MiCA moest Europa één cryptomarkt geven. ESMA laat nu zien hoe snel één regelboek kan veranderen in een stapel regels die vooral de kleine bouwers raakt.
Brussel opende op 20 mei een
gerichte review van MiCA. Dat gebeurde terwijl de laatste overgangsperiode voor veel cryptodienstverleners pas op 1 juli afliep.
Dat is geen detail. Europa is het cryptoregime al aan het herzien voordat de markt volledig heeft kunnen wennen aan de eerste versie.
ESMA ziet bij banken wat crypto nu kan overkomen
De waarschuwing komt uit onverwachte hoek: ESMA zelf.
Op 2 juli stelde de toezichthouder een
“report once”-aanpak voor transactierapportage voor. Marktpartijen zouden gegevens één keer moeten rapporteren. Toezichthouders kunnen die data daarna hergebruiken.
Volgens ESMA kan dat jaarlijks €250 miljoen tot €1 miljard netto besparen. De terugkerende rapportagekosten kunnen met 22 tot 24 procent dalen.
De diagnose is harder dan het bedrag. ESMA wijst op dubbele rapportage, niet gelijklopende regelwijzigingen en overlappende plichten.
Dat is precies de val waar crypto nu naartoe loopt.
Europa ontdekt bij banken dat goede regels samen een duur systeem kunnen worden. Dan zou het vreemd zijn om bij crypto opnieuw dezelfde regelberg op te bouwen.
MiCA was winst, maar geen vrijbrief
MiCA heeft de sector iets gegeven dat jaren ontbrak: één Europees kader.
Een cryptobedrijf kan niet langer zomaar klanten bedienen met mooie beloftes en vage disclaimers. Aanbieders hebben een vergunning of geldige notificatie nodig om in de EU cryptodiensten te leveren.
De
AFM behandelt in Nederland vergunningen en notificaties voor crypto-asset service providers. In België waarschuwde de
FSMA dat aanbieders vanaf 1 juli 2026 een CASP-vergunning nodig hebben, of hun diensten in Europa moeten stopzetten.
Dat is terecht. Een serieuze markt kan niet draaien op zelfbedachte bescherming.
Maar de economische belofte van MiCA was ook schaal. Eén vergunning moest toegang geven tot één markt.
Die belofte verliest waarde als Brussel na de eerste laag steeds nieuwe randlagen toevoegt.
Cryptolending laat de grijze zone zien
Cryptolending maakt dat probleem zichtbaar. ESMA zegt in zijn
Q&A van 18 juni dat MiCA het lenen en uitlenen van crypto niet rechtstreeks regelt.
Toch moeten aanbieders die zulke diensten naast gereguleerde cryptodiensten aanbieden rekening houden met algemene MiCA-plichten. Ze moeten klanten duidelijk informeren, verwarring vermijden en risico’s rond tegenpartijen, onderpand en verlies van toegang tot crypto uitleggen.
Ook vereist ESMA voorafgaande, duidelijke en specifieke toestemming wanneer klantcrypto voor lending wordt gebruikt. Toestemming diep verstopt in algemene voorwaarden is niet genoeg.
Veel van die eisen zijn verdedigbaar.
Het probleem zit in de route. Een activiteit valt buiten MiCA, wordt daarna deels via MiCA-principes geraakt, kan onder andere financiële regels vallen en komt tegelijk in een bredere Europese review terecht.
Voor een toezichthouder heet dat nuance. Voor een fintech heet dat: opnieuw juristen inhuren.
De grote verliezer is niet de megabeurs
Strengere cryptoregels worden vaak verkocht als rem op grote internationale platforms. Dat klopt maar half.
Grote exchanges, banken en Amerikaanse fintechs kunnen teams met juristen, compliancespecialisten en beleidsmensen betalen. Zij verwerken nieuwe regels als vaste kosten.
Een Nederlandse walletbouwer of Belgische start-up kan dat niet.
Daarom werkt complexiteit als een verborgen schaalvoordeel. Hoe hoger de vaste prijs van compliance, hoe makkelijker grote partijen kleinere concurrenten uit de markt drukken.
Dat is geen aanval op consumentenbescherming. Het is een waarschuwing dat bescherming ook marktstructuur maakt.
Europa dreigt cryptobedrijven dezelfde regelberg te geven die het bij banken nu probeert af te breken.
Brussel weet dat Europa al schaal mist
De Europese Commissie erkent het schaalprobleem zelf.
In haar
pakket voor marktintegratie en toezicht wijst Brussel erop dat de beurswaarde van Europese aandelenmarkten in 2024 gelijk stond aan 73 procent van het EU-bbp. In de Verenigde Staten was dat 270 procent.
Dat verschil gaat niet alleen over aandelen. Het gaat over waar bedrijven groeien, waar software wordt gebouwd en waar risicokapitaal durft te landen.
Digitale financiële bedrijven kiezen niet alleen op basis van klanten. Ze kiezen ook op basis van juridische snelheid.
Als twee markten vergelijkbare bescherming bieden, maar één markt sneller duidelijk maakt wat mag, wint die markt.
Regels worden dan onderdeel van de financieringskosten.
Amerika hoeft niet soepeler te zijn om te winnen
De vergelijking met de VS wordt vaak plat gemaakt. Alsof Amerika vrij spel geeft en Europa voor veiligheid kiest.
Zo simpel is het niet.
Tijdens het
EU-VS Financial Regulatory Forum bespraken Europese vertegenwoordigers de MiCA-review. De VS gaf tegelijk een update over de GENIUS Act en breder beleid voor digitale activa.
Daarmee verschuift de strijd. Het gaat niet om regels tegenover geen regels.
Het gaat om de vraag welke markt gereguleerde bedrijven het beste pad geeft om nieuwe producten te bouwen, klanten te bedienen en kapitaal op te halen.
Kapitaal heeft geen plicht om in Brussel te blijven.
Nederland en België moeten harder duwen
Voor Nederland en België is dit geen Brussels spelletje.
De AFM is de poort voor Nederlandse CASP-vergunningen. Een Europees paspoort kan daarna grensoverschrijdende diensten mogelijk maken. In België loopt de MiCA-uitvoering via de FSMA en de Nationale Bank van België.
Juist kleinere financiële centra hebben belang bij een systeem waarin een vergunning echt schaal oplevert.
Als MiCA vooral een startbewijs wordt voor nieuwe rondes interpretatie, verliezen kleinere spelers. Dan wint niet de veiligste aanbieder, maar de partij met de grootste juridische afdeling.
Daarom moet de bewijslast bij elke extra laag duidelijk zijn.
Welk concreet risico wordt opgelost? Welke bestaande regel schiet tekort? Hoeveel extra complexiteit koopt Europa daarvoor?
Dat is dezelfde discipline die ESMA nu bij traditionele rapportage probeert terug te brengen.
Te veel bescherming kan bescherming verplaatsen
Het sterkste argument voor meer cryptoregels blijft consumentenbescherming.
Een markt waarin klanten niet weten of hun tegoeden veilig zijn, is ongezond. Dat geldt zeker bij
DeFi, lending,
stablecoins en producten die op bankdiensten lijken.
Maar maximale regels zijn niet hetzelfde als maximale bescherming.
Als Europese aanbieders bepaalde diensten niet meer rendabel kunnen leveren, verdwijnen die diensten niet vanzelf. Gebruikers kunnen uitwijken naar buitenlandse platforms, zelfbeheerde protocollen of aanbieders waar Europese toezichthouders minder grip op hebben.
Dat is de paradox.
Europa kan crypto zo zwaar belasten met regels dat het vooral de bedrijven raakt die zich wilden laten reguleren.
De risico’s gaan dan niet weg. Ze verplaatsen zich.
MiCA moet fundament blijven, geen stapelplaats
MiCA afbreken zou dom zijn. Europa heeft één gezamenlijk cryptokader gebouwd waar andere grote markten lang over hebben gesteggeld.
Maar een fundament is geen uitnodiging om elke nieuwe cryptodienst meteen aan het bouwwerk vast te schroeven.
De MiCA-review moet daarom niet starten met de vraag wat Brussel nog meer onder toezicht kan brengen.
De betere vraag is smaller en moeilijker: welke regels beschermen Europese gebruikers zonder juridische complexiteit cadeau te doen aan Amerikaanse giganten, banken en de grootste cryptoplatforms?
ESMA heeft bij banken al gezien wat er gebeurt wanneer goede regels zich opstapelen: dubbele plichten, hogere kosten en herstelwerk achteraf.
Europa hoeft die fout bij crypto niet nog een keer te maken.