Een consortium rond 37 Europese banken heeft een belangrijke Nederlandse horde genomen voor zijn eigen euro-stablecoin. Het Amsterdamse
Qivalis meldt op 14 oktober een vergunning als elektronischgeldinstelling van
De Nederlandsche Bank.
De munt zelf bestaat daarmee nog niet voor gebruikers. Qivalis zegt de uitgifte in de komende maanden te plannen, nadat de token-specifieke stappen onder
MiCA zijn doorlopen en de whitepaper is gepubliceerd.
Vergunning geeft Qivalis positie als uitgever
Het bedrijf zegt daarmee onder doorlopend toezicht van
DNB te vallen en bevoegd te zijn elektronischgeldtokens in euro uit te geven.
Dat type token wordt onder
MiCA een e-money token, of EMT, genoemd. Het is een
stablecoin die zijn waarde probeert te behouden door naar één officiële valuta te verwijzen, in dit geval de euro.
Qivalis wil zijn token volgens een volledig reservegedekt model uitgeven.
De onderneming meldt tegelijkertijd expliciet dat zij op dit moment nog geen elektronisch geld uitgeeft en nog geen betaaldiensten aan het publiek aanbiedt.
DNB-vergunning is niet hetzelfde als tokenlancering
Dat onderscheid volgt ook uit de regels van
De Nederlandsche Bank.
DNB schrijft dat een uitgever van een elektronischgeldtoken eerst een vergunning als kredietinstelling of elektronischgeldinstelling nodig heeft.
Daarna volgen aanvullende verplichtingen voor de specifieke token.
De uitgever moet zijn voornemen om een EMT uit te geven bij de toezichthouder melden. Ook moet een bijbehorende whitepaper bij de bevoegde autoriteiten worden ingediend.
Qivalis heeft dus een belangrijke toegangspoort geopend. Daarmee zijn nog niet alle stappen voor de marktintroductie afgerond.
Whitepaper moet duidelijk maken wat de token precies wordt
De volgende inhoudelijke stap wordt daarom belangrijker dan de vergunning zelf.
Een whitepaper moet informatie geven over de token, de uitgever, rechten van houders en de manier waarop het product werkt.
Voor gebruikers zijn vooral praktische vragen relevant.
Op welke
blockchains verschijnt de munt? Wie kan hem kopen? Hoe werkt rechtstreekse inwisseling voor euro's? Welke kosten gelden? En welke partijen gaan de token daadwerkelijk ondersteunen?
De vergunning van Qivalis geeft daar nog geen volledig antwoord op.
ABN AMRO, Rabobank en ING zitten in consortium
De Nederlandse basis is meer dan alleen het Amsterdamse adres.
Qivalis wordt gesteund door 37 financiële instellingen uit 15 Europese landen. Daaronder zitten ABN AMRO, Rabobank en ING.
Ook het Belgische KBC maakt deel uit van de groep.
Qivalis breidde het consortium in mei sterk uit. ABN AMRO en Rabobank behoorden toen tot 25 nieuwe deelnemers, terwijl ING en KBC al bij de eerdere groep zaten.
Qivalis publiceerde destijds de volledige deelnemerslijst.
Dat maakt de Benelux-link direct.
Het betekent alleen nog niet dat al deze banken de munt automatisch aan hun klanten gaan aanbieden.
Steun van 37 banken is nog geen gebruik
Qivalis beschrijft een zogenoemd B2B2X-model.
De onderneming wil de token via geselecteerde partijen verspreiden. Daarbij noemt zij banken, handelsplatformen, betaaldienstverleners en partijen die financiële markten ondersteunen.
De deelnemende banken geven Qivalis daarmee een potentieel groot distributienetwerk.
Maar deelname aan een consortium, technisch testen en daadwerkelijk klantgebruik zijn drie verschillende stappen.
Een bank kan Qivalis steunen zonder dat iedere rekeninghouder straks via zijn bankapp de stablecoin kan kopen.
Daarvoor zijn afzonderlijke productbesluiten en technische koppelingen nodig.
Eurotoken richt zich op ander probleem dan dollartokens
Qivalis probeert bovendien een markt binnen te gaan die nog sterk door dollartokens wordt gedomineerd.
Voor een Europees bedrijf kan een eurotoken praktisch zijn wanneer facturen, bezittingen en verplichtingen al in euro's zijn uitgedrukt.
Een betaling die in euro's wordt afgesproken kan dan ook digitaal in dezelfde rekeneenheid worden afgewikkeld.
Bij een dollartoken ontstaat voor zo'n gebruiker daarnaast blootstelling aan de wisselkoers tussen dollar en euro.
Qivalis wil de munt onder meer gebruiken voor betalingen en afwikkeling van getokeniseerde financiële producten.
Of daarvoor voldoende liquiditeit ontstaat, hangt uiteindelijk af van hoeveel banken, handelsplaatsen en andere partijen hem werkelijk gebruiken.
Elektronischgeldinstelling is geen bank
Ook het soort vergunning verdient aandacht.
Qivalis heeft naar eigen zeggen een vergunning als elektronischgeldinstelling, niet als bank.
DNB beschrijft een elektronischgeldinstelling als een onderneming die elektronisch geld mag uitgeven. Voor zulke instellingen gelden onder meer eisen aan toezicht en bescherming van gelden van klanten.
Dat betekent niet dat ieder saldo automatisch een gewoon bankdeposito wordt.
Het juridische regime achter elektronisch geld verschilt van geld op een reguliere bankrekening. Welke rechten stablecoinhouders precies krijgen, moet daarom mede uit de tokenvoorwaarden en whitepaper blijken.
MiCA maakt de uitgever herkenbaar
Voor euro-stablecoins is dat een belangrijk verschil met de vroegere Europese markt.
MiCA schrijft voor dat uitgevers van een EMT een bank of vergunninghoudende elektronischgeldinstelling moeten zijn.
Daarmee staat er een gereguleerde juridische partij achter de munt die verantwoordelijk is voor de uitgifte en aan specifieke eisen moet voldoen.
De Qivalis-vergunning vult precies dat eerste deel in.
De token zelf moet de rest nog bewijzen.
Eerst whitepaper, daarna telt distributie
Qivalis verschuift daardoor van vergunningaanvraag naar uitvoering.
Het bedrijf zegt dat de stablecoin in de komende maanden moet volgen. Een exacte lanceringsdatum noemt het niet.
Ook is nog niet bekend welke banken of handelsplatformen vanaf dag één aansluiten.
Dat wordt de volgende meetlat.
Met DNB-toezicht, 37 banken en een Amsterdamse basis heeft Qivalis nu een gereguleerde uitgever achter het project. Pas na de whitepaper en daadwerkelijke uitgifte wordt zichtbaar hoeveel van dat institutionele gewicht zich vertaalt naar een bruikbare eurotoken.