Een man hoeft voorlopig geen 3,22
bitcoin aan zijn ex-partner over te dragen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de uitvoering van een eerder vonnis geschorst nadat de vrouw in voorlopige hechtenis belandde op verdenking van voorbereiding van een aanslag op zijn leven.
Het hof beslist daarmee nog niet wie uiteindelijk recht heeft op de
Bitcoin.
De vraag is voorlopig smaller: moet de man de 3,22
BTC nu al afgeven terwijl het hoger beroep nog loopt?
Het antwoord is voorlopig nee.
Rechtbank beval overdracht van 3,22 bitcoin
De zaak draait om cryptovaluta die tijdens de voormalige relatie zijn gekocht.
De man begon vanaf april 2020 met het aanschaffen daarvan. Zijn ex-partner stelt dat daarvoor geld van haar is gebruikt en claimt de bitcoins.
De rechtbank Noord-Nederland gaf haar op 8 juli gelijk en verplichtte de man om 3,22 bitcoin binnen vier weken af te geven.
Als hij dat niet deed, zou een dwangsom van €1.000 per dag volgen, met een maximum van €50.000.
Het vonnis was uitvoerbaar bij voorraad.
Dat betekent dat de vrouw de beslissing in principe al mocht afdwingen terwijl de man tegen het vonnis in hoger beroep ging.
Juist dat onderdeel ligt nu stil.
Arrestatie veranderde de zaak
Tussen de behandeling bij de rechtbank en het uiteindelijke vonnis gebeurde iets wat de belangen volledig veranderde.
De vrouw was op 18 mei 2026 aangehouden.
In het
arrest van het gerechtshof staat dat zij wordt verdacht van voorbereiding van een aanslag op het leven van de man.
Die arrestatie vond plaats nadat de zaak bij de rechtbank mondeling was behandeld, maar vóór het vonnis van 8 juli.
De rechtbank had die ontwikkeling daardoor niet meegenomen bij haar eerdere beslissing over onmiddellijke uitvoering.
Voor het hof is dat een nieuwe omstandigheid.
Verdenking is geen veroordeling
Daar hoort juridisch een belangrijke grens bij.
De vrouw zit in voorlopige hechtenis.
Dat betekent dat zij verdachte is en haar strafzaak nog niet definitief is beslist. Rechtspraak.nl omschrijft voorlopige hechtenis als detentie terwijl een verdachte op de uitspraak in zijn strafzaak wacht.
Het civiele hof stelt dus niet vast dat zij daadwerkelijk opdracht gaf voor een aanslag.
Het gebruikt haar arrestatie en voorlopige hechtenis alleen bij de vraag of onmiddellijke overdracht van de bitcoins nog redelijk is.
Dat zijn twee verschillende zaken.
Man noemt betaling aan vermeende huurmoordenaar
De man bracht bij het hof ook een veel zwaardere beschuldiging naar voren.
Hij stelde dat zijn ex-partner en haar broer ervan worden verdacht ongeveer €30.000 aan cryptovaluta te hebben betaald aan iemand die als huurmoordenaar zou zijn ingeschakeld.
Die stelling staat in het civiele arrest als onderdeel van zijn argumentatie.
Het hof spreekt in deze procedure niet uit dat de betaling of de vermeende moordopdracht strafrechtelijk bewezen is.
Dat onderscheid is noodzakelijk.
Een civiele rechter die een belangenafweging maakt, is hier niet de strafrechter die uiteindelijk over schuld beslist.
Belang van snelle overdracht werd kleiner
Bij de rechtbank had de vrouw aangevoerd dat zij de middelen nodig had om een woning dichter bij de gezamenlijke dochter te verkrijgen.
Dat gaf haar een concreet belang bij snelle uitvoering.
Volgens het hof is die situatie veranderd.
De vrouw zit in voorlopige hechtenis en de omgang met het kind is geschorst.
Daardoor weegt het eerder aangevoerde belang om direct over de bitcoins te beschikken volgens het hof minder zwaar.
Aan de andere kant zijn de mogelijke gevolgen voor de man aanzienlijk wanneer hij nu al overdraagt.
Bitcoins terughalen kan lastig worden
Daar komt het zogeheten restitutierisico bij.
Dat is de kans dat iemand iets ontvangt op basis van een uitspraak, maar het later niet kan teruggeven wanneer die uitspraak in hoger beroep wordt teruggedraaid.
Volgens het arrest leeft de vrouw van een bijstandsuitkering.
Een eerdere proceskostenveroordeling van €1.860 kon zij slechts in termijnen voldoen.
Het hof houdt er daarom serieus rekening mee dat zij ontvangen vermogen gebruikt en later onvoldoende middelen heeft om de man terug te betalen.
Bij bitcoin speelt daarnaast een praktisch kenmerk mee.
Zodra cryptovaluta naar een andere
wallet zijn verplaatst, kan de oorspronkelijke bezitter die transactie niet zelfstandig terugdraaien.
Dat betekent niet dat er juridisch geen terugbetalingsverplichting kan bestaan.
Het betekent wel dat afdwingen en daadwerkelijk terugkrijgen twee verschillende zaken zijn.
Hof baseert beslissing niet alleen op crypto
Het zou te simpel zijn om van de uitspraak een verhaal te maken over rechters die bitcoin blokkeren omdat crypto makkelijk kan verdwijnen.
De beslissing rust op meerdere omstandigheden tegelijk.
De voorlopige hechtenis veranderde het belang van de vrouw.
Haar financiële positie vergroot volgens het hof het terugbetalingsrisico.
En wanneer de man eerst 3,22 BTC overdraagt en later het hoger beroep wint, bestaat een serieuze kans dat volledige teruggave lastig wordt.
De verplaatsbaarheid van cryptovaluta speelt binnen dat geheel mee.
Niet als enige reden.
Eigendom van de bitcoins is nog niet definitief beslist
Dat is misschien wel het belangrijkste punt van de uitspraak.
De man heeft de zaak niet gewonnen.
De vrouw heeft haar claim evenmin definitief verloren.
Het hof heeft alleen de tenuitvoerlegging van het vonnis van 8 juli geschorst.
Het inhoudelijke hoger beroep gaat verder.
Daar moet nog worden beoordeeld of de rechtbank terecht heeft bepaald dat de man de 3,22 bitcoin moet afgeven.
De bitcoins vormen daarbij vermogensbestanddelen waarvan de uiteindelijke gerechtigdheid nog ter discussie staat.
Dat ze via een
blockchain kunnen worden verplaatst, verandert niets aan die juridische vraag.
Hoofdzaak gaat in november verder
De procedure krijgt op 10 november 2026 een volgende stap.
Dan staat de zaak op de rol voor de memorie van grieven.
Daarin moet de man uiteenzetten waarom het oorspronkelijke vonnis volgens hem niet in stand kan blijven.
Ook de proceskosten van deze afzonderlijke schorsingsprocedure worden pas later beoordeeld.
Voorlopig blijft daardoor één ding vaststaan:
de 3,22 bitcoin hoeven niet te worden overgedragen zolang het hof zich nog over de hoofdzaak buigt.
Niet omdat al bewezen is dat de vrouw een aanslag op haar ex-partner voorbereidde.
Maar omdat die ernstige verdenking, haar detentie en het risico dat de bitcoins later niet kunnen worden teruggegeven de belangenafweging volledig hebben veranderd.