De
BIS haalt een hard idee onderuit: één open wereldlaag voor alle cryptoactiviteit.
Bitcoin,
Ethereum en
DeFi groeien volgens de centrale bank der centrale banken juist uit elkaar door hun eigen ontwerpkeuzes.
In het nieuwe
BIS Bulletin “Blockchain consensus mechanisms and fragmentation” stellen onderzoekers dat permissionless blockchains niet vanzelf naar één schaalbare basislaag bewegen. De keuzes rond consensus duwen netwerken naar verschillende vormen van snelheid, veiligheid en decentralisatie.
Dat levert geen winnaar-op-alles-markt op. Het levert schotten op.
Het trilemma blijft de breuklijn
De analyse draait om het blockchaintrilemma. Een netwerk kan decentralisatie, veiligheid en schaalbaarheid niet onbeperkt tegelijk maximaliseren.
Consensus is de manier waarop een
blockchain beslist welke transacties geldig zijn. Daar zitten economische keuzes achter.
Bitcoin gebruikt proof-of-work. Miners maken kosten voor energie en hardware om blokken te mogen toevoegen.
Ethereum gebruikt proof-of-stake. Validators zetten
ETH vast en kunnen een deel verliezen als zij de regels breken.
Andere ketens kiezen voor kleinere validatorgroepen, gedelegeerde stake of varianten met Byzantine fault tolerance. Dat laatste betekent dat een netwerk kan blijven werken, zelfs als een deel van de validators faalt of kwaadaardig is.
Sneller betekent vaak smaller
Volgens de BIS zijn deze keuzes niet alleen technisch. Ze bepalen wie kan meedoen en hoeveel macht zich kan ophopen.
Een groot validatornetwerk kan decentralisatie en veiligheid versterken. Maar het maakt coördinatie duurder en trager.
Een kleiner validatornetwerk kan sneller zijn. Maar deelname wordt minder open en de macht komt sneller bij een beperkte groep terecht.
De trade-off verdwijnt niet. Hij verplaatst zich.
Daarom ziet de BIS meerdere evenwichten ontstaan. Elk netwerk kiest zijn eigen mix van snelheid, kosten, veiligheid en open deelname.
Fragmentatie is geen kinderziekte
De BIS ziet versnippering niet als tijdelijke groeipijn. Het is een logisch gevolg van prikkels.
Wanneer vraag naar schaarse blockspace stijgt, lopen transactiekosten op. Prijsgevoelige gebruikers zoeken dan goedkopere ketens.
Nieuwe Layer 1-netwerken trekken gebruikers met lagere kosten, hogere snelheid of andere ontwerpkeuzes. Liquiditeit raakt daardoor verspreid.
Dat raakt vooral DeFi. Handel, leningen en liquiditeitspools werken beter wanneer veel kapitaal op dezelfde plek zit.
Als dat kapitaal over ketens wordt verdeeld, wordt de markt dunner en complexer.
Layer 2 lost niet alles op
Ook Layer 2-oplossingen nemen het probleem niet weg. Rollups kunnen transacties goedkoper maken door werk buiten de basislaag te bundelen en daarna terug te schrijven.
Dat helpt schaal. Maar volgens de BIS ontstaan zo nieuwe uitvoeringsomgevingen.
Elke L2 kan eigen liquiditeitspools, eigen governance, eigen transactierangschikking en eigen storingspunten krijgen.
De versnippering gaat dan niet alleen tussen verschillende L1’s lopen. Ze ontstaat ook binnen ecosystemen met meerdere lagen.
Voor gebruikers klinkt “goedkoper” prettig. Voor risicobeheer wordt het ingewikkelder.
Bridges maken verbinding, maar ook risico
De markt probeert de schotten te verlagen met bridges. Zo’n bridge zet waarde vast op de ene keten en geeft een representatie uit op een andere keten.
Dat maakt kapitaal beweeglijker. Maar het bouwt ook nieuwe punten waar vertrouwen nodig is.
De BIS wijst op risico’s rond gehackte sleutels, valse berichten en bugs in smart contracts. De Ronin-hack van 2022 wordt daarbij genoemd als voorbeeld van grote bridgeverliezen.
Een bridge voelt als een oplossing voor fragmentatie. Maar de vraag verschuift naar wie de brug beheert, welke code faalt en wie verlies draagt.
Stablecoins tonen het probleem scherp
Ook
stablecoins laten de breuklijnen zien. Grote uitgevers kunnen dezelfde munt op meerdere ketens uitgeven.
Maar volgens de BIS zijn die versies niet automatisch onderling uitwisselbaar. USDT of USDC op de ene keten is operationeel niet simpel hetzelfde als dezelfde naam op een andere keten.
Gebruikers kunnen verschillende adressen, bridges of aparte liquiditeitspools nodig hebben. Een fout netwerk bij het versturen vanuit een
wallet kan dan duur worden.
Meer bereik betekent dus niet automatisch één diepe markt. Het kan juist meer afhankelijkheid geven van arbitrageurs, treasurybeheer en consistente regels van de uitgever.
Toezicht kijkt straks naar de tussenlaag
De BIS trekt de lijn door naar financiële markten. Als permissionless blockchains functies krijgen die lijken op marktvoorzieningen, moeten ook gedeelde lagen onder het vergrootglas.
Denk aan shared sequencers, data-availabilitylagen en cross-chain messaging. Die bepalen steeds vaker volgorde, beschikbaarheid en verbinding tussen ketens.
Als zulke onderdelen groot worden, kunnen ze volgens de BIS vergelijkbare aandacht vragen als klassieke marktvoorzieningen.
Dat is een politiek gevoelige boodschap. Crypto wil tussenpersonen vervangen, maar moet door fragmentatie soms nieuwe tussenlagen bouwen.
Geen einde aan blockchain
De BIS zegt niet dat permissionless blockchains verdwijnen. De boodschap is nuchterder.
Specialisatie blijft waarschijnlijk. Sommige ketens kiezen voor decentralisatie. Andere voor snelheid, lage kosten of specifieke toepassingen.
Dat kan innovatie voeden. Maar het maakt het systeem minder overzichtelijk voor gebruikers, ontwikkelaars, toezichthouders en financiële instellingen.
De toekomst draait dan niet om één keten die alles opslokt. Ze draait om gespecialiseerde netwerken die elkaar moeten vertrouwen via bruggen, berichtenlagen en gedeelde componenten.
Daar ligt het echte risico. Niet in de vraag welke keten wint, maar wie de verbindingen controleert wanneer geld door meerdere lagen tegelijk beweegt.