Een Nederlandse cryptobelegger kan een verlies van €60.871 op een vermeende handelsbot niet aftrekken in box 1. Gerechtshof Den Haag, de Belastingdienst en het dossier rond crypto-oplichting laten daarmee zien dat hoge rendementspraat geen fiscale bron van inkomen maakt.
De zaak draait om een investering in een crypto-handelsbot die later niet bleek te bestaan. De belegger probeerde het verlies in een herziene aangifte inkomstenbelasting over 2022 als kostenpost in box 1 op te voeren. De inspecteur weigerde dat, en het hof liet die correctie in stand.
De kern is hard: het hof zag geen objectieve voordeelsverwachting en geen voldoende verband met de onderneming. Daardoor bleef het verlies buiten box 1.
Een botbelofte is nog geen bron van inkomen
Voor box 1 is het label “crypto” niet doorslaggevend. De rechter kijkt eerst naar de fiscale basisvraag: is er een bron van inkomen?
Een bron van inkomen vraagt meer dan hoop op winst.
Er moet deelname aan het economische verkeer zijn.
De belegger moet voordeel willen behalen.
Dat voordeel moet ook objectief redelijk te verwachten zijn.
In
deze zaak ging het juist mis bij dat laatste punt. De belegger maakte volgens het hof niet aannemelijk dat redelijkerwijs voordeel te verwachten viel uit de handelsbot. Het feit dat iemand overtuigend overkomt of hoge rendementen belooft, is daarvoor niet genoeg.
Dat maakt de uitspraak relevant voor een brede groep crypto-investeerders. Trading bots, AI-bots en geautomatiseerde strategieën klinken vaak professioneel. Fiscaal telt vooral of de werking, documentatie en winstverwachting objectief te onderbouwen zijn.
Zakelijk netwerk maakt het nog geen ondernemingskosten
De belegger had een eenmanszaak en stelde dat de investering samenhing met zijn onderneming. Hij wilde kennis over crypto opdoen en die mogelijk gebruiken voor cursussen of activiteiten.
Het hof ging daar niet in mee. De investering was volgens de uitspraak niet voldoende toerekenbaar aan de onderneming. Ook maakte de belegger niet aannemelijk dat hij investeerde met middelen die tot het ondernemingsvermogen hoorden.
Dat is een belangrijke grens. Een ondernemer kan via zijn netwerk in crypto terechtkomen. Hij kan een opleiding volgen, een spreker uitnodigen of plannen hebben voor cursussen. Dat maakt een verlies nog niet automatisch zakelijk.
De Belastingdienst maakt ook bij crypto onderscheid tussen beleggen en activiteiten die verder gaan dan normaal vermogensbeheer. Gewone handel in crypto lijkt volgens de Belastingdienst op speculeren op koerswinst. Pas bij extra arbeid waarmee vaak extra inkomsten worden verdiend, kan box 1 in beeld komen.
Oplichting verandert de fiscale toets niet zomaar
De morele reflex is begrijpelijk. Iemand verliest geld door een vermeende bot die niet bestaat. Dan voelt aftrek als schadebeperking.
Fiscaal werkt het strenger. Slachtoffer zijn van
oplichting betekent niet automatisch dat het verlies aftrekbaar is van inkomen. De rechter kijkt naar de bronvraag en naar het zakelijk verband.
Dat is geen kleine nuance. Box 1 kent andere gevolgen dan box 3. In box 1 kunnen kosten en verliezen onder voorwaarden meetellen bij inkomen uit werk en woning. Box 3 gaat juist over vermogen, zoals sparen en beleggen.
Crypto’s vallen voor veel particuliere houders in de praktijk in box 3. De Belastingdienst geeft aan dat crypto’s niet altijd tot belastbaar inkomen leiden, maar wel moeten worden beoordeeld aan de hand van bezit, handel en omstandigheden.
Trading bots vragen bewijs, geen pitchdeck
De uitspraak raakt precies het zwakke punt van veel botverhalen. Het verkooppraatje klinkt technisch. De beloften zijn concreet. De controle is vaak mager.
Voor beleggers zijn de vragen simpel, maar ongemakkelijk. Bestaat de bot echt? Wie beheert de wallet of exchange-account? Is er een API-koppeling? Is er een controleerbaar handelslogboek? Waar staat het geld? Wie kan opnemen? Welke risico’s staan zwart op wit?
Zonder zulke basisinformatie blijft er vooral vertrouwen over. Vertrouwen kan sociaal sterk voelen, zeker via een zakelijk netwerk. Voor de rechter is het geen bewijs van objectieve voordeelsverwachting.
Dat onderscheid wordt belangrijker nu AI-bots en crypto-automatisering opnieuw in advertenties, groepen en betaalde communities opduiken. Een dashboard met maandrendementen zegt weinig als niemand de werking kan controleren.
Niet elk cryptoverlies wordt belastingvoordeel
Deze zaak zegt niet dat crypto nooit in box 1 kan vallen. Het zegt ook niet dat alle botactiviteiten fiscaal privé blijven. Bij intensieve, aantoonbare en winstgerichte activiteiten kan de uitkomst anders zijn.
De les is smaller en scherper. Een investering in een vermeende handelsbot wordt niet vanzelf een onderneming. Een verlies door oplichting wordt niet vanzelf een aftrekpost. Een crypto-cursusplan maakt een privé-investering niet automatisch zakelijk.
Voor Nederlandse cryptobeleggers telt daarom bewijs vóórdat het misgaat. Contracten, betalingsroutes, ondernemingsbesluiten, technische documentatie, handelsdata en zakelijke onderbouwing kunnen later het verschil maken.
In deze zaak ontbrak die basis. Het gevolg is kaal: €60.871 verlies, geen box 1-aftrek en geen fiscale reddingsboei na een bot die nooit bot bleek te zijn.