De rekenstrijd rond
Bitcoin koelt hard af. De difficulty zakte bij de laatste aanpassing naar 126,23 biljoen, terwijl
BTC-miners al maanden op dunne marges draaien.
Volgens
mempool.space daalde de moeilijkheid op 25 juli met 0,74%. Daarmee ligt de stand ruim 13% onder de maartpiek van 145,04 biljoen en ruim 19% onder het record van 155,97 biljoen uit november 2025.
Dat is geen gewone ruis.
Hashrate Index stelt dat de difficulty pas voor de tweede keer in de geschiedenis van
Bitcoin op jaarbasis is gedaald.
De vorige keer was na het Chinese miningverbod in 2021. Toen viel een groot deel van de wereldwijde rekenkracht in één klap weg. Dit keer is er geen enkel verbod dat alles verklaart.
Minder machines vechten om hetzelfde block
Difficulty bepaalt hoe lastig het is om een nieuw Bitcoin-block te vinden. Het netwerk past die moeilijkheid ongeveer elke 2.016 blocks aan, zodat er gemiddeld om de tien minuten een block ontstaat.
Komen er meer machines online, dan stijgt de difficulty. Gaan miners uit, dan zakt de drempel. Zo houdt de
blockchain zijn ritme vast.
De daling naar 126,23 biljoen betekent dus niet dat Bitcoin plots wankelt. Het zegt vooral dat er tijdens de vorige periode minder rekenkracht vocht om dezelfde beloning.
En dat is waar het pijn doet.
Miners worden uitgeknepen
Miners krijgen inkomsten uit de blockbeloning en transactiekosten. Daartegenover staan stroom, machines, koeling, personeel en schulden.
Die rekensom is lelijk geworden. Hashrate Index schrijft dat de USD-hashprice in juni zakte naar 27,67 dollar per petahash per dag. Dat lag bijna gelijk aan het dieptepunt van februari.
Hashprice is de dagopbrengst per eenheid rekenkracht. Voor miners is dat de kale thermometer. Als die te laag staat, gaan oudere machines als eerste uit.
De difficulty daalt niet omdat Bitcoin slimmer wordt. Ze daalt omdat zwakke miners moeten kiezen.
Daar komt nog iets bij. AI en high-performance computing trekken stroom, datacenterruimte en operators weg bij
mining. Een locatie die gisteren ASICs draaide, kan morgen AI-servers huisvesten.
Dat is geen modewoord voor miners. Dat is een betere cheque, of in elk geval een stabielere.
Difficulty geeft lucht, geen redding
Een lagere difficulty helpt de miners die blijven draaien. Zij hebben gemiddeld minder rekenkracht nodig om mee te doen in de strijd om een block.
Maar de verlichting is dun. In de
wekelijkse update van Hashrate Index lag de spot-hashprice op 20 juli rond 32,34 dollar per petahash per dag. Dat is beter dan juni, maar geen vetpot.
De termijnmarkt rekent ook niet op een grote ommekeer. Luxor’s forward market prijsde eind juli een gemiddelde hashprice van 31,85 dollar per petahash per dag in voor de komende zes maanden.
Dat signaal is simpel. De markt ziet geen snelle terugkeer naar brede minerwinst.
AI wordt de nieuwe concurrent van BTC-miners
Vroeger was de grote vraag voor miners vooral: waar is stroom goedkoop? Nu komt daar een tweede vraag bij: wie betaalt het meest voor dezelfde stroomaansluiting?
AI-bedrijven willen capaciteit. Miners hebben locaties, stroomcontracten en koeloplossingen. De overstap is niet altijd simpel, maar de prikkel is groot.
Voor Bitcoin betekent dit dat hashrate niet alleen meer reageert op de koers van BTC. De concurrentie om stroom en datacenterruimte bepaalt steeds meer hoeveel rekenkracht op het netwerk blijft.
Dat maakt de volgende aanpassingen belangrijk. Eén verlaging kan een tijdelijke adempauze zijn. Een reeks dalingen wijst op een sector die capaciteit verplaatst of uitschakelt.
Voor
exchanges, beleggers en miners draait het nu om drie cijfers: difficulty, hashrate en hashprice. Als die samen blijven verzwakken, dan is dit geen korte dip meer.
Dan vertelt de miningsector dat de goedkoopste stroom niet langer automatisch naar Bitcoin gaat.