Bitcoin-miners verdienen weer duidelijk meer dan tijdens het dieptepunt van juli. Tegelijk zijn de extreme bewegingen uit minerwallets afgenomen, waardoor één bron van mogelijke verkoopdruk minder agressief oogt.
Volgens CryptoQuant stegen de dagelijkse minerinkomsten van ongeveer 27 miljoen naar 48 miljoen dollar. Dat is een sprong van circa 78%, maar nog geen bewijs dat
miners massaal nieuwe Bitcoinreserves opbouwen.
Hogere Bitcoin-prijs geeft miners meer ruimte
De belangrijkste motor achter het herstel is simpel: de prijs van
Bitcoin ligt flink boven de niveaus van begin juli.
Miners ontvangen
BTC voor geproduceerde blokken en verdienen daarnaast transactiekosten. Wanneer dezelfde hoeveelheid geminede Bitcoin meer dollars waard is, stijgt hun omzet zonder dat daarvoor meer munten hoeven te worden geproduceerd.
CryptoQuant zag de dagelijkse opbrengsten herstellen van ongeveer 27 miljoen dollar tijdens de zwakke juliweken naar pieken rond 48 miljoen dollar.
Ook de transactiekosten trokken aan.
Het zevendaagse gemiddelde van de dagelijkse fees steeg volgens het rapport van ongeveer 195.000 naar 275.000 dollar.
Dat is een verbetering, maar de blokbeloning blijft veruit de grotere inkomstenbron.
78% meer omzet is niet 78% meer winst
Daar begint de nuance.
Een miner kan meer omzet draaien en tegelijk hoge kosten houden. Elektriciteit, financiering, personeel en apparatuur verdwijnen niet wanneer de Bitcoinprijs stijgt.
Ook de concurrentie tussen miners telt mee.
Wanneer meer rekenkracht terugkeert naar het netwerk, moeten miners opnieuw harder concurreren om dezelfde blokbeloningen. Een hogere omzet kan daardoor deels worden opgegeten door hogere operationele druk.
CryptoQuant meldde tegelijk een herstel van de totale hashrate.
Die steeg volgens het rapport van ongeveer 899 exahash per seconde eind juli naar circa 962 exahash per seconde.
Dat wijst erop dat rekenkracht die tijdens de zwakkere periode buiten gebruik stond, opnieuw economisch aantrekkelijk kan zijn geworden.
Extreme mineruitstroom droogt op
De tweede verandering zit in de wallets.
Sinds 21 augustus registreerde CryptoQuant volgens het rapport geen nieuwe extreme uitstroomgebeurtenissen bij adressen die aan miners worden gekoppeld.
De grotere recente dagelijkse uitstromen lagen rond 12.000 BTC. Dat valt volgens de gebruikte maatstaf binnen een normalere bandbreedte.
Dat verschilt van de spanningsperiode eerder dit jaar, toen veel grotere bewegingen zichtbaar waren.
Voor de markt is dat relevant omdat miners één van de natuurlijke bronnen van nieuw Bitcoin-aanbod zijn.
Ze ontvangen voortdurend nieuwe BTC en moeten een deel daarvan vaak omzetten in dollars om rekeningen te betalen.
Minder uitstroom betekent niet automatisch minder verkoop
Hier gaat de snelle conclusie vaak mis.
Bitcoin die een mineradres verlaat, is niet automatisch op een exchange verkocht.
De munten kunnen naar een andere eigen
wallet gaan. Ze kunnen ook bij een bewaardienst terechtkomen, naar een financiële tegenpartij worden gestuurd of intern worden verplaatst.
On-chain data ziet de transactie.
Het ziet niet altijd de volledige economische reden erachter.
Daarom is “miners verkopen niet meer” te hard.
Wat de data wel ondersteunt, is dat de uitzonderlijk zware uitstroom uit de onderzochte wallets is afgenomen.
Grotere minerbalansen stoppen voorlopig met dalen
CryptoQuant keek daarnaast naar moderne mineradressen met tussen 100 en 1.000 BTC.
Hun gezamenlijke voorraad daalde eerder van ongeveer 64.000 BTC eind 2025 naar circa 51.000 BTC begin september.
Daarna stabiliseerde het saldo.
Dat is voor de markt interessanter dan één losse wallettransactie.
Een voortdurend dalende gezamenlijke balans kan passen bij aanhoudende afbouw. Een vlakke lijn suggereert dat die druk niet verder oploopt.
Maar ook hier ontbreekt nog één stap.
De saldi stijgen niet overtuigend genoeg om van een brede nieuwe accumulatiefase te spreken.
Miners hoeven minder snel hun reserves aan te spreken
Dat is voorlopig de sterkste conclusie uit de cijfers.
Wanneer dagelijkse inkomsten verbeteren, kunnen miners een groter deel van hun kosten uit nieuwe opbrengsten betalen.
Dan hoeft minder snel oudere BTC van de balans te worden gehaald.
Voor Bitcoin kan dat het beschikbare aanbod aan de verkoopkant verminderen.
Niet omdat miners ineens kopers worden, maar omdat ze mogelijk minder gedwongen verkopers zijn.
Dat verschil is belangrijk.
Een miner die stopt met verkopen voegt geen nieuwe vraag toe. Hij haalt alleen een potentiële verkoper uit de markt.
Hashprice bevestigt dat de druk afnam
Ook hashprice verbeterde tijdens het herstel.
Deze maat schat hoeveel omzet een miner per hoeveelheid rekenkracht kan verdienen. Hoe hoger de hashprice, hoe aantrekkelijker dezelfde miningcapaciteit economisch wordt.
De maat liep tijdens het herstel kort op tot boven 40 dollar per petahash per seconde per dag.
Dat was het hoogste niveau sinds januari.
Voor individuele miningbedrijven blijft het resultaat verschillend. Een speler met goedkope stroom en nieuwe machines kan bij dezelfde hashprice winstgevend zijn, terwijl een concurrent met oudere apparatuur nog steeds moeite heeft.
Het gemiddelde zegt dus vooral iets over de sector als geheel.
Een nieuwe koersdaling kan het beeld snel omdraaien
De verbetering blijft sterk afhankelijk van de Bitcoinprijs.
Daalt BTC fors terwijl de miningmoeilijkheid hoog blijft, dan zakt de dollarwaarde van de blokbeloningen direct mee.
Miners met dunne marges kunnen dan opnieuw reserves moeten aanspreken.
Ook extra concurrentie kan drukken.
Meer rekenkracht op de
blockchain betekent dat dezelfde vaste blokbeloning over een zwaardere concurrentiestrijd wordt verdeeld.
De huidige cijfers laten daarom geen definitief einde van minerdruk zien.
Ze tonen vooral dat de noodzaak om agressief te verkopen kleiner is geworden.
De volgende echte test is accumulatie
Voorlopig zijn er drie duidelijke signalen.
De omzet is hersteld. Extreme walletuitstroom is afgenomen. En de grotere onderzochte minerbalansen lijken niet verder leeg te lopen.
Wat nog ontbreekt, is een langdurige stijging van die reserves.
Pas wanneer minerbalansen wekenlang omhoog bewegen terwijl de inkomsten sterk blijven, wordt het verhaal harder.
Tot die tijd is “minder verkoopdruk” de juiste formulering.
Niet “miners kopen weer”.