BlackRock wil beleggers blootstelling aan
Bitcoin geven met een ingebouwde beschermingslaag. Alleen betekent de genoemde 10% niet dat een koper van het fonds nooit meer dan 10% kan verliezen.
Het voorgestelde iShares Bitcoin Managed Protection ETF, met ticker PBIT, werkt met meerdere overlappende optiestrategieën. Iedere laag begint op een ander moment en heeft zijn eigen beschermingspunt.
PBIT bouwt drie optiestrategieën naast elkaar
BlackRock beschrijft de structuur in het
voorlopige prospectus bij de SEC.
Het fonds wil doorgaans drie zogenoemde tranches tegelijk aanhouden. Dat zijn afzonderlijke pakketten met opties die op verschillende momenten beginnen en elkaar overlappen.
Iedere maand loopt normaal één tranche af en wordt een nieuwe toegevoegd.
PBIT koopt daarbij callopties die blootstelling geven aan
IBIT of een vergelijkbare bitcoinreferentie. Tegelijk verkoopt het andere callopties om een deel van de kosten te compenseren.
Dat tweede deel heeft een prijs.
Sterke stijgingen worden vanaf een bepaald niveau niet meer volledig meegedaan.
Waar die 10% vandaan komt
Bij een nieuwe tranche ligt de uitoefenprijs van de gekochte optie doorgaans rond 90% van de waarde van de bitcoinreferentie op dat moment.
BlackRock noemt dat de Tranche Protection Start Value.
Begint de referentie bijvoorbeeld op 100 en ligt dat beschermingspunt op 90, dan zit daar bij aanvang ongeveer 10% tussen.
Dat noemt het prospectus de Floor.
Maar die term verdient voorzichtigheid. Het gaat om een berekening voor één tranche op het moment dat die wordt opgebouwd, vóór kosten.
Het is geen belofte dat iedere PBIT-belegger maximaal 10% kan verliezen.
Wie later koopt, begint vanaf een andere prijs
Stel dat een tranche begint bij 100 met een beschermingspunt van 90.
Bitcoin stijgt daarna en dezelfde referentie staat op 110.
Het beschermingspunt van 90 ligt dan niet 10%, maar ongeveer 18,2% onder de nieuwe waarde.
Een belegger die pas rond dat hogere niveau instapt, heeft dus een heel andere afstand tot het oorspronkelijke beschermingspunt.
Dat voorbeeld berekent niet het daadwerkelijke rendement van PBIT.
Het laat wel zien waarom bescherming vanaf de start van een optiestructuur iets anders is dan bescherming vanaf de aankoopprijs van iedere belegger.
Drie tranches maken één vaste vloer onmogelijk
Daar komt de overlappende structuur nog bovenop.
De ene tranche kan zijn begonnen toen de bitcoinreferentie lager stond. Een andere kan later zijn geopend na een koersstijging of daling.
Iedere tranche kan daardoor een andere Floor en een andere bovengrens voor winstdeelname hebben.
BlackRock zegt daarom zelf dat het volledige fonds geen vaste Tranche Protection Start Value, Floor of Cap heeft.
De uiteindelijke bescherming verandert door de mix van alle posities die op dat moment in PBIT zitten.
Bescherming kost ook opwaarts rendement
PBIT probeert de opties gedeeltelijk te financieren door andere callopties te verkopen.
De uitoefenprijs van die verkochte opties vormt per tranche een bovengrens voor hoeveel van een sterke stijging kan worden meegenomen.
Dat is de ruil.
De belegger levert een deel van het opwaartse potentieel in om bescherming aan de onderkant te financieren.
Bij een sterke
Bitcoin-rally kan PBIT daardoor aanzienlijk achterblijven bij rechtstreekse bitcoinblootstelling of IBIT.
Rente helpt de opties financieren
Naast de opties houdt het fonds kortlopende rentegevende beleggingen aan.
Daar kunnen cash, geldmarktfondsen, kortlopende staatsleningen en andere kortlopende schuldinstrumenten onder vallen.
De rente-inkomsten moeten meehelpen de opties te betalen en kunnen verliezen gedeeltelijk dempen.
Maar ook die laag vormt geen garantie.
BlackRock waarschuwt dat de strategie anders kan uitpakken dan gepland en dat beleggers een deel of zelfs hun volledige investering kunnen verliezen.
Kosten maken de bescherming iets zwakker
Ook fondskosten zitten niet in de genoemde 10%.
Het prospectus zegt expliciet dat kosten de opwaartse deelname verminderen en de mogelijke verliezen vergroten.
Daarom is een Floor van ongeveer 10% bij de start van een tranche niet hetzelfde als een nettoresultaat van maximaal min 10%.
Hoe groot het verschil wordt, hangt mede af van de uiteindelijke kosten.
Die zijn nog niet volledig ingevuld in het voorlopige prospectus.
BlackRock kan de bescherming aanpassen
Zelfs de 90%-grens staat niet vast.
BlackRock geeft zichzelf ruimte om de Tranche Protection Start Value hoger of lager te zetten. Ook kan het fonds meer of minder dan drie tranches aanhouden en verschillende looptijden gebruiken.
Marktomstandigheden kunnen dus leiden tot een andere verhouding tussen bescherming en mogelijke winst.
Dat maakt PBIT geen mechanisch product waarbij iedere nieuwe euro automatisch dezelfde 90/10-verhouding krijgt.
De actuele posities tellen.
Aanvraag is nog geen beursintroductie
Ook de status van het fonds verdient een grens.
BlackRock heeft de registratie bij de SEC ingediend, maar het prospectus is voorlopig. De informatie kan nog worden gewijzigd voordat aandelen daadwerkelijk verkocht mogen worden.
PBIT is daarmee nog geen fonds dat beleggers vandaag op de beurs kunnen kopen.
Ook onderdelen zoals de definitieve beheervergoeding zijn nog niet ingevuld.
‘Beschermd’ vraagt drie extra vragen
Voor een toekomstige koper is daarom alleen het woord bescherming weinig waard.
Belangrijker is waar de actieve tranches hun beschermingspunten hebben liggen, hoeveel opwaarts rendement door de verkochte opties wordt begrensd en welke kosten daar nog vanaf gaan.
Vooral het instapmoment telt.
Een bescherming die werd opgebouwd toen de bitcoinreferentie op 100 stond, verandert niet automatisch mee wanneer een belegger zijn PBIT-aandelen pas koopt nadat die referentie naar 110 is gestegen.
Die 10% is dus een eigenschap van onderdelen van de strategie.
Niet een persoonlijke stop-loss die BlackRock onder iedere belegger legt.