De
BIS zet
stablecoin-rente in een nieuw daglicht: niet elke vergoeding op
USDT of
USDC komt uit dezelfde bron. In een bulletin van 19 juni 2026 maakt de centrale bankenbank onderscheid tussen reserve-inkomsten bij Coinbase en marktactiviteit bij Binance.
Dat klinkt als semantiek. Dat is het niet. Voor gebruikers bepaalt die bron of ze naar een cashachtig product kijken, of naar een beloning die afhangt van handelsdruk op een exchange.
Reservevergoeding volgt vooral rente op veilige activa.
Activiteitvergoeding beweegt mee met lending, handel en fundingvraag.
Hoge yield zegt vaak meer over risico dan over vrij geld.
Twee soorten rente, twee soorten risico
De BIS noemt twee modellen. Bij reservegebaseerde vergoeding geeft een platform een deel door van de opbrengst op reserves achter de stablecoin. Denk aan kortlopende staatsobligaties, reverse repo’s en bankdeposito’s. Coinbase en
USDC gelden in het bulletin als het duidelijke voorbeeld.
Activiteitgedreven vergoeding werkt anders. Daar komt de opbrengst uit de markt rond het platform zelf: lending, margin finance, market making en andere handelsdiensten. Binance is volgens de BIS het prominente voorbeeld van dat model.
Reservevergoeding lijkt op rente uit veilige kasmiddelen. Activiteitgedreven vergoeding lijkt meer op betaling voor geld dat een exchange nodig heeft. Hoe hoger die vergoeding, hoe harder je moet vragen waarom het platform die balans wil aantrekken.
De grens is niet perfect. De BIS schrijft zelf dat Coinbase ook lendingactiviteiten heeft en dat Binance sinds november 2024 een revenue-sharing afspraak met Circle heeft. De hoofdmodellen blijven bruikbaar, maar de werkelijkheid is rommeliger dan een marketingpagina.
Binance-yields ruiken naar fundingdruk
De harde data komt uit 2024. Tijdens cryptorally’s in het eerste en vierde kwartaal steeg de
USDT-leenrente op Binance volgens de BIS naar 40 tot 50 procent. De
USDT-holding yield op Binance kwam boven 20 procent.
Dat is geen normale spaarrente. Dat is marktstress met een vriendelijk label.
Bij zulke percentages betaalt een platform niet royaal omdat dollars stil liggen. Het betaalt omdat stablecoinbalansen nuttig zijn voor handel, onderpand en leningen. Meer activiteit vraagt meer funding. Meer fundingdruk kan leiden tot hogere beloningen.
Daar ligt het gevaar voor gebruikers. De token zelf kan rond één dollar blijven, terwijl het product eromheen veel meer risico draagt. Het platform, de voorwaarden en het gebruik van klanttegoeden worden dan belangrijker dan de peg.
De BIS wijst ook op tegenpartijrisico. Hoge yields kunnen volgens het bulletin compensatie zijn voor het risico dat klantstablecoins gebruikt worden voor eigen activiteiten van de exchange, anders dan bij traditionele effectenpartijen die klantmiddelen volledig scheiden.
Coinbase-model oogt rustiger, maar niet magisch
Bij Coinbase ziet de BIS een ander patroon.
USDC-yield volgt daar veel dichter de beleidsrente, omdat de reserves achter USDC geld verdienen op onder meer Treasury bills, reverse repo-instrumenten en bankdeposito’s.
Dat oogt rustiger. Het maakt het product niet automatisch risicoloos. Gebruikers blijven afhankelijk van de uitgever, de exchange, de reserves, de afspraken tussen partijen en de lokale regels.
Coinbase en Circle delen volgens de BIS inkomsten rond USDC-reserves. In de eerste helft van 2025 kwam een deel van Coinbase-inkomsten uit USDC op het eigen platform. Een tweede laag kwam uit USDC-reserves op andere plekken, waarvan Coinbase en Circle grote delen ontvingen.
Dat is de kern van
stablecoins als business. Wie veel munten in omloop krijgt, verdient vaak aan de activa erachter. Wie veel gebruikersbalansen aantrekt, krijgt macht in handel en betalingen.
MiCA maakt het voor Europa scherper
Europa trekt bij rente op stablecoins een harde lijn.
MiCA verbiedt uitgevers van asset-referenced tokens om interest te geven. Crypto-aanbieders mogen ook geen interest geven als zij diensten leveren rond zulke tokens.
Voor e-money tokens, de categorie waar een munt met één officiële valuta zoals de dollar of euro onder kan vallen, zegt artikel 50 hetzelfde. Uitgevers mogen geen interest geven en crypto-aanbieders mogen dat bij diensten rond e-money tokens ook niet doen. MiCA telt ook andere voordelen mee als interest als ze afhangen van hoe lang iemand de token aanhoudt.
Dat verklaart waarom Coinbase eerder USDC Earn in de EER stopte, vanwege MiCA. Voor gebruikers in Nederland en België is dit geen detail uit Brussel. Het bepaalt welke producten platforms wel of niet mogen aanbieden.
Regels maken het verschil alleen niet vanzelf duidelijker voor elk product buiten Europa. Een gebruiker moet nog steeds kijken waar de vergoeding vandaan komt, wie het product aanbiedt en welke bescherming echt geldt.
De vraag is niet hoeveel, maar waarom
Stablecoins blijven belangrijk voor crypto. Ze maken handel sneller, geven digitale dollarliquiditeit en vormen de basis voor veel betaal- en settlementroutes.
Hoge rente verdient alleen argwaan. Vier procent op een reservegedreven dollarcoin is iets anders dan twintig procent tijdens een cryptorally. De naam van de token kan hetzelfde zijn, maar het risico zit ergens anders.
De BIS maakt vooral één punt scherp. Stablecoin-rente vertelt niet alleen wat een gebruiker krijgt. Ze vertelt ook wat een platform nodig heeft.
Een lage, stabiele vergoeding kan uit reserves komen. Een hoge, grillige vergoeding kan wijzen op fundingvraag, hefboom en druk op de handelsmachine. Gratis geld bestaat hier niet. Iemand betaalt die yield, en meestal doet hij dat niet uit liefdadigheid.