Bank of England-beleidsmaker Megan Greene
zette het stablecoindebat op scherp: binnen vijf jaar kunnen
tokenized deposits volgens haar belangrijker worden dan
stablecoins. Niet omdat digitaal geld verdwijnt, maar omdat centrale bankiers liever programmeerbaar bankgeld zien dan een parallel geldsysteem met nieuwe uitgeversrisico’s.
De cryptomarkt praat vaak alsof de keuze simpel is: oude bankrekening of stablecoin. Centrale bankiers schetsen iets anders. Zij willen digitaal geld dat sneller, programmeerbaar en DLT-compatibel is, maar dat juridisch dicht bij bestaande bankdeposito’s blijft.
Greene kiest de bankvariant van digitaal geld
Greene zei op een conferentie in Dubrovnik dat tokenized deposits
stablecoins waarschijnlijk gaan overvleugelen. Haar redenering is nuchter: commerciële banken zullen niet rustig toekijken hoe stablecoins hun depositobasis aanvallen. Zij gaan eigen digitale deposito’s bouwen.
Dat is geen anti-technologieverhaal. Het is anti-desintermediatie.
Tokenized deposits brengen bankgeld naar een nieuwe technische laag. Ze maken betalingen programmeerbaarder en beter bruikbaar in tokenized markten, zonder dat de klant volledig overstapt naar een stablecoinuitgever.
Voor toezichthouders is dat aantrekkelijk. De bank blijft de klant kennen. Compliance blijft ingebed. De depositorelatie blijft juridisch herkenbaar. De geldlaag wordt moderner, maar niet radicaal losgetrokken van toezicht.
Dat is precies waarom dit model politiek sterker staat dan veel crypto-native lezers denken.
Breeden wil meerdere soorten geld naast elkaar
De Bank of England zet niet alles op één paard. Sarah Breeden sprak eerder over een toekomstig “multi-money system”. Daarin kunnen mensen kiezen tussen gewone bankdeposito’s, tokenized versies van bankdeposito’s, digitaal geld van niet-banken zoals gereguleerde stablecoins en mogelijk een retail-CBDC.
De BoE zegt niet dat stablecoins geen rol krijgen. Ze zegt wel dat stablecoins niet automatisch de standaardlaag van digitaal betalen worden. Ze moeten concurreren met bankgeld dat dezelfde digitale voordelen probeert te krijgen. Dat maakt de race minder simpel.
Stablecoins hebben snelheid, globale distributie en crypto-native liquiditeit. Tokenized deposits hebben bankrelaties, toezicht, bestaande klantbasis en aansluiting op centralebankgeld. Voor institutioneel gebruik telt dat laatste zwaar.
Niet spannend. Wel krachtig.
Project Agorá geeft bankgeld de technische route
Project Agorá
laat zien waarom centrale bankiers tokenized deposits serieus nemen. De BIS en het Institute of International Finance werken met publieke en private partijen aan wholesale grensoverschrijdende betalingen met tokenized central bank reserves en tokenized commercial bank deposits. De BIS stelt dat tokenization inefficiënties in cross-border betalingen veilig kan aanpakken via multi-currency settlement.
Daar zit de institutionele kern. Het project gebruikt geen nieuwe losse geldvorm als basis. Het gebruikt reserves van centrale banken en deposito’s van commerciële banken in tokenized vorm. Daarmee blijft het geldanker vertrouwd, terwijl de technische verwerking verandert.
Het Agorá-rapport maakt dat juridisch scherp. Tokenized deposits zijn balances in deposit accounts bij de uitgevende bank. De vraag is vooral of tokenization de juridische aard van die rekeningrelatie verandert, of slechts een technische manier is om saldi vast te leggen en debits en credits uit te voeren.
Dat is saai geformuleerd. Maar het is de reden dat banken dit kunnen verkopen. Geen nieuw geld. Nieuwe rails.
Stablecoins houden sterke kaarten
Dit betekent niet dat stablecoins verdwijnen. Dat zou te makkelijk zijn.
Stablecoins hebben bewezen dat er vraag is naar digitale dollars die 24/7 bewegen, wereldwijd beschikbaar zijn en direct in crypto-infrastructuur passen. Ze werken goed voor trading, DeFi, offshore dollarliquiditeit, remittances en snelle settlement buiten bankuren.
Ook Fed-bestuurder Christopher Waller nam volgens Reuters een veel positievere lijn dan Greene. Hij ziet stablecoins als betaalinnovatie die concurrentie en efficiëntie kan brengen. Hij waarschuwde juist voor te veel rem op die innovatie.
Daarom is dit geen goed-versus-foutverhaal. Het is een schaalvraag. Stablecoins zijn al groot in crypto. Tokenized deposits kunnen sterker zijn waar banken, corporates en toezichthouders de toon zetten.
Dat zijn andere markten.
De ECB ziet het stablecoinrisico vooral in dollars
Voor Europa komt daar een geopolitieke laag bij.
Isabel Schnabel waarschuwde dat groeiend stablecoingebruik de dominantie van de Amerikaanse dollar kan versterken. Reuters meldde dat zij daarbij wees op risico’s voor monetaire soevereiniteit en op een kleinere rol voor de euro in tokenized finance. Dat raakt Frankfurt direct.
Vrijwel alle grote stablecoins zijn dollarstablecoins. Als tokenized finance op die rails draait, krijgt Europa niet alleen nieuwe technologie. Het krijgt ook meer dollarafhankelijkheid in digitale vorm.
Daarom is de ECB terughoudend. Niet omdat tokenization ongewenst is. Juist niet. De ECB wil tokenized finance, maar wil de euro en centralebankgeld als anker houden.
Lagarde zette in mei dezelfde richting uit. Reuters meldde dat zij sceptisch is over eurostablecoins en tokenized commercial bank deposits ziet als veiliger blockchain-compatibel alternatief dat krediet en monetaire transmissie minder ondermijnt.
Dat is een duidelijke voorkeur. Techniek welkom. Geldmacht niet weggeven.
MiCA maakt stablecoins veiliger, maar ook zwaarder
MiCA geeft stablecoins in Europa een juridisch kader. Dat helpt vertrouwen. Het maakt het model ook minder licht.
ECB-onderzoek wijst erop dat e-money token-issuers onder MiCA minimaal 30% van hun reserves in bankdeposito’s moeten aanhouden. Voor significante stablecoins loopt die eis volgens bredere MiCA-analyses op tot 60%.
Dat vermindert bepaalde liquiditeitsrisico’s. Het houdt ook een deel van de reserves binnen het banksysteem.
Maar het knelt commercieel.
Stablecoinuitgevers verdienen vaak aan reserves. Hoe strenger en bankgerichter die reserves worden, hoe kleiner het verschil met gereguleerd bankgeld. Europa wil dus stablecoins toestaan, maar tegelijk zo inkaderen dat ze minder snel een los parallel geldsysteem vormen.
Dat is precies de ruimte waarin tokenized deposits kunnen winnen.
De winnaar zit het dichtst bij het anker
De kern is simpel. Centrale bankiers willen de voordelen van tokenization zonder de zwakste kanten van stablecoins: runrisico, reserveonzekerheid, depositovlucht, dollarafhankelijkheid en nieuwe uitgevers die buiten de oude banklogica vallen.
Tokenized deposits bieden een aantrekkelijk compromis.
Ze kunnen programmeerbaar zijn. Ze kunnen op DLT-rails bewegen. Ze kunnen met tokenized assets en smart-contractachtige processen werken. Maar ze blijven bankdeposito’s. De verplichting ligt bij de bank. De klantrelatie blijft bestaan. Toezicht heeft een bekend aangrijpingspunt.
Dat is niet revolutionair. Dat is juist de kracht.
In finance wint vaak niet het zuiverste technologische model. Het wint het model dat schaal, vertrouwen, recht en toezicht tegelijk kan dragen.
Stablecoins blijven de crypto-laag, deposits de banklaag
De meest waarschijnlijke uitkomst is geen totale overwinning.
Stablecoins blijven belangrijk waar crypto-native liquiditeit telt. Denk aan exchanges, DeFi, wereldwijde dollarstromen, onchain collateral en landen waar toegang tot dollars belangrijker is dan Europese bankintegratie.
Tokenized deposits winnen eerder in gereguleerde bankomgevingen. Denk aan wholesale betalingen, corporate treasury, interbancaire settlement, tokenized securities en markten waar centralebankgeld als settlementanker vereist blijft.
Dat is het echte eindbeeld: meerdere geldvormen naast elkaar, met elk hun eigen machtslaag.
Voor crypto is de waarschuwing duidelijk. Stablecoins hebben bewezen dat digitaal geld werkt. Banken en centrale banken gebruiken die les nu om een alternatief te bouwen dat minder open is, maar veel makkelijker in bestaande markten past.
De techniek van tokenization wint. De stablecoin hoeft niet de winnaar te zijn.