De
AFM verandert vanaf 15 oktober de manier waarop zij bestuurlijke boetes berekent. Ook cryptobedrijven onder MiCA kunnen daar direct mee te maken krijgen wanneer zij regels overtreden waarop de Nederlandse toezichthouder handhaaft.
Er komt geen nieuwe cryptoboete bij. De verandering zit in de rekensom: ernst, bedrijfsomvang en de omstandigheden van een zaak kunnen de uiteindelijke sanctie veel verder van het standaardbedrag brengen.
AFM laat het basisbedrag nadrukkelijker los
De toezichthouder maakte het nieuwe beleid op 14 oktober bekend. Het
Boetetoemetingsbeleid AFM 2026 gaat een dag later in.
De bestaande opzet blijft grotendeels staan. De AFM noemt de wijzigingen zelf vooral technisch en verduidelijkend.
Toch zit er een belangrijke verschuiving in.
Het wettelijke basisbedrag geldt voortaan nog duidelijker als vertrekpunt, niet als bedrag waar de toezichthouder dicht bij moet blijven. De ernst van een overtreding kan reden zijn om fors hoger of lager uit te komen.
Dat geeft de AFM meer ruimte om onderscheid te maken tussen een beperkte fout en gedrag dat klanten of de markt veel zwaarder raakt.
MiCA brengt crypto binnen deze boeteregels
Voor cryptobedrijven is de verandering niet theoretisch.
Het nieuwe beleid geldt onder meer voor overtredingen die via het Besluit EU-verordeningen Wft onder de boetebevoegdheden van de AFM vallen. Daaronder valt ook de uitvoering van
MiCA, het Europese regelboek voor cryptoactiva en cryptodiensten.
De verdeling van het toezicht blijft wel belangrijk.
De AFM is leidend bij aanbieders van cryptoactivadiensten, andere cryptoactiva en het toezicht op marktmisbruik. DNB heeft onder meer taken rond prudentieel toezicht en bepaalde
stablecoins.
Een exchange, broker of bewaarpartij kan daardoor met het nieuwe AFM-beleid worden geconfronteerd wanneer juist een norm binnen het AFM-toezicht wordt overtreden.
Zware zaken krijgen een andere rekensom
Voor grote ondernemingen wordt vooral de aanpak van omzetgerelateerde boetes interessant.
Bij bepaalde overtredingen bepaalt de wet geen gewoon basisbedrag als maximum, maar een percentage van de nettojaaromzet. De AFM heeft nu duidelijker vastgelegd hoe zij zulke zaken berekent.
Bij een normale zaak blijft het wettelijke basisbedrag voor kleinere ondernemingen als rekentechnisch vertrekpunt dienen.
Maar wanneer dat volgens de AFM geen passende bestraffing oplevert, kan een dossier als een “zwaardere zaak” worden behandeld.
Daarvoor noemt de toezichthouder bijvoorbeeld grootschalige en structurele overtredingen, directe bedreiging van klanten of marktprocessen en aantasting van de integriteit van de financiële sector.
Groot bedrijf kan op tien keer basisbedrag beginnen
Bij zulke zwaardere dossiers koppelt de AFM het vertrekpunt aan de omvang van het bedrijf.
Een onderneming met maximaal €250 miljoen nettojaaromzet begint beleidsmatig op drie keer het wettelijke basisbedrag. Daarna loopt de schaal op.
Bij €1 miljard tot €3 miljard omzet gaat het om vijf keer. Vanaf €10 miljard nettojaaromzet wordt tien keer het wettelijke basisbedrag gebruikt.
Dat betekent niet dat iedere grote exchange automatisch een tienvoudige boete krijgt.
Deze methode geldt alleen wanneer het omzetgerelateerde regime van toepassing is én de AFM de zaak zwaar genoeg vindt om van de normale berekening af te wijken.
Vervolgens kan het bedrag nog worden verlaagd wegens evenredigheid of beperkte draagkracht. Het schema zelf mag binnen deze route niet verder omhoog worden aangepast.
Bij de zwaarste dossiers verdwijnt zelfs het basisbedrag
Het beleid bevat nog een niveau.
Wanneer zelfs de methode voor een zwaardere zaak geen passende sanctie oplevert, kan de AFM een dossier als een van de zwaarste zaken behandelen.
Dan hoeft zij niet langer vanuit een veelvoud van het basisbedrag te rekenen. De toezichthouder kan rechtstreeks een bedrag vaststellen dat zij passend vindt, zolang het wettelijke maximum niet wordt overschreden.
Dat is vooral relevant voor zeer grote financiële ondernemingen.
Voor de cryptosector maakt het duidelijk dat omzet niet automatisch bescherming biedt tegen een boete die bij een groot bedrijf relatief klein zou uitvallen.
Ook gedrag ná de overtreding telt mee
De AFM kijkt niet alleen naar wat er fout ging.
Een bedrijf kan voordeel hebben van snelle samenwerking, zelfstandig herstel of het vergoeden van gedupeerde klanten. Ook de samenloop van meerdere boetes kan reden zijn om het totaal te verlagen.
Bij terugkerende overtredingen werkt het andersom. Wanneer binnen vijf jaar opnieuw dezelfde overtreding wordt gepleegd, schrijft het beleid voor dat het berekende bedrag in de betreffende stap wordt verdubbeld.
Voor
crypto-platforms die onder MiCA werken maakt documentatie daardoor meer uit dan alleen tijdens een vergunningaanvraag.
Een toezichthouder kijkt bij een boete ook naar eerdere waarschuwingen, vaste bedrijfsprocessen en de vraag of een overtreding bewust kon voortbestaan.
Bestaande onderzoeken krijgen een harde datumgrens
Niet ieder lopend AFM-onderzoek verhuist morgen automatisch naar het nieuwe beleid.
Voor zaken waarbij het onderzoeksrapport vóór 15 oktober 2026 is opgesteld en gedateerd, blijft het beleid uit 2021 gelden.
Daarmee trekt de AFM een duidelijke grens.
Niet de datum waarop uiteindelijk een boete wordt opgelegd is bepalend voor deze overgang, maar of het onderzoeksrapport vóór de ingangsdatum klaar en gedateerd was.
Geen nieuwe boete tegen een exchange aangekondigd
De beleidswijziging zegt niets over een concrete sanctie tegen een cryptobedrijf.
De
aankondiging van de AFM bevat geen naam van een exchange en kondigt geen nieuw handhavingsdossier aan.
Wat morgen verandert, is de manier waarop de toezichthouder een boete onderbouwt zodra een overtreding wél is vastgesteld.
Voor kleine fouten kan meer maatwerk ook een lager bedrag betekenen. Voor grote ondernemingen met structurele overtredingen werkt diezelfde vrijheid precies de andere kant op.
Vanaf 15 oktober telt dus niet alleen welke MiCA-regel is geschonden, maar steeds nadrukkelijker hoe zwaar die schending werkelijk was en hoe groot de onderneming erachter is.