Bitcoin-houders die hun munten al maanden vasthouden, beginnen duidelijker winst te verzilveren. Toch ligt hun gerealiseerde winstmarge met ongeveer 72% nog ver onder de circa 350% die eind 2024 werd bereikt.
Tegelijk verdwijnen bitcoins van handelsplatforms en is een deel van de hefboom uit de derivatenmarkt gelopen. Dat remt het verhaal van een naderende grote verkoopgolf, maar bewijst nog niet dat kopers de volgende lading winstnemingen probleemloos opnemen.
Long-term holders realiseren ongeveer 72% winst
CryptoQuant-contributor Darkfost keek naar het gedrag van long-term holders, oftewel LTH's.
CryptoQuant rekent bitcoins die langer dan 155 dagen niet zijn uitgegeven doorgaans tot deze groep. De gedachte daarachter is dat zulke bezitters gemiddeld minder snel reageren op dagelijkse koersbewegingen.
De huidige data laat zien dat munten die deze groep wél uitgeeft, gemiddeld tegen een veel hogere waarde bewegen dan hun oorspronkelijke kostprijs.
Darkfost zet de gerealiseerde winstmarge rond 72%.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat long-term holders 72% van hun
Bitcoin hebben verkocht.
De 72% zegt iets over de winst op de munten die daadwerkelijk in beweging komen. Het zegt niet welk deel van de totale voorraad long-term holders van de hand doen.
Dat onderscheid is belangrijk voordat het cijfer als enorme verkoopgolf wordt gelezen.
Eind 2024 lag gerealiseerde winst rond 350%
De vergelijking met december 2024 maakt het huidige niveau interessanter.
Toen liep dezelfde gerealiseerde winstmarge volgens Darkfost richting 350%.
Long-term holders die munten uitgaven, deden dat toen dus tegen veel grotere winsten ten opzichte van hun eerdere kostprijs.
De huidige 72% ligt daar ver onder.
Darkfost omschrijft het huidige gedrag daarom als relatief gematigde winstneming en niet als agressieve distributie.
Dat is zijn interpretatie van historische data, geen garantie dat houders bij een volgende koerssprong niet alsnog veel meer
BTC gaan bewegen.
Hogere winst geeft wel meer reden om te verkopen
De richting verdient daarom aandacht.
Hoe verder Bitcoin boven de aankoopprijs van oude coins stijgt, hoe groter de financiële prikkel wordt om winst vast te zetten.
Dat betekent niet dat iedere oude wallet automatisch verkoopt.
Maar een groter deel van de voorraad komt in een positie waarin verkopen zeer winstgevend is.
Voor de
koers wordt vervolgens vooral belangrijk hoeveel nieuwe vraag tegenover dat aanbod verschijnt.
Winstneming zelf hoeft een stijging niet te stoppen.
Winstneming zonder voldoende kopers kan dat wel.
Bitcoin staat weer rond $84.000
De
analyse verschijnt nadat Bitcoin in korte tijd stevig is hersteld.
BTC steeg van ongeveer $75.000 halverwege september naar meer dan $86.000 deze week.
Bij de laatste marktmeting noteerde de munt rond $83.800 tot $84.000.
Daarmee staat een groot deel van de recent verplaatste voorraad opnieuw in winst.
De koers is alleen ook teruggevallen vanaf de zone boven $86.000.
Juist tijdens zo'n afkoeling wordt zichtbaar of oude houders hun winstneming opvoeren of wachten op hogere prijzen.
Exchanges verliezen netto bitcoins
Een tweede CryptoQuant-analyse kijkt daarom naar de handelsplatforms.
Tussen 17 en 23 september werd per saldo ongeveer 12.153 BTC van exchanges weggehaald.
De totale exchange reserve daalde in die periode met ongeveer 1,03%.
CryptoQuant definieert zijn Exchange Reserve als de hoeveelheid bitcoin in wallets die het bedrijf aan gecentraliseerde exchanges toeschrijft.
Dalende reserves betekenen dat minder BTC direct binnen zulke platforms aanwezig is.
Dat kan potentiële verkoopvoorraad verminderen.
Maar ook hier is de simpele conclusie gevaarlijk.
Opname van exchange is geen gegarandeerde accumulatie
Bitcoin kan om veel redenen van een
exchange verdwijnen.
Een belegger kan munten naar eigen opslag sturen.
Een institutionele partij kan een andere custodian gebruiken.
Een handelsplatform kan wallets herschikken.
Ook veranderingen in adreslabels kunnen de dataset later nog iets aanpassen. CryptoQuant waarschuwt zelf dat historische exchange-flowgegevens kunnen veranderen wanneer nieuwe exchangeadressen worden geïdentificeerd.
Daarom is een dalende reserve ondersteunend bewijs, geen automatische koopindicatie.
Eén dag leverde 19.105 BTC uitstroom op
De beweging was bovendien niet iedere dag even sterk.
Op 22 september registreerde de aangehaalde CryptoQuant-analyse ongeveer 19.105 BTC aan uitstroom.
Dat is meer dan de netto-uitstroom over de volledige periode van 17 tot 23 september.
Er waren dus ook dagen waarop bitcoins terug richting exchanges bewogen.
De relevante ontwikkeling is het nettoresultaat: over de onderzochte periode verdween per saldo BTC van handelsplatforms.
Dat oogt minder dreigend dan een situatie waarin winstnemende long-term holders hun munten juist massaal naar exchanges sturen.
Ook derivatenmarkt koelt af
Een derde signaal komt van futures.
Het Bitcoin-open interest daalde volgens de analyse ongeveer 10,4% ten opzichte van 21 september.
Open interest meet hoeveel derivatenposities nog openstaan.
Een daling kan betekenen dat contracten worden gesloten en een deel van de opgebouwde hefboom verdwijnt.
CryptoQuant beschrijft open interest zelf als het aantal nog openstaande long- en shortposities op derivatenbeurzen.
Minder open interest kan de markt minder gevoelig maken voor grote ketens van gedwongen liquidaties.
Daling van 10,4% is niet puur deleveraging
Ook dat cijfer heeft een belangrijke beperking.
Veel open-interestmetingen worden in dollars weergegeven.
Wanneer Bitcoin zelf in
prijs daalt, kan de dollarwaarde van dezelfde hoeveelheid contracten eveneens afnemen.
Daarom kan niet de volledige daling van 10,4% worden toegeschreven aan traders die daadwerkelijk posities hebben gesloten.
De richting wijst wel op afkoeling.
Maar “10,4% van de leverage is verdwenen” zou te stellig zijn.
Funding zakt naar ongeveer 0,00570%
Ook de funding is rustiger geworden.
De aangehaalde gemiddelde fundingrate daalde op 24 september voorlopig naar ongeveer 0,00570%.
Funding is de periodieke betaling tussen long- en shortposities bij perpetual futures.
Een zeer hoge positieve funding kan betekenen dat veel traders bereid zijn stevig te betalen om long te blijven.
Een lagere positieve waarde wijst op minder agressieve positionering aan die kant.
Een afzonderlijke CryptoQuant-analyse zag op Binance op 23 september zelfs funding rond 0,001%, dicht bij neutraal.
Dat verkleint vooralsnog het beeld van een herstel dat uitsluitend door opgejaagde leveraged longs wordt gedragen.
Minder hefboom maakt koersstijging nog niet vanzelf gezond
Hier gaat de analyse snel te ver als de cijfers worden opgeteld tot één automatisch positief signaal.
Lagere exchange reserves zijn geen bewezen accumulatie.
Dalend open interest is geen garantie dat verkopers klaar zijn.
Rustige funding zegt niet dat de spotvraag sterk is.
CryptoQuant-contributor CoinNiel noemt juist dat laatste de ontbrekende bevestiging: er moet aanhoudende koopvraag op de spotmarkt zichtbaar blijven voordat het herstel sterker kan worden bevestigd.
Dat is uiteindelijk waar de winstnemingen van long-term holders moeten worden opgevangen.
Een andere CryptoQuant-meting ziet kopers terugkomen
Er zijn daar wel aanwijzingen voor.
CryptoQuant-contributor Facundo Fama meldde dat Bitcoin op 21 september voor het eerst dit jaar boven een AVWAP sloot die is verankerd aan de vierde Bitcoin-halving.
AVWAP staat voor Anchored Volume Weighted Average Price.
De indicator meet de gemiddelde handelsprijs vanaf één gekozen moment, waarbij perioden met meer volume zwaarder meetellen.
Fama interpreteert de doorbraak als een teken dat kopers sinds die halving opnieuw meer controle hebben gekregen. Zijn
CryptoQuant-analyse wijst daarnaast op ongeveer 1,3 miljoen BTC in de Fund Holdings-metriek.
Dat is een afzonderlijke analyse en geen bevestiging van Darkfosts conclusie.
15 miljoen BTC staat volgens analyse in winst
Fama ziet nog een flinke verschuiving.
De hoeveelheid bitcoins die volgens zijn meting in winst staat, steeg in drie maanden van ongeveer 9 miljoen naar 15 miljoen BTC.
Dat helpt verklaren waarom winstneming nu vanzelf belangrijker wordt.
Hoe meer munten boven hun kostprijs staan, hoe groter de groep bezitters die zonder verlies kan uitstappen.
Maar hetzelfde cijfer kan twee kanten op werken.
Veel winstgevende houders kunnen vertrouwen houden en blijven zitten.
Of ze kunnen besluiten dat de recente stijging voldoende is geweest.
De blockchain vertelt pas achteraf welke keuze daadwerkelijk wordt gemaakt.
Oude munten verdienen nu meer aandacht dan de 72% zelf
Daarom is voor de komende weken niet alleen het actuele winstpercentage interessant.
Belangrijker wordt het volume aan oude BTC dat daadwerkelijk begint te bewegen.
Stijgt de gerealiseerde winstmarge richting eerdere extremen én beginnen grote hoeveelheden long-term-holdercoins naar exchanges te lopen, dan wordt het verkooprisico zwaarder.
Blijven exchange reserves dalen terwijl winstneming beheerst blijft, dan krijgt nieuw aanbod juist minder makkelijk toegang tot de spotmarkt.
Die combinatie vertelt meer dan één losse LTH-metriek.
Van $75.000 naar $86.000 maakt winstnemen logisch
Na de recente koerssprong is winstneming op zichzelf ook geen vreemd signaal.
Bitcoin steeg in enkele dagen met meer dan 10%.
Long-term holders die veel lager hebben gekocht, zien daarmee hun papieren winst verder oplopen.
Een deel daarvan vastzetten hoort bij een liquide markt.
Pas wanneer het aanbod sneller groeit dan de vraag, verandert winstneming in serieuze koersdruk.
Daar is in de huidige data nog geen harde bevestiging voor.
De verkoopgolf moet nog bewezen worden
De on-chain cijfers tonen dus geen markt waarin oude houders stilzitten.
Ze nemen winst.
Maar de omvang van die winstneming ligt volgens Darkfost nog ver onder de extremere fase van december 2024.
Tegelijk daalt de hoeveelheid BTC op exchanges en is de derivatenpositionering afgekoeld.
Dat maakt een onmiddellijke grote verkoopgolf minder vanzelfsprekend dan het cijfer van 72% op het eerste gezicht doet vermoeden.
De volgende test komt wanneer Bitcoin opnieuw hogere prijzen opzoekt.
Dan moet blijken of long-term holders tevreden blijven met 72% gerealiseerde winst, of dat steeds meer oude munten alsnog richting de markt beginnen te bewegen.