1971 is niet hetzelfde als de dag van de goudbeslissing

Ook de gekozen startdatum vraagt precisie.
De berekening begint aan het begin van kalenderjaar 1971.
De Amerikaanse president Richard Nixon beëindigde de directe convertibiliteit van dollars in goud pas in augustus van dat jaar.
“Vanaf 1971” en “vanaf het exacte moment waarop het goudvenster werd gesloten” zijn dus niet dezelfde meetperiode.
CryptoBenelux gebruikt kalenderjaren omdat de onderliggende dataset jaarlijkse rendementen bevat.
Daarom hebben we ook getest wat er gebeurt als het eerste kalenderjaar volledig wordt weggelaten.

Start in 1972 verandert de winnaar niet

Begin je aan het begin van 1972, dan wordt $100 met herbelegd S&P-dividend eind 2025 ongeveer $28.855.
Bij goud komt de eindwaarde rond $9.949 uit.
De aandelenreeks eindigt dan ongeveer 2,90 keer zo hoog.
Dat is zelfs iets meer dan de verhouding van 2,84 vanaf 1971.
Het uitsluiten van het eerste jaar verandert de hoofdbevinding dus niet.
Dat bewijst niet dat aandelen bij iedere mogelijke startdatum winnen.
Het laat alleen zien dat het resultaat niet volledig leunt op kalenderjaar 1971.

De berekening stopt bovendien eind 2025

Er zit nog een tijdsgrens in.
François deed zijn uitspraak op 24 oktober 2026.
De gebruikte Damodaran-reeks loopt voor deze berekening tot en met 2025.
Koersbewegingen in 2026 zitten er dus niet in.
Dit onderzoek test daarom geen rendement van 1971 tot exact de datum van zijn bericht.
Het vergelijkt volledige kalenderjaren van 1971 tot en met 2025.
Dat moet bij iedere conclusie zichtbaar blijven.

Kosten en belastingen zijn buiten beschouwing gelaten

De drie eindwaarden zijn eveneens geen nettoresultaten voor een echte belegger.
Er is niet gecorrigeerd voor belastingen.
Ook transactiekosten ontbreken.
Bij goud kunnen opslag, verzekering of productkosten relevant zijn.
Bij aandelen kunnen fonds- en handelskosten spelen.
De impact daarvan verandert bovendien sterk per periode en gekozen product.
Een belegger in 1971 had niet dezelfde goedkope indexproducten beschikbaar als vandaag.
De vergelijking gaat daarom over de historische reeksen zelf.
Niet over één perfect uitvoerbare portefeuille na alle kosten.

Vastgoed kan niet op dezelfde manier worden afgevinkt

François noemt naast aandelen ook vastgoed.
Dat deel van zijn uitspraak is met deze berekening niet gelijkwaardig getest.
Een huizenprijsindex toont namelijk niet automatisch het totale rendement van vastgoed.
Huurinkomsten kunnen opbrengst toevoegen.
Daar staan onderhoud, belastingen, financiering en andere kosten tegenover.
Alleen huizenprijzen naast goud leggen zou daardoor een vergelijkbaar probleem kunnen creëren als bij aandelen zonder dividend.
Daarnaast loopt de beschikbare vastgoedinvoer in het gebruikte werkboek niet op exact dezelfde manier door als alle andere reeksen.
CryptoBenelux trekt daarom uit deze berekening geen winnaar tussen goud en vastgoed.

De benchmark bepaalt hier letterlijk de winnaar

Daarmee blijft één harde uitkomst staan.
Van begin 1971 tot eind 2025 verslaat goud de kale koersontwikkeling van de S&P 500:
$11.610 tegenover $7.429.
Maar zodra dividend wordt herbelegd, draait die rangorde volledig om:
$32.959 tegenover $11.610.
De total-returnreeks eindigt ongeveer 184% hoger dan goud.
Dat verschil ontstaat niet door een ingewikkeld model.
Het ontstaat doordat dividenden wel of niet worden meegeteld.
Wie zegt dat goud aandelen sinds 1971 heeft verslagen, moet daarom eerst één vraag beantwoorden:
Welke aandelenrendementen?
Zonder dat antwoord kan dezelfde periode twee verschillende winnaars opleveren.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu ›

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading