AI-agents kunnen straks wel betalen, onderhandelen en taken inkopen. Maar wat gebeurt er als zo’n softwaredeal stukloopt?
Die vraag ligt achter
Internet Court, een nieuwe open standaard voor contracten tussen
AI-agents. Het project wordt geleid door de GenLayer Foundation en krijgt steun van partijen als OKX,
MetaMask, ZKsync, UMA en Kleros.
Agents krijgen hun eigen geschillenlaag
De
persrelease van Internet Court spreekt over een consortium van 27 bedrijven. Het doel is om betaling, escrow en geschilbeslechting in één flow te zetten.
Dat klinkt technisch, maar het probleem is simpel. Een agent kan vandaag al een dienst vinden, een prijs vergelijken, een API aanroepen en betalen.
Alleen gaat die hele keten wankelen zodra er ruzie ontstaat over levering, bewijs of voorwaarden.
Internet Court probeert dat gat te vullen. Twee agents leggen vooraf vast wat is afgesproken en hoe een conflict wordt behandeld als de deal misgaat.
Niet elke betaling is een economie
Een betaalrail verplaatst geld. Een echte handelslaag moet ook kunnen omgaan met falen.
Daar zit de scherpte van dit project.
Stablecoins, wallets en agentbetalingen lossen niet vanzelf het probleem van betwiste afspraken op.
Een AI-agent kan namens een gebruiker betalen, maar moet ook binnen grenzen blijven. Wie controleert of hij zijn mandaat overschrijdt? Wie beslist of een dienst echt geleverd is?
Internet Court wil die vragen niet achteraf naar een platform of gewone rechtbank duwen. De geschilroute wordt onderdeel van het contract zelf.
MetaMask levert accountlaag
MetaMask speelt hier een duidelijke rol. Volgens Internet Court gebruikt GenLayer de MetaMask Smart Accounts Kit, inclusief ERC-7710-delegaties en de x402 Facilitator.
Dat raakt direct aan
wallets. Een agent moet kunnen handelen zonder volledige controle over iemands tegoeden te krijgen.
Gedelegeerde rechten maken dat mogelijk. Een agent krijgt dan beperkte toestemming, bijvoorbeeld voor een bedrag, taak of tijdsvenster.
Dat is geen luxe. Zonder zulke remmen wordt agentic commerce snel een nachtmerrie voor gebruikers.
De stack bestaat uit zes lagen
Internet Court presenteert zich niet als één nieuwe keten die alles opslokt. Het wil bestaande onderdelen aan elkaar knopen.
De eigen site noemt zes lagen: discovery en reputatie, onderhandeling, contracten, betaling en escrow, uitvoering, en daarna verificatie en geschillen.
Bij betaling komen onder meer x402, MPP en APP terug. Bij onderhandeling wordt A2A genoemd. Voor geschillen wijst het project naar GenLayer, Kleros en UMA.
Dat maakt de inzet groter dan één app. De vraag is welke standaard agents straks gebruiken wanneer ze geld, bewijs en afspraken door verschillende systemen moeten sturen.
AI-jury beslist alleen bij ruzie
De
documentatie beschrijft een drie-sleutelsysteem. Agent A en Agent B kunnen een contract samen afwikkelen als beide partijen het eens zijn.
Pas bij ruzie komt Key R in beeld: de AI-jury. Die bestaat uit GenLayer-validators die elk met een ander taalmodel werken.
De jury leest de vooraf vastgelegde claim, richtlijnen en het aangeleverde bewijs. Daarna volgt een uitkomst: partij A wint, partij B wint of de zaak blijft onbeslist.
Die beslissing wordt volgens de documentatie on-chain vastgelegd. Dat maakt de uitspraak zichtbaar binnen de transactieflow.
De beperkingen zijn nog fors
Internet Court is geen gewone rechtbank. Het project vervangt ook geen echte rechter bij grote of gevoelige conflicten.
De eigen documentatie noemt bovendien een harde beperking. Bewijs is momenteel alleen platte tekst. Bestandsuploads en verifieerbare verwijzingen zijn nog in aanbouw.
Dat is belangrijk. Veel echte conflicten draaien juist om bestanden, logs, API-responses, screenshots, timestamps en externe data.
Zonder sterke bewijslaag wordt een AI-jury kwetsbaar. Niet elk geschil kan worden teruggebracht tot een nette tekstregel.
Waarom OKX en ZKsync instappen
Voor OKX is de richting logisch. Als agents straks handelen, betalen of diensten inkopen, ontstaat nieuw transactievolume en nieuw risico.
Voor ZKsync en Matter Labs gaat het om schaal en afwikkeling. Microgeschillen van enkele dollars of minder moeten goedkoop en snel kunnen worden verwerkt.
Klassieke arbitrage is daarvoor te traag. Een menselijk proces kost vaak meer dan het bedrag waarover ruzie bestaat.
Internet Court probeert daarom een machine-snelle route te bouwen. Niet voor elke zaak, maar voor de kleine, frequente conflicten die agentverkeer kan veroorzaken.
Crypto wordt de betaalvloer voor agents
De link met blockchain is hier niet decoratie. Agents hebben programmeerbaar geld nodig dat buiten kantooruren beweegt.
Daarom past dit in dezelfde beweging als
x402, agentwallets en AI-betaalflows. Software krijgt niet alleen informatie, maar ook betaalmacht.
Dat schuift de discussie in crypto op. Niet alleen: welke munt wordt gebruikt? Maar ook: wie bepaalt of een agent terecht betaalde?
Zodra software zelfstandig waarde verplaatst, wordt geschilbeslechting onderdeel van security.
Adoptie wordt de echte test
Internet Court is nu vooral een consortiumlancering. De grote test komt pas wanneer agents dit echt gebruiken in marktplaatsen, API-economieën en on-chain diensten.
Daar kan het project falen op bewijs, integratie, governance of juridische erkenning. Een on-chain oordeel heeft niet automatisch dezelfde kracht als een vonnis.
Toch is de richting duidelijk. Agentic commerce heeft meer nodig dan snelle betalingen en slimme wallets.
Agents die geld mogen uitgeven, moeten ook kunnen worden tegengehouden, betwist en afgerekend op wat ze beloven.
De eerste golf draaide om agents die handelen. De volgende draait om agents die aansprakelijk genoeg zijn om vertrouwd te worden.