Een BV mag een cryptoverlies niet aftrekken als de onderliggende tokeninvestering juridisch door de dga privé is gesloten. Dat volgt uit een uitspraak van Gerechtshof Den Haag over een investering van €250.000 in cryptotokens, waarbij de betaling wel vanaf de BV-rekening liep maar de token agreement de dga persoonlijk als koper vermeldde.
De uitspraak is relevant voor ondernemers die
crypto, tokens of Web3-projecten via hun BV willen financieren. Het hof kijkt niet alleen naar de bankrekening of de jaarrekening, maar vooral naar de juridische basis van de investering.
Daarmee wordt de les scherp: een betaling vanuit de BV maakt een privé gesloten crypto-overeenkomst niet automatisch een investering van de BV.
Token agreement stond op naam van de dga
De zaak draaide om een token agreement uit augustus 2018 met een vennootschap uit de Verenigde Arabische Emiraten. De overeenkomst vermeldde de dga persoonlijk als koper van de cryptotokens.
Op 13 september 2018 werd vervolgens €250.000 overgemaakt vanaf een bankrekening van de BV. In de jaarrekening 2018 nam de BV de tokens op onder financiële vaste activa, als effecten. Later wilde de BV in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 de volledige investering afwaarderen.
De Belastingdienst accepteerde dat niet. De inspecteur stelde dat de investering civielrechtelijk niet door de BV was gedaan, maar door de dga privé.
Het hof volgt die lijn. Uit de stukken bleek niet dat de dga bij het sluiten van de tokenovereenkomst namens of in opdracht van de BV handelde. Dat is doorslaggevend.
Betaling vanaf BV-rekening was onvoldoende bewijs
De BV wees op de betaling vanaf haar eigen bankrekening en op de verwerking in de jaarrekening. Volgens het hof maakt dat de investering nog niet toerekenbaar aan de vennootschap.
Accountancy Vanmorgen vat de kern samen: betalen vanaf een zakelijke rekening is geen bewijs dat de BV ook juridisch investeerder is. De overeenkomst bleef leidend, en die stond op naam van de dga.
Ook de balansverwerking hielp de BV niet. Dat de tokens later als financiële vaste activa werden opgenomen, veranderde niet wie partij was bij de oorspronkelijke aankoop.
Dat is belangrijk voor ondernemers. Boekhouding kan een transactie administratief volgen, maar kan achteraf niet zomaar de civielrechtelijke werkelijkheid wijzigen.
Afwaardering blijft buiten de BV
Omdat de investering niet aan de BV kon worden toegerekend, mocht de BV de afwaardering van €250.000 niet ten laste van haar fiscale winst brengen. De correctie in de vennootschapsbelasting bleef daarmee in stand.
In de eerdere rechtbankfase werd de betaling vanuit de BV bovendien aangemerkt als een verkapte winstuitdeling aan de dga. Taxence schreef destijds dat de betaling door de BV kwalificeerde als winstuitdeling, omdat de dga privé had gehandeld en de BV de betaling voor hem deed.
Dat maakt het fiscale risico dubbel. De BV krijgt geen aftrek voor het verlies, terwijl de betaling richting dga fiscaal als uitdeling kan worden behandeld.
Voor dga’s is dat een zwaar signaal. Een mislukte tokeninvestering kan dan niet alleen economisch verloren zijn, maar ook fiscaal ongunstig uitpakken.
Crypto in BV vraagt strakke documentatie
De uitspraak betekent niet dat een BV nooit in crypto of tokens kan investeren. De les is smaller, maar belangrijker: de investering moet vanaf het begin zakelijk en juridisch aan de BV toerekenbaar zijn.
Daarvoor moet duidelijk zijn dat de BV contractpartij is. Denk aan een overeenkomst op naam van de vennootschap, een bestuursbesluit, een zakelijke motivering, correcte betaling, juiste custody-administratie en consistente verwerking in de boekhouding.
Als de dga zelf tekent, zelf als koper wordt genoemd of privé aanspraken krijgt, wordt het achteraf lastig om het verlies bij de BV te leggen.
Dat geldt extra bij tokens, SAFT-achtige overeenkomsten, pre-sale deals en buitenlandse Web3-projecten. Juist daar zijn contracten vaak minder standaard dan bij gewone effectenrekeningen of bankproducten.
Civielrechtelijke werkelijkheid gaat voor fiscale wens
De kern van de hofuitspraak is dat fiscale verwerking volgt uit de juridische werkelijkheid. De BV wilde het verlies dragen, maar de contractuele basis wees naar de dga privé.
Dat is een bredere waarschuwing voor crypto-ondernemers. Een wallet, bankbetaling of balanspost is niet genoeg als de juridische eigendom niet klopt.
Bij traditionele beleggingen is vaak duidelijk wie de rekeninghouder en contractpartij is. Bij crypto is dat vaker rommelig: privéwallets, buitenlandse tokenverkopen, informele overeenkomsten, Telegramdeals, founders’ allocations en betalingen via meerdere rekeningen.
Die rommeligheid kan fiscaal hard uitpakken.
Praktische les voor dga’s
Voor dga’s is de belangrijkste vraag vóór de investering: wie koopt juridisch de tokens?
Als de BV koopt, moet de BV zichtbaar contractpartij zijn. Als de dga privé koopt, moet de dga ook privé het risico dragen. Het later boeken van de tokens in de BV of het betalen vanaf een zakelijke rekening lost dat niet op.
De uitspraak laat daarmee zien dat fiscale planning bij crypto niet achteraf begint. Ze begint bij het contract, de betalingsroute en de documentatie op het moment van instappen.
De conclusie is duidelijk. Een BV kan een cryptoverlies alleen dragen als de investering daadwerkelijk van de BV is. In deze zaak was dat niet zo. De dga stond privé in de token agreement, en dat woog zwaarder dan de betaling vanaf de BV-rekening.