Crypto-exchanges behoren tot de drie online diensttypen die Europese opsporingsdiensten het vaakst relevant vinden voor strafrechtelijke onderzoeken. Alleen sociale media en chatapps scoren hoger in een nieuw rapport van Europol en Eurojust.
Dat maakt één ding duidelijk.
Een account bij een centrale exchange is geen anonieme kluis. Naast cryptotransacties kunnen daar registratiedata, telefoonnummers, IP-adressen en inloggegevens samenkomen.
Crypto-exchanges scoren 54% bij rechercheurs
Het rapport is gezamenlijk opgesteld door Europol en Eurojust.
Hoewel “2025” in de titel staat, gaan veel van de onderzochte gegevens over 2024.
EU-rechercheurs kregen de vraag welke online diensten het meest relevant waren voor onderzoeken binnen hun afdeling.
Sociale media eindigden bovenaan met 65%.
Messaging-apps volgden met 56%.
Crypto-exchanges kwamen direct daarna op 54%.
Fintech en VPN volgen op afstand
De afstand met de volgende categorieën is groot.
Fintechbedrijven werden door 28% genoemd.
VPN-diensten kwamen uit op 21%.
Cloudopslag volgde met 20%.
Respondenten mochten maximaal vijf categorieën aanwijzen.
De cijfers betekenen dus niet dat 54% van alle Europese strafzaken een crypto-exchange bevat.
Ze laten zien hoe relevant rechercheurs deze categorie binnen hun eigen onderzoeken vinden.
Politie zoekt vooral verbindingsgegevens
De meest waardevolle gegevens zijn opvallend technisch.
45% van de respondenten noemde connection logs bij de belangrijkste datasets.
Daarin kunnen datum, tijd en het IP-adres van een verbinding met een online dienst staan.
Telefoonnummers werden door 40% genoemd.
Het IP-adres waarmee een account oorspronkelijk werd geregistreerd kwam uit op 38%.
Juist de combinatie van zulke gegevens kan zwaar wegen.
Een walletadres is nog geen identiteit
Dat onderscheid telt bij crypto.
Een los walletadres bevat normaal gesproken geen naam, paspoortnummer of woonadres.
Op een openbare
blockchain is wel zichtbaar hoe tegoeden tussen adressen bewegen.
Zolang niet bekend is wie een adres beheert, blijft daar een mate van pseudonimiteit bestaan.
Een centrale exchange kan die ontbrekende schakel leveren.
Exchange kan persoon aan wallet koppelen
Stel dat politieonderzoekers een verdacht Bitcoin-adres volgen.
Ze zien dat BTC uiteindelijk naar een grote handelsbeurs gaat.
Die beurs kan gegevens hebben over de eigenaar van het ontvangende account.
Denk aan identificatiegegevens, bankkoppelingen, telefoonnummer en loginhistorie.
Zo kan een on-chain geldstroom worden gekoppeld aan informatie uit een centraal account.
Niet iedere zaak levert zo'n duidelijke match op.
Maar precies daarom zijn exchanges interessant voor financieel onderzoek.
IP-adres kan jaren later opnieuw relevant worden
Metadata lijkt minder spectaculair dan een transactie van miljoenen euro's.
Toch kan één loginmoment een onderzoek verder brengen.
Een IP-adres kan bijvoorbeeld worden vergeleken met andere accounts of bekende apparaten.
Een telefoonnummer kan elders in een onderzoek opnieuw opduiken.
Een registratie-IP kan aantonen vanaf welke verbinding een account ooit is aangemaakt.
Op zichzelf bewijst zo'n datapunt weinig.
Samen kunnen meerdere gegevens een veel scherper patroon vormen.
Verzoeken mogen geen willekeurige sleepnetten zijn
Het rapport maakt ook duidelijk dat dataverzoeken gericht moeten zijn.
Rechercheurs moeten aangeven op welke persoon, gegevens en periode een verzoek betrekking heeft.
Daarbij gelden beginselen van noodzakelijkheid en proportionaliteit.
Dat is relevant voor privacy.
“Een exchange heeft gegevens” betekent niet dat politie zonder juridische basis onbeperkt door alle klantaccounts mag zoeken.
De juridische route en waarborgen blijven bepalend.
Europese regels zijn sinds 18 augustus veranderd
De timing van het rapport is opvallend.
Sinds 18 augustus 2026 is de nieuwe Europese e-evidenceverordening van toepassing.
De
Europese Commissie legt uit dat deze twee nieuwe instrumenten introduceert.
Een European Production Order kan een gedekte dienstverlener in een andere lidstaat verplichten elektronisch bewijs te produceren.
Een European Preservation Order kan gegevens eerst laten bewaren zodat ze niet verdwijnen voordat een vervolgstap wordt gezet.
Spoedtermijn kan acht uur zijn
Bij een normaal European Production Order geldt in beginsel een termijn van tien dagen.
Bij een spoedgeval kan dat dalen naar acht uur.
Dat is veel sneller dan sommige oudere grensoverschrijdende procedures.
Een Preservation Order draait niet direct om overdracht.
Die is bedoeld om specifieke gegevens veilig te stellen voor een later juridisch verzoek.
Voor digitaal bewijs kan snelheid zwaar wegen.
Logs kunnen immers na verloop van tijd worden verwijderd.
Maar niet iedere exchange valt automatisch onder die route
Hier zit een belangrijke juridische grens.
De nieuwe verordening geldt niet simpelweg voor iedere online onderneming.
De EU definieert welke dienstverleners eronder vallen.
Financiële diensten zijn daarbij expliciet uitgesloten van de definitie.
Daarom kan niet zonder meer worden gezegd dat iedere crypto-exchange vanaf 18 augustus binnen tien dagen gegevens moet overhandigen via een European Production Order.
Per bedrijf en per aangeboden dienst moet worden gekeken welke juridische categorie van toepassing is.
Voor crypto-onderzoek bestaan daarnaast andere nationale en internationale routes om informatie te verkrijgen.
Europol heeft exchangegegevens al jaren in beeld
Dat crypto-exchanges voor rechercheurs belangrijk zijn, is op zichzelf niet nieuw.
Europols SIRIUS-project houdt een database bij met contactinformatie voor meer dan duizend online dienstverleners.
Daar zitten ook cryptocurrency exchanges tussen.
Het nieuwe rapport laat vooral zien hoe hoog die categorie nu scoort bij rechercheurs.
Crypto staat niet ergens aan de rand van digitaal onderzoek.
Het zit naast sociale media en messaging in de top drie.
Aantal dataverzoeken groeit hard
Ook breder neemt de vraag naar digitaal bewijs toe.
Het SIRIUS-rapport analyseerde transparantierapporten van acht grote online bedrijven.
Het ging om Airbnb, Google, LinkedIn, Meta, Reddit, Snap, TikTok en Yahoo.
Die acht ontvingen in 2024 gezamenlijk 303.289 dataverzoeken van EU-autoriteiten.
Dat was ongeveer 14% meer dan een jaar eerder.
Vergeleken met 2018 lag het aantal ongeveer 3,5 keer zo hoog.
Die 303.289 verzoeken zijn geen crypto-cijfer
Ook hier is precisie nodig.
De acht bedrijven in die steekproef zijn geen crypto-exchanges.
Het cijfer van 303.289 laat de algemene groei van elektronische bewijsverzoeken zien.
Het mag dus niet worden gepresenteerd als het aantal verzoeken dat Europese politie aan cryptoplatforms stuurde.
Het rapport publiceert geen vergelijkbaar totaal voor alle Europese exchangeverzoeken.
Meer dan helft van onderzoeken raakt grens over
Eurojust stelt breder dat minstens 55% van strafrechtelijke onderzoeken een grensoverschrijdend verzoek om elektronisch bewijs bevat.
Dat kan gaan om berichten, accountinformatie of andere opgeslagen gegevens.
Crypto past makkelijk in dat patroon.
Een Nederlandse gebruiker kan bij een buitenlands platform zitten.
Een wallet kan geld ontvangen uit het ene land en het binnen minuten naar een dienstverlener elders sturen.
Daardoor botsen digitale geldstromen snel op nationale grenzen.
Centrale exchange laat meer achter dan alleen blockchainsporen
Voor gebruikers is de praktische les vrij simpel.
Self-custody en een exchange-account zijn twee verschillende datamodellen.
Bij self-custody bestaat in eerste instantie vooral het openbare transactiespoor en informatie op eigen apparaten.
Bij een centrale aanbieder komt daar een bedrijfsadministratie naast, zoals:
- Identiteitscontrole.
- Accountgegevens.
- Loginlogs.
- Mogelijk bankinformatie.
- En registratiedata.
Dat kan onderzoek juist veel makkelijker maken zodra een wallet met een account wordt verbonden.
Dat helpt ook slachtoffers van cryptocriminaliteit
Meer traceerbaarheid is niet uitsluitend een nadeel voor privacy.
Bij fraude, hacks of afpersing kan het een slachtoffer helpen.
Als gestolen crypto uiteindelijk bij een gereguleerde handelsplaats aankomt, kan die centrale partij mogelijk gegevens bewaren of een account blokkeren wanneer daarvoor de juiste juridische basis bestaat.
Dezelfde informatie die een verdachte minder anoniem maakt, kan dus ook een route naar gestolen geld opleveren.
Daar zit de andere kant van KYC en logging.
‘Crypto is anoniem’ houdt steeds minder stand
Bitcoin en andere openbare netwerken publiceren niet automatisch een paspoort naast iedere transactie.
Dat blijft waar.
Maar moderne opsporing gebruikt meerdere databronnen tegelijk:
- Blockchaintransacties.
- Exchangeaccounts.
- IP-logs.
- Telefoonnummers.
- Bankbetalingen.
- Apparaten.
Zodra twee van die werelden elkaar raken, kan pseudonimiteit snel afnemen.
Het nieuwe Europol- en Eurojust-rapport maakt vooral zichtbaar hoe normaal die werkwijze is geworden.
Crypto-exchanges staan niet meer buiten het blikveld van Europese rechercheurs. Ze behoren inmiddels tot de eerste digitale plaatsen waar onderzoekers kijken wanneer een zaak een online geldspoor achterlaat.