Twee van iedere drie kaartbetalingen in het eurogebied lopen via internationale betaalsystemen.
De
ECB wil die afhankelijkheid verkleinen met de
digitale euro. Banken moeten daarbij niet buitenspel worden gezet. Ze moeten juist een Europees betaalnetwerk krijgen waarmee ze makkelijker tegen buitenlandse kaartbedrijven en grote technologieconcerns kunnen concurreren.
Dat stelde ECB-directielid Piero Cipollone in een
toespraak van 6 oktober.
Twee derde kaartbetalingen loopt via buitenlandse systemen
Europa heeft volgens Cipollone nog altijd geen eigen digitaal betaalmiddel dat in alle eurolanden en voor alle grote betaalvormen werkt.
Nationale oplossingen bedienen meestal slechts enkele landen of toepassingen.
Daardoor is twee derde van alle kaartbetalingen in het eurogebied afhankelijk van internationale systemen. Dertien van de 21 eurolanden hebben zelfs geen eigen nationaal kaartsysteem.
Voor de ECB gaat dat niet alleen over Europese autonomie.
Het is ook een concurrentieprobleem.
Een individuele bank kan moeilijk zelf een netwerk bouwen waarmee klanten in het volledige eurogebied bij winkels, webshops en andere consumenten kunnen betalen.
De
digitale euro moet die schaal gezamenlijk leveren.
Banken blijven tussen ECB en klant staan
De ECB wil zelf geen betaalapp voor miljoenen consumenten gaan beheren.
Banken en andere gereguleerde betaaldienstverleners moeten de digitale euro verspreiden, klanten bedienen en aanvullende diensten ontwikkelen.
Het Eurosysteem levert de gezamenlijke betaalbasis.
Een bank zou de digitale euro bijvoorbeeld naast zijn bestaande betaalproduct in dezelfde app of op dezelfde kaart kunnen plaatsen.
Werkt de eigen betaaloplossing van de bank bij een winkel, dan kan die gewoon worden gebruikt. Ontbreekt daar bereik, dan kan de digitale euro de betaling overnemen.
Volgens Cipollone ontstaat zo een gemeenschappelijk acceptatienetwerk zonder dat iedere Europese aanbieder dat afzonderlijk hoeft op te bouwen.
Eurosysteem betaalt de centrale kosten
Ook het verdienmodel wordt bewust rond banken gebouwd.
Het Eurosysteem wil de kosten dragen voor het opzetten en beheren van de centrale technische systemen. Het wil geen scheme- of processingkosten rekenen voor digitale-eurotransacties.
Banken en betaaldienstverleners moeten juist worden vergoed voor de diensten die zij leveren.
Hoe hoog die vergoeding wordt en wie uiteindelijk welke kosten draagt, ligt nog niet definitief vast.
Daarover wordt tijdens het Europese politieke proces verder onderhandeld.
Dat detail telt voor banken.
Een digitale euro kan alleen een serieus alternatief voor bestaande betaalnetwerken worden wanneer distributie commercieel werkbaar blijft voor partijen die klanten en winkeliers bedienen.
Digitale euro wordt geen spaarrekening
De ECB probeert tegelijk te voorkomen dat het nieuwe betaalmiddel geld op grote schaal bij commerciële banken wegtrekt.
Daarom wordt de digitale euro niet rentedragend.
Ook komt er een maximum voor het bedrag dat iemand kan aanhouden. De uiteindelijke limiet is nog niet bepaald.
De ECB onderzocht op verzoek van het Europees Parlement hypothetische grenzen tussen €500 en €3.000 per persoon.
Dat waren tests, geen besluit over de uiteindelijke limiet.
Zelfs bij een limiet van €3.000 verwacht de ECB in zijn modellen beperkte gevolgen voor de liquiditeitspositie van de bancaire sector.
Betalen boven de limiet blijft mogelijk
Een saldolimiet betekent niet dat een consument nooit meer dan dat bedrag kan betalen.
De digitale-eurorekening kan aan een gewone bankrekening worden gekoppeld.
Stel dat iemand €500 digitale euro bezit en een betaling van €800 doet. Het ontbrekende bedrag kan dan automatisch van de gekoppelde bankrekening komen.
Andersom kan geld dat boven de maximale digitale-europositie binnenkomt automatisch naar de bankrekening worden doorgestuurd.
De ECB probeert daarmee twee belangen tegelijk te bedienen.
De digitale euro moet praktisch bruikbaar zijn voor betalingen, maar mag niet veranderen in een plek waar huishoudens massaal spaargeld parkeren.
Nederland, België én Luxemburg doen mee aan pilot
De plannen krijgen vanaf volgend jaar een echte praktijktest.
De ECB heeft 36 betaaldienstverleners geselecteerd voor een pilot die in de tweede helft van 2027 moet beginnen en twaalf maanden duurt.
De test vindt plaats bij de ECB en 19 nationale centrale banken. Nederland, België en Luxemburg doen alle drie mee.
Medewerkers van de deelnemende centrale banken kunnen met een bètaversie betalingen tussen personen uitvoeren en bij geselecteerde fysieke en online winkels betalen.
De proefversie krijgt geen status als wettig betaalmiddel.
De pilot moet vooral laten zien of betalingen, verwerking en gebruikerservaring ook buiten een laboratorium werken.
2029 blijft afhankelijk van Europese politiek
Een consumentenlancering staat daarmee nog niet vast.
De Raad van de Europese Unie bepaalde zijn positie eind 2025. Het Europees Parlement volgde in juli 2026. De onderhandelingen tussen de Europese instellingen lopen nu.
De ECB wil in 2029 klaar zijn voor een mogelijke eerste uitgifte, maar alleen wanneer de Europese regels in 2026 worden afgerond.
Zelfs dan volgt nog een afzonderlijk besluit van de ECB over daadwerkelijke uitgifte.
2029 is dus geen gegarandeerde lanceringsdatum.
Het is het jaar waarin het Eurosysteem technisch klaar wil staan als de politieke besluiten daarvoor zijn genomen.
Pontes pakt dezelfde strijd aan bij banken
Cipollone koppelt de digitale euro bovendien aan een tweede Europese betaalverschuiving.
Voor consumenten is er de digitale euro.
Voor professionele financiële markten is op 21 september
Pontes gestart.
Pontes maakt het mogelijk om transacties in getokeniseerde activa af te rekenen met centralebankgeld. Banken, uitgevers en professionele beleggers kunnen de dienst nu geleidelijk gaan gebruiken.
De ECB ziet daar ook een rol voor getokeniseerde banktegoeden.
Verschillende banken kunnen in de toekomst ieder hun eigen digitale deposito's uitgeven. Zonder gezamenlijke afwikkeling dreigen zulke tokens opgesloten te raken binnen afzonderlijke systemen.
Cipollone stelt dat Pontes als brug kan dienen, zodat een digitale euro van de ene gereguleerde bank tegen dezelfde waarde kan worden uitgewisseld met die van een andere.
ECB bouwt geen concurrent van banken
Daarmee wordt Cipollone's strategie duidelijker.
De ECB wil niet dat de digitale euro de rekening van een commerciële bank vervangt.
Ze wil een Europese publieke laag neerzetten waarop banken zelf betaalproducten kunnen aanbieden.
Voor consumenten moet dat leiden tot één betaalmiddel dat in het hele eurogebied werkt. Voor banken moet het voorkomen dat internationaal bereik alleen haalbaar blijft via buitenlandse kaartbedrijven of technologieplatformen.
Of Europese consumenten daar massaal voor kiezen, is nog onbekend.
Maar Nederland, België en Luxemburg zitten vanaf 2027 wel rechtstreeks in de praktijktest.
En juist daar moet blijken of de digitale euro iets kan wat Europa tot nu toe niet voor elkaar kreeg: één eigen betaalnetwerk dat van Helsinki tot Lissabon dezelfde rekening opent.