Bitcoin heeft donderdagmiddag een scherpe daling richting $80.000 grotendeels teruggedraaid. Om 17.04 uur Nederlandse tijd noteerde
BTC $81.872, terwijl ether met een etmaalverlies van 1,13% achterbleef.
De draai volgde op twee dagen met nieuwe Amerikaanse CPI- en PPI-cijfers. Tegelijk lieten de Amerikaanse spotfondsen een dag eerder stevige netto-uitstroom zien.
Bitcoin wint ruim $1.700 terug
In een eerdere CoinGecko-meting van 15.52 uur stond
Bitcoin nog rond $80.166. Om 17.04 uur was dat $81.872.
Dat is een herstel van $1.706 in 72 minuten, goed voor ongeveer 2,1%.
| Cryptomunt | Koers om 17.04 uur | Verandering in 24 uur |
| Bitcoin | $81.872 | +0,06% |
| Ether | $2.404,69 | −1,13% |
Door het herstel was het 24-uursverlies van bitcoin vrijwel volledig verdwenen.
Ether blijft achter bij BTC
Bij
Ethereum ging het herstel minder ver.
Ether noteerde $2.404,69 en stond daarmee nog 1,13% lager dan een etmaal eerder.
Dat verschil laat opnieuw zien dat BTC relatief sterker handelt dan ETH. Bitcoin stond in de latere meting vrijwel vlak tegenover 24 uur eerder, terwijl ether nog duidelijk rood noteerde.
Een 24-uurspercentage beweegt wel voortdurend mee.
Crypto kent geen vaste dagelijkse beursopening. Het vergelijkingspunt van 24 uur eerder schuift daarom iedere minuut door.
Amerikaanse consumentenprijzen lopen op
De markt kreeg woensdag eerst het Amerikaanse consumentenprijsrapport.
Het
Bureau of Labor Statistics meldde dat de CPI in september met 0,6% steeg tegenover augustus.
Op jaarbasis liep de inflatie op naar 3,7%. Een maand eerder stond die op 3,4%.
Voor financiële markten telt dat omdat hardnekkige inflatie de ruimte voor lagere Amerikaanse beleidsrentes kan verkleinen.
Lagere renteverwachtingen kunnen risicovolle beleggingen aantrekkelijker maken. Hogere of langer hoog blijvende rentes kunnen juist het tegenovergestelde doen.
Producentenprijzen stijgen 1,3% in één maand
Donderdag om 14.30 uur Nederlandse tijd volgde het tweede rapport.
De Amerikaanse
producentenprijzen stegen in september met 1,3% tegenover een maand eerder.
Op jaarbasis kwam de stijging uit op 6,3%.
De maandstijging was volgens het BLS de grootste sinds maart 2022.
Bitcoin zakte later op de middag richting $80.000, maar draaide vervolgens weer omhoog.
De timing maakt de inflatiedata relevant voor de handelsdag. Zij bewijst niet hoeveel van iedere BTC-beweging rechtstreeks door CPI of PPI werd veroorzaakt.
ETF’s verloren eerder $261 miljoen
Ook vanuit Amerikaanse spotfondsen kwam geen sterk vraagsignaal.
Volgens
Farside stroomde op 14 oktober netto $261,4 miljoen uit de Amerikaanse bitcoinfondsen.
Bij de
etherfondsen ging het om een netto-uitstroom van $129,5 miljoen.
Voor bitcoin kwam het grootste negatieve bedrag die dag van FBTC, met $152,7 miljoen uitstroom. IBIT verloor $110,9 miljoen.
ETF-stromen worden per handelsdag gemeten en lopen niet één-op-één gelijk met cryptokoersen die 24 uur per dag bewegen.
De cijfers tonen dus zwakke fondsinstroom, maar bewijzen niet dat die uitstroom de middagdaling veroorzaakte.
Middagbeeld draaide binnen enkele uren
Juist de snelheid van de beweging valt donderdag op.
Rond $80.000 zag bitcoin er halverwege de middag nog aanzienlijk zwakker uit. Ruim een uur later was het grootste deel van dat verlies verdwenen.
Voor handelaren verandert daarmee ook de vraag.
Niet alleen $80.000 als ondergrens telt, maar ook of bitcoin de zone rond $82.000 opnieuw kan vasthouden nadat twee stevige Amerikaanse inflatierapporten zijn verwerkt.
Ether heeft diezelfde inhaalslag nog niet gemaakt.