Ethereum heeft de schaalvraag niet meer als verre belofte op de kaart staan, maar als uitgevoerd protocolpad. Pectra werd op 7 mei 2025 geactiveerd en verdubbelde de blob-throughput. Fusaka ging op 3 december 2025 live, bracht PeerDAS naar mainnet en voegde BPO-forks toe om blobcapaciteit daarna stapsgewijs verder te verhogen.
Dat is geen kleine technische voetnoot.
Ethereum zegt zelf al langer dat rollups vandaag grofweg 5 tot 20 keer goedkoper zijn dan L1, en dat historisch meer dan 90% van de kosten op rollups uit data-opslag kwam.
Blobs zijn juist ingevoerd om die datakosten omlaag te trekken. Fusaka voegt daar volgens ethereum.org theoretisch tot 8 keer meer blobruimte aan toe, terwijl BPO-forks blobparameters tussen grote upgrades verder kunnen opschroeven.
Daarmee is ook duidelijk welke richting Ethereum kiest. Niet terug naar een model waarin alle gebruikers rechtstreeks dure L1-blokken vullen, maar naar een architectuur waarin rollups transacties buiten L1 verwerken en gecomprimeerde data onchain posten voor veiligheid en afwikkeling. Dat is geen bijeffect van het ontwerp. Het ís het ontwerp.
De economische vraag begint pas nu
Juist daar begint de lastigste beleggersvraag. Sinds EIP-1559 wordt de execution base fee verbrand. En ook bij blobtransacties wordt de blob fee volgens EIP-4844 door het protocol verbrand. Het simpele verhaal dat goedkope L2-activiteit per definitie “minder waarde voor
ETH” betekent, is dus te kort door de bocht. Ethereum houdt ook in het rollupmodel een directe fee-relatie met netwerkgebruik.
Maar dat neemt de spanning niet weg. Ethereum zegt op zijn eigen Fusaka-pagina expliciet dat de upgrade L1-gasfees niet rechtstreeks verlaagt en vooral bedoeld is om meer blobruimte voor rollupdata te creëren, dus lagere kosten op L2.
Als steeds meer gebruikersactiviteit tegen lagere kosten via blobs en offchain-executie loopt, kan Ethereum technisch belangrijker worden terwijl de economische schaarste per gebruiker daalt. Dat is geen vaststaand verdict, maar wel de kern van het waardedebat.
Veiligheidslaag sterker, marges hogerop
Wat waarschijnlijk wel verschuift, is waar de commerciële premium in de stack landt. Rollups verwerken transacties buiten L1 en posten alleen batches of samengevatte data terug naar Ethereum.
In zo’n model ligt het voor de hand dat wallets, sequencers, distributie, merkwaarde en een groot deel van de eindgebruikersrelatie vaker op L2- en applicatieniveau terechtkomen. Dat is een gevolgtrekking uit de architectuur, geen letterlijke protocolbelofte, maar wel een logische.
De Ethereum Foundation stuurt daar zelf ook op. In de Protocol Priorities Update voor 2026 zette de Foundation zijn werk neer rond Scale L1, Scale Blobs en Improve UX.
Een maand later schreef de Foundation dat zij nauwer met L2-teams wil werken, de relatie tussen L1 en L2 wil verduidelijken en de waardepropositie van het Ethereum-ecosysteem scherper wil maken. Dat klinkt niet als een terugkeer naar “alles op L1”, maar als verdere uitbouw van een meerlagig model.
Europa zoekt precies zo’n basislaag
Dat maakt het verhaal ook buiten crypto relevant. De ECB bouwt met Pontes en Appia aan een Europese tokenized marktstructuur waarin centralebankgeld het anker moet blijven.
Pontes moet in het derde kwartaal van 2026 DLT-transacties kunnen afwikkelen in centralebankgeld. Appia kijkt breder naar een geïntegreerd ecosysteem met DLT, gedeelde standaarden, interoperabiliteit, concurrentie en veerkracht.
Dat betekent niet dat de ECB voor Ethereum kiest. Die koppeling maakt de ECB nergens. Maar de institutionele ontwerplijn is wel helder: veilige settlement, programmeerbare infrastructuur, standaardisatie en minder afhankelijkheid van buitenlandse rails. Dat zijn precies de eigenschappen waarbij een neutrale basislaag aantrekkelijk wordt, ook als die basislaag niet alle commerciële marge zelf opvangt.
Te vroeg om ETH nu al verliezer te noemen
Daar zit ook het eerlijke tegenargument. De Ethereum Foundation zegt zelf dat blobs vandaag nog maar ongeveer 30% vol zitten en dus nog veel groeiruimte hebben. De Foundation investeert bovendien in native rollups en sterkere, veiligere interoperabiliteit tussen L1 en L2. Met andere woorden: de schaalroute is nog niet “af”, en de economische gevolgen liggen ook nog niet vast.
Dat tegenargument is serieus. Meer L2-gebruik kan uiteindelijk juist meer blobvraag, meer settlementvraag en meer structurele ETH-utiliteit opleveren. Zeker omdat zowel execution fees als blob fees verbranden, hoeft een goedkoper Ethereum niet automatisch een economisch zwakker Ethereum te zijn. Alleen volgt daar ook niet automatisch uit dat de waarde-opbouw even sterk op L1 blijft plakken als in het oude, duurdere mainnetmodel.
De echte conclusie is lastiger dan “bullish door schaalbaarheid”
De makkelijke marktlezing is dat Ethereum eindelijk schaalt en dat dus vanzelf bullish is. De moeilijkere conclusie is interessanter. Ethereum lijkt hard op weg om een steeds betere publieke infrastructuurlaag voor onchain finance te worden: veilig, programmeerbaar, schaalbaar en institutioneel beter uitlegbaar. Maar publieke infrastructuur is niet automatisch hetzelfde als maximale waardevangst voor het activum dat eronder ligt.
Daarmee is de grote ETH-vraag veranderd. Niet langer of Ethereum de schaalrace technisch aankan. Dat antwoord wordt met Pectra, Fusaka en de verdere blobroute steeds duidelijker: ja. De open vraag is nu of ETH in dat nieuwe model ook de waarderace wint, of vooral de onmisbare nutslaag wordt waarop anderen de dikste marges bouwen.