Een staatsobligatie op nieuwe rails is nog geen markt. De Bank of England, HM Treasury en HSBC raken nu precies de pijnlijke vraag: welk geld beweegt ernaast?
Het Verenigd Koninkrijk wil uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 zijn eerste digitale staatsobligatie uitgeven. Het project heet DIGIT en moet draaien op HSBC Orion.
Op papier is dat een primeur. Het
VK wil de eerste G7-economie worden die overheidsschuld als digitaal effect op DLT plaatst.
DLT is de bredere techniek achter een
blockchain. Transacties worden vastgelegd op een gedeeld register, zonder één klassieke administratie als enige waarheid.
Maar de obligatie zelf is niet het moeilijkste deel. De geldkant is dat wel.
DIGIT krijgt een echte datum
HM Treasury schrijft in een
officiële update dat de eerste DIGIT-transactie uiterlijk in Q1 2027 moet plaatsvinden.
De uitgifte loopt via HSBC Orion, de digitale effectenbewaarplaats van HSBC. Die werkt binnen de Digital Securities Sandbox van de Bank of England en de Financial Conduct Authority.
Die sandbox is geen vrijblijvende speeltuin. Het is een live regelomgeving waarin nieuwe systemen voor uitgifte, handel en afwikkeling worden getest.
HSBC kreeg op 13 juli Gate 2-goedkeuring. Daarmee werd de bank volgens de
Bank of England de eerste partij die in de sandbox live digitale bewaardiensten mag leveren.
Dat is een stevige stap. Maar nog geen eindpunt.
De obligatie is niet het knelpunt
Een digitaal effect uitgeven kan al. Banken, beurzen en overheden hebben de techniek vaak genoeg getest.
De harde vraag komt daarna. Hoe wordt de betaling afgehandeld?
Bij een normale obligatietransactie wisselen effect en geld van eigenaar. In een volwassen markt moet dat snel, veilig en juridisch strak gebeuren.
Bij DIGIT kan het effect digitaal bestaan. Maar als de geldkant via oude routes, losse koppelingen of tijdelijke oplossingen loopt, blijft de winst beperkt.
Dan verandert vooral de verpakking. Niet de marktwerking.
Tokenised money wordt de ontbrekende laag
Andrew Bailey zei in zijn
Mansion House-speech dat de Bank of England met banken werkt aan tokenised money.
Dat betekent: bankdeposito’s worden als digitale tokens bruikbaar op tokenised ledgers. Daardoor kunnen betalingen programmeerbaar worden.
Programmeerbare betalingen zijn betalingen die pas lopen wanneer voorwaarden zijn gehaald. Denk aan levering, identificatie of een gelijktijdige overdracht van een effect.
De echte test is niet of een staatsobligatie digitaal kan bestaan. De test is welk geld tegelijk mag bewegen.
Daarom kijkt de Bank of England ook naar centralebankgeld. In mei zei Sarah Breeden dat de bank een lage risicobereidheid heeft voor een grote verschuiving weg van afwikkeling in centralebankgeld.
Dat is logisch. Centralebankgeld is de schoonste vorm van afwikkeling in financiële markten. Het haalt een groot deel van tegenpartijrisico uit de transactie.
Stablecoins zijn nog geen simpele oplossing
Sterling-stablecoins kunnen een rol krijgen. Bailey verwees naar voorgestelde regels voor systeemrelevante
stablecoins in Britse ponden.
Stablecoins zijn tokens die hun waarde proberen vast te houden tegenover een munt, zoals de dollar of het pond.
Toch zijn ze niet automatisch gelijk aan bankgeld of centralebankgeld. Juridische rechten, dekking, toezicht en finaliteit moeten kloppen.
Finaliteit betekent dat een betaling niet zomaar kan worden teruggedraaid. Zonder dat vertrouwen blijven grote partijen terughoudend.
Voor staatsobligaties is dat geen detail. Pensioenfondsen, banken en marketmakers willen geen mooi experiment, maar zekerheid bij grote bedragen.
Onderpand maakt DIGIT serieuzer
De Bank of England wil met HM Treasury werken aan de vraag of DIGIT als onderpand kan worden gebruikt in eigen marktoperaties.
Dat maakt het project groter dan een proefuitgifte. Onderpand bepaalt of een activum nuttig is in repo, leningen en stressmomenten.
Repo is kortlopende financiering waarbij partijen geld lenen tegen onderpand. In de obligatiemarkt is dat de motor onder veel dagelijkse handel.
Als een digitale gilt niet als bruikbaar onderpand werkt, blijft de markt smal. Als dat wel lukt, wordt de digitale vorm ineens veel belangrijker.
Dan gaat het niet meer om een certificaat op een nieuw systeem. Dan gaat het om inzetbaarheid in de geldmachine van de markt.
HSBC en LSEG moeten fragmentatie beperken
HM Treasury meldt ook dat HSBC en LSEG een koppeling willen bouwen tussen hun digitale bewaarplatformen.
Het doel is simpel. Beleggers moeten DIGIT via meerdere routes kunnen aanhouden, zonder dat de markt in kleine eilandjes uiteenvalt.
Daarnaast werkt de overheid aan een mogelijke notering op de hoofdmarkt van de London Stock Exchange.
Ook dat is belangrijk voor bereik. Een digitaal effect dat alleen in één gesloten kring leeft, verandert weinig.
Toch lossen deze stappen de geldvraag niet alleen op. Ze maken de effectenlaag beter bereikbaar. De betaalzijde moet nog dezelfde kwaliteit krijgen.
De les voor tokenisatie
DIGIT laat zien waar tokenisatie nu vastloopt. Niet bij de vraag of een obligatie digitaal kan worden uitgegeven.
De vraag is of geld, onderpand, handel en afwikkeling tegelijk mee kunnen.
Zonder onchain cash blijft tokenisatie half werk. Een effect kan dan digitaal zijn, terwijl de transactie nog leunt op oudere rails.
Voor crypto en real-world assets is dat een harde les. De markt praat graag over digitale obligaties, fondsen en vastgoedtokens. Maar zonder betrouwbare betaalmiddelen ontstaat geen diepe handel.
Het Britse project is daarom juist interessant omdat het de zwakke plek blootlegt. Niet de code beslist de volgende fase. Het geld ernaast doet dat.